miskraam
door

Soms gaat het anders: ‘Zwanger worden is niet het probleem, zwanger blijven wél’

Zoon Tibbe (nu 7) kwam er zomaar, dus begonnen Mirte (34) en haar man Frank zorgeloos aan een tweede kind. En toen volgde de ene miskraam na de andere.

‘Als ik door het dorp loop met Tibbe aan de hand en Sanne in de kinderwagen, wil ik het liefst roepen: “Kijk mij! Ik heb gewoon twéé kinderen!” Dat blijft zo bijzonder voor me. Van Tibbe was ik vrij snel zwanger. Daar was ik dolblij om, want ik had ook vriendinnen die niet of moeizaam zwanger werden of wel eens een miskraam hadden gehad. Gelukkig hoorde ik niet bij de groep vrouwen bij wie het problematisch ging. Dat ik te vroeg had gejuicht bleek toen we graag een tweede kind wilden. Opnieuw was ik vrij snel zwanger, maar ik voelde me totaal anders dan de eerste keer. Toen waren mijn borsten heel gevoelig en was ik zo misselijk dat ik de eerste weken voortdurend boven de wc hing.

Advertentie

Het was dat de zwangerschapstest uitwees dat het raak was, maar ik merkte niets aan mijn lijf. Hoewel ik wist dat elke zwangerschap anders is voelde het niet goed. Na vijf weken ging het inderdaad mis. Hevig bloedverlies, krampen: een miskraam. Frank en ik waren verdrietig dat ons dit overkwam, we huilden allebei, maar we realiseerden ons ook dat het nu eenmaal kon gebeuren. Liever nu dan later in de zwangerschap, redeneerde ik. Bang voor een tweede miskraam was ik niet. De statistieken spraken in ons voordeel. Díe pech hebben we nu gehad, leek me. De volgende zwangerschap gaat vast lukken.

Tips voor lichamelijk en psychisch herstel na een miskraam.

Genetisch defect

Helaas liep het anders. Opnieuw kreeg ik een miskraam. Alleen kwam dit keer het vruchtje niet uit zichzelf los, waardoor ik bij de gynaecoloog belandde. Hij had zijn twijfels bij die twee miskramen achter elkaar. Terwijl ik dacht dat het pure pech was, vroeg hij zich af of er meer aan de hand was. Ik snapte zijn scepsis niet. Ik had toch al een gezonde zoon, waarom zou er iets mis zijn? Misschien was Tibbe een lucky shot, opperde de gynaecoloog. Ik wilde er niks van weten, wat een onzin! Toch maakten zijn woorden me aan het twijfelen. Wat als hij gelijk had? Om oorzaken uit te sluiten stelde de gynaecoloog een bloed- en chromosomenonderzoek voor. We waren met stomheid geslagen toen we de uitslag kregen. Er bleek toch iets niet te kloppen.

Frank heeft een genetische afwijking in zijn chromosomenpatroon. Het is een ingewikkeld verhaal, maar simpel gezegd betekent het dat DNA-deeltjes van het ene chromosoom naar het andere worden verplaatst. Dit heeft geen effect op de gezondheid van Frank, maar het zorgt er wel voor dat de kans op een miskraam of een zwaar lichamelijk en geestelijk gehandicapt kind drastisch toeneemt.

Ons geluk, tussen aanhalingstekens, is dat de chromosomenafwijking zo groot is dat mijn lichaam heel snel herkent dat het vruchtje niet in orde is en daardoor de zwangerschap in een vroeg stadium afbreekt. Zwanger worden is dus niet het probleem, maar zwanger blíjven. Maar áls het kindje blijft zitten, is de kans groter dat het gezond is. Dat laatste gaf bij ons de doorslag en de kracht om het toch te blijven proberen. Het risico op een miskraam moesten we dan maar op de koop toe nemen.

Luciferdoosje

Ik ben blij dat ik weet wat de oorzaak van de miskramen is, maar het maakt me ook verdrietig. We weten niet of Tibbe ook drager is. We kunnen hem erop laten testen, maar nu hij zo jong is heeft dat geen zin. Het afwijkende chromosomenpatroon is niet schadelijk voor zijn gezondheid. Als hij ooit vader wil worden zullen we het hem vertellen. Daar heb ik het heel moeilijk mee. Het voelt alsof ik met een geheim rondloop, bewust iets voor hem achterhoud. “Later word ik papa,” zegt hij wel eens. Dat gaat door merg en been. Want ik weet niet of hij ooit vader zal worden.

Je wilt gewoon niet dat je kind dit later moet meemaken. Het gekke is dat we met ons volle bewustzijn dit risico hebben genomen bij ons tweede kind. We wilden onze kinderwens niet zomaar aan de kant schuiven. De artsen gaven ons ook geen negatief zwangerschapsadvies. Eigenlijk stond niets een zwangerschap in de weg. Maar na de uitslag van het chromosomenonderzoek stond ik er wel anders in. Bij een positieve zwangerschapstest werd ik nerveus. Van alles wat een beetje vreemd of anders aanvoelde raakte ik in de stress. Je bent constant alert.

De derde zwangerschap leek een blijvertje. We hebben het kindje op echo’s zien bewegen en het hartje horen kloppen. Mijn vertrouwen nam iedere dag toe. Ik kreeg de bovenste knoop van mijn broek zelfs niet meer dicht door mijn groeiende buik. Toch liep het weer niet goed af. Ik was negen weken zwanger toen ik in mijn onderbroek een klein embryootje vond. Zo groot als een tuinboontje. Ik was in shock. Bij de echo die ik de dag ervoor had gehad leek alles nog goed. Ik kon mijn kind in wording niet zomaar door het toilet spoelen. In een papieren handdoekje nam ik het vruchtje voorzichtig mee naar huis. Samen met Frank heb ik het in een luciferdoosje gestopt en in de tuin begraven. Af en toe valt mijn oog op die plek als Tibbe er in de buurt speelt. Het herinnert me eraan dat een gezond kind echt een wonder is.

Overal buiken

In die periode voelde ik me vaak zo eenzaam en onbegrepen. Ik was gelukkig met Tibbe, maar verdrietig om het kind dat er niet was. “Wees blij dat je een gezonde zoon hebt,” hoorde ik vaak. Natuurlijk was ik supergelukkig met hem, maar ik verlangde ook naar een tweede kind. Bij elke miskraam viel mijn grootste wens in duigen en elke dag werd ik ermee geconfronteerd. Op het schoolplein, op straat, in mijn vriendinnenclub. Ik zag alleen maar bolle buiken en kinderwagens. Alles in mij snakte naar een tweede. Het is een lastig verdriet. Niemand begreep me echt. Ik voelde me vaak buitengesloten, niet op mijn plaats. Bij mijn kinderloze vriendinnenclubje was ik de vreemde eend in de bijt en bij vriendinnen met twee of meer kinderen vond ik het zelf soms ongemakkelijk. Dan had ik moeite met hun gezellige verhalen over de kinderen of lieve foto’s van hun gezin. Later hoorde ik dat ze mij in die jaren ook veel hebben onthouden. Dat vond ik heel lief.

De miskramen, zwangerschapshormonen en stemmingswisselingen trokken ook een wissel op mijn relatie. Al verweet ik Frank niets, we hebben in die jaren heel wat ups en downs gehad. Met machteloosheid en ook boosheid naar elkaar