soms-gaat-het-anders
door

Soms gaat het anders: 'Toen ik zeker was dat het veilig was, was ik om'

Sascha (35) is hiv-positief. Een relatie, kinderen, het leek haar een kansloze missie. Maar toen kende ze Erik nog niet. Die hield vol en nu hebben ze een gezonde zoon: Abel.

‘Toen Erik en ik een tijdje samenwoonden en hij 
zei dat hij graag kinderen wilde, voelde ik een lichte paniek. Ik had nooit een sterke kinderwens gehad en toen ik een aantal jaar eerder te horen had gekregen dat ik hiv-positief ben, schreef ik de mogelijkheid 
definitief af. Die deur was dicht. Maar als het aan Erik lag, ging hij ten minste op een kier. Hij hield vol.

Hiv-positief

Had je me vijf jaar geleden verteld dat ik nu zou samenwonen en een kind zou hebben, dan had ik het niet geloofd. Ik had een hardnekkige blaasontsteking, gevolgd door een nierbekkenontsteking waartegen geen antibioticum hielp, en liet me daarom verder 
onderzoeken. Ik wist niet wat ik hoorde: ik bleek hiv-positief te zijn. Hoe kon dit? Dan had mijn toenmalige vriend het dus ook? De arts beaamde dat als ik zelf niet was vreemdgegaan, dat vrijwel zeker het geval was. Ik was op dat moment al elf jaar samen met mijn vriend. Hij bleek al een half jaar te weten dat hij hiv-positief was. Uit angst om me kwijt te raken had hij niets verteld. Hij slikte medicijnen en dacht dat hij me daarom niet zou infecteren. Inmiddels weet ik dat als de therapie succesvol is en je trouw je medicatie slikt, het virus niet meer aantoonbaar aanwezig is 
in je bloed. De kans dat je het overdraagt is dan 
echt heel klein. Maar er blijft een klein risico 
en waarschijnlijk was het virus bij mijn ex dus niet ondetecteerbaar. Ik kwam in een nachtmerrie terecht. En ik was woest. Hij had de keuze aan mij moeten 
laten. Nu had hij mij ongevraagd levenslang gegeven. Onze relatie overleefde het niet.

Geen relatie graag

Ik schaamde me verschrikkelijk en vertelde eerst aan niemand wat er speelde. Uiteindelijk heb ik het eerst aan mijn ouders en later ook aan een paar vrienden en collega’s verteld. Mijn ouders schrokken heel erg. Ze zijn van de generatie die denkt dat wanneer je hiv-positief bent, je doodgaat aan aids. Nu weten ze van de hoed en de rand en steunen ze me onvoorwaardelijk. Om hen niet verder te belasten, maar ook omdat het een privéaangelegenheid is, besloot ik het alleen met mijn beste vrienden te delen. Mijn vrienden schrokken ook, maar hebben me nooit veroordeeld of laten vallen. Onze vriendschap is alleen maar hechter geworden. Eén ding wist ik zeker: een relatie wilde ik nooit meer. Ik dacht ook dat niemand een relatie zou willen met iemand die hiv-positief is. Daarbij moest ik het een plek geven. Accepteren dat dit voor de rest van mijn leven bij me hoort. Want dankzij medicatie kun je weliswaar oud worden met hiv, maar het kan niet worden genezen.

Het hoge woord

Een paar jaar later kwam ik via een chatsite in contact met Erik. We hadden meteen een enorme klik. Live contact hield ik af. Toen hij bleef aandringen, heb ik hem verteld dat ik ziek was. Het hoge woord was eruit. Grappig genoeg reageerde hij vrij laconiek. “Daar ga je toch niet dood aan?” antwoordde hij. “Geef me alsjeblieft een kans!” Langzaam is onze relatie gegroeid. Hij had geen moeite met mijn hiv, wilde gewoon genieten van de liefde die we beiden voelden. Hij was steeds vaker bij mij en eigenlijk zijn we best snel gaan samenwonen. En toen kwam zijn kinderwens. Ik gaf aan dat ik dat echt niet zag zitten, maar Erik bleef ermee bezig. We zijn ons toen gaan verdiepen in de mogelijkheden, want die bleken er zeker te zijn. “Een kind kan zelfs via de natuurlijke weg verwekt en geboren worden,” zeiden de artsen. Ik moest alleen een ander medicijn gaan gebruiken, omdat daarvan vaststond dat het geen negatief effect op de groei van de baby zou hebben. Hoe meer we erover spraken, hoe meer ik dacht: dit wil ik ook. En toen ik zeker wist dat het voor Erik en het kind veilig was, was ik om.

