vruchtbaarheidsproblemen
door

Soms gaat het anders: ‘Wat zeur ik nou? Ik heb toch al een kind?’

Sabine (39) was snel zwanger van Max (4) en ging er vanuit dat een tweede keer zwanger worden ook wel snel zou lukken. Maar dat bleek moeilijker dan gedacht.

‘We gaan voor een tweede’

‘Als iemand mij als meisje vroeg hoe ik het leven later voor me zag, antwoordde ik altijd dat ik meerdere kinderen wilde. Zelf kom ik uit een gezin van drie. Ik heb een broer en een zus, dus ik weet hoe leuk dat kan zijn. Er was altijd iemand om mee te spelen. Natuurlijk waren er ook flinke ruzies, maar het was bovenal gezellig. Dat wilde ik later zelf ook voor mijn kinderen.

Advertentie

Even leek het erop dat mijn ideale gezinsplaatje zonder problemen werkelijkheid zou worden. Want toen Onno en ik hadden besloten voor een kind te gaan, was ik binnen een half jaar zwanger. Max werd geboren en vlak voor zijn tweede verjaardag begon het opnieuw te kriebelen. Een tweede kind, zonder een al te groot leeftijdsverschil met Max, zou dat niet leuk zijn? Eerlijk gezegd hield ik er geen moment rekening mee dat het die tweede keer weleens langer zou kunnen duren voordat ik zwanger was. Of dat het misschien helemaal niet zou lukken. Oké, ik was 37, niet piepjong meer, maar ach… Mijn lichaam wist wat het moest doen. Ik zag geen obstakels.

Moeten en plannen

Maar toen ik na een half jaar nog niet zwanger was, werd ik toch onrustig en besloten we serieuzer te werk te gaan met ovulatietesten. Vanaf dat moment kwam er druk te staan op het hele idee van ‘een tweede kind krijgen’. Dat doet wat met de romantiek. Ineens werd het een moeten. Het werd vrijen op gezette tijden. Zonder resultaat. Na een jaar stuurde de huisarts ons door naar de fertiliteitsarts in het ziekenhuis. Hij had geen verklaring voor het uitblijven van een zwangerschap. Het kan zomaar gebeuren dat het bij een eerste heel snel gaat en bij een tweede zwangerschap lang duurt.

Gezien mijn leeftijd stelde hij voor om het nog vier maanden op zijn beloop te laten en daarna het fertiliteitstraject in te gaan. Ik besloot toen om alleen dit traject te volgen en niet ook nog het alternatieve circuit in te stappen. Ik heb het wel overwogen, maar zag de aanpassing van de leefstijl niet goed voor me. Koffie en alcohol worden bijvoorbeeld vaak afgeraden in diëten die een zwangerschap zouden bevorderen. Ik had juist behoefte aan ontspanning. Zeker na een mislukte poging. Verder at en leefde ik al zo gezond mogelijk. Meer weten? Dit houdt een vruchtbaarheidsonderzoek in. 

Zwaar proces

Mensen in mijn omgeving adviseerden me dat ik niet te veel met zwanger worden bezig moest zijn. Goedbedoeld, maar hoe doe je dat? Dat is toch hetzelfde als een roze olifant in de kamer zetten en zeggen: je mag er niet aan denken? Natuurlijk probeerde ik afleiding te zoeken, maar ik vond het lastig om aan iets anders te denken. Het verlangen naar een tweede kind was heel sterk en groeide met de dag.

In het ziekenhuis begonnen we met zes IUI-pogingen (hier meer over IUI). Dit is een behandeling waarbij bewerkt zaad van je partner in de baarmoederholte wordt gebracht. Bij mij zonder succes. Daarna volgde één mislukte ivf-poging en uiteindelijk stapten we over op ICSI (lees meer over ICSI). Al met al hebben we ruim een jaar in dat fertiliteitstraject gezeten. Wat me nog bijstaat, is de hoop die ik na elke poging had: misschien is het deze keer raak. Misschien ben ik nu zwanger. En dan de teleurstelling als ik toch weer ongesteld werd. Dan kon je me opvegen, zo verdrietig was ik.

Ik vond het een zwaar proces. Zat onder de hormonen en had een kort lontje. Ik verloor sneller dan normaal mijn geduld en werd dan echt boos, achteraf pure onmacht. Ik denk dat Onno het best zwaar met me heeft gehad in die periode. Echt erover praten, deden we nauwelijks. Onno stond er namelijk veel nuchterder en pragmatischer in. Hij steunde me waar hij kon, maar hij had ook zoiets van: als het bij één kind blijft, is dat ook prima. We hebben al een fijn ventje dat bovendien heel makkelijk is. Het komt hoe dan ook goed met ons. Natuurlijk had hij een punt, maar ik wilde dat niet horen. Ik wilde nog niet nadenken over hoe het zou zijn als het bij één kind zou blijven.

Ingewikkeld

Bij mijn vriendinnen kon ik makkelijker mijn verhaal kwijt, al was dat soms ook ingewikkeld. Ik kon niet altijd alles tegen iedereen zeggen. Ik heb vriendinnen van bijna veertig die nog geen partner hebben, maar wel een kinderwens. En ook een vriendin die geen kinderen kan krijgen, omdat haar gezondheid het niet toelaat. Als je dat weet, ben je al snel geneigd te denken: bij mij valt het wel mee. Wat zeur ik nou, ik heb toch al een kind? Hoe vaak ik mezelf wel niet heb ingeprent: wees blij met wat je hebt, Sabine. Count your blessings. Aan de andere kant, als die wens voor een tweede er eenmaal is, omdat het gezin voor jouw gevoel nog niet compleet is en het lukt maar niet om zwanger te worden, is dat een gemis. En heb je daar verdriet om. Ik ben daarom gaan praten met een maatschappelijk werkster die vrouwen in het fertiliteitstraject begeleidt. Het was prettig mijn verhaal kwijt te kunnen aan een buitenstaander, iemand met wie ik geen emotionele band heb.

Het was gecompliceerd. Aan de ene kant wilde ik alles luchtig houden en niet onder dat vergrootglas komen te liggen bij mensen in mijn omgeving. Veel mensen wisten waar we mee bezig waren en sommigen konden bijna raden in welke periode van de cyclus ik zat. Een raar idee, omdat het ook een enorme privéaangelegenheid is. Daarom hield ik bewust dingen voor mezelf. Aan de andere kant wilde ik het er juist over hebben, het delen. Het was allemaal zo dubbel. Mijn kinderwens mocht niet allesoverheersend worden. En ik wilde al helemaal niet dat het een stempel drukte op ons gezinsleven. Maar ongemerkt doet het dat toch. Ook al maak je leuke uitstapjes met z’n drieën, ga je op vakantie, heb je lol. Juist dan zijn er momenten waarop je denkt: nu was het zó leuk geweest voor Max als er een broertje of zusje bij was.

Op naar de finish

Na drie mislukte ICSI-pogingen had ik de moed bijna opgegeven. Overdag ging het nog wel, maar ’s nachts lag ik vaak te malen in bed. Ik maakte me zorgen, omdat het leeftijdsverschil tussen Max en een eventueel tweede kind elke maand groter werd en ikzelf steeds dichter naar de veertig toe ging. Ik dacht: wat als we het beste kruit al hebben verschoten bij Max? Een tweede er helemaal niet meer in zit? Er kan medisch gezien zo veel tegenwoordig, maar het blijft een kansberekening. Het fertiliteitstraject is geen wondermiddel met garanties.

Ik dacht al aan stoppen, maar wilde het nog één keer proberen. En uitgerekend bij die vierde ICSI-poging was het raak. Ik was zwanger! Geweldig natuurlijk. Ik ben nog nooit zo blij geweest. Al was het ook bijna surrealistisch. Je probeert zo lang – tweeënhalf jaar om precies te zijn – zwanger te worden en dan is het opeens zo. Dat was even schakelen. Ik ben nu zestien weken en alles gaat volgens het boekje. Onno en Max – die vijf is als de baby wordt geboren – verheugen zich enorm op de komst van de tweede. De uitslag van de NIP-test was goed, ik voel me top en toch is van een onbevangen zwangerschap geen sprake. Daarvoor was het voortraject simpelweg te ingrijpend. Ik vermoed dat ik pas echt opgelucht ben als de baby er is. Als we met z’n vieren zijn en Max hem de fles kan geven. Pas als ik die finish heb gehaald, is het afgerond.’