Lees ook: Medicijnen tijdens zwangerschap

Het is niet zo dat er met een dagelijkse pil geen vuiltje meer aan de lucht is als je hiv-positief bent. Ik heb veel last van bijwerkingen, fysiek en psychisch. Het is een hele puzzel om iets te vinden waarop ik niet heftig reageer. Ik begon aan een vierde middel, waarmee ik op een natuurlijke manier zwanger zou mogen worden, zonder het risico dat ik Erik zou infecteren. Door die medicatie kon het wel lang duren. “Trek er maar een jaar of anderhalf voor uit,” waarschuwden de artsen. Maar na twee maanden was ik zwanger. Ik was in shock. Ik merkte wel iets aan mijn lichaam, maar dat het zo snel raak was, had ik niet verwacht. Erik geloofde het ook niet en kocht vijf zwangerschapstesten. Die zeiden alle vijf hetzelfde: we kregen een kind. Meteen sloeg ook de onzekerheid toe. Hoe ging het nu verder? Ik merkte dat ik door eerdere bijwerkingen van de medicijnen niet op mijn lichaam durfde te vertrouwen. Zou ik deze nieuwe medicijnen wel kunnen verdragen, deden ze wat ze moesten doen nu ik zwanger was? Keer op keer stelde de arts me gerust. Het ging goed. Ik moest wel regelmatig naar het ziekenhuis voor controle. Als je zwanger bent, verandert je lichaam en kan het zijn dat je de medicatie moet bijstellen. Het is belangrijk dat het virus eronder blijft om de kans op overdracht zo klein mogelijk te houden, maar ook dat je lever- en nierfunctie goed blijven. Maar als de medicatie zijn werk doet blijft hiv onmeetbaar, ook als je zwanger bent. Bovendien heeft de baby zijn eigen bloedbaan.

Prachtig jongetje

Mijn ouders waren bezorgd. “Willen jullie dit echt?” zeiden ze steeds. Een zwangerschap heeft zo veel impact op je lichaam. Ze waren er ook niet helemaal gerust op dat het kind geen gevaar liep. Dat begreep ik, maar ik heb ook gezegd: “Dit is onze wens, je kunt ons steunen of niet.” En ze steunden ons. Net als onze vrienden, die het geweldig vonden dat we een kind zouden krijgen.

Ik had een ongecompliceerde zwangerschap. Soms voelde ik me niet lekker of was ik moe, zoals elke zwangere vrouw. Dan dacht ik wel meteen: het is de hiv! Maar ik had weinig te klagen. Tenzij de baby in een stuit zou komen te liggen of zich andere risico’s aandienden, mocht ik natuurlijk bevallen. Ik moest wel naar het ziekenhuis, onder meer om meteen te kunnen ingrijpen als er iets mis zou gaan. De baby moest zo min mogelijk in aanraking komen met mijn bloed.

Toen mijn vliezen braken, zijn we naar het ziekenhuis gegaan. Ik had nog geen weeën en omdat dat nog wel even zou duren, mocht ik weer naar huis. Maar nadat ik onder de douche was geweest, barstten de weeën alsnog los. We zijn meteen naar het ziekenhuis teruggegaan. Terwijl de verloskamer in orde werd gebracht, werd Abel geboren. Drie keer persen was genoeg. We hielden een prachtig jongetje in onze armen. Ik mocht geen borstvoeding geven, want 
het is niet helemaal duidelijk of daar een risico 
aan verbonden is. In Nederland wordt het daarom afgeraden. Dat wist ik van tevoren en ik had er vrede mee.

Mijn vertrouwen groeit

Abel kreeg uit voorzorg een maand lang medicijnen. Dat was wel zwaar voor hem. Hij kreeg het drankje via een spuitje in zijn mond en spuugde het vaak uit, omdat hij misselijk was. Dat maakte mij onzeker. Gelukkig bleken de uitslagen goed. Een baby heeft altijd antistoffen van de moeder bij zich, maar ze kunnen ook testen of hij virusdeeltjes in zijn bloed heeft. Dat heeft hij niet. Die testen zullen nog wel een tijd nodig zijn, en hoewel ze zeggen dat het vrijwel zeker goed blijft als de eerste twee testen goed zijn, blijf ik het spannend vinden. De vlag gaat nog niet uit. Erik is zekerder dan ik, die maakt zich minder zorgen. En als ik naar onze baby kijk, voel ik ook een intens geluk. Dan groeit mijn vertrouwen dat het goed is zo.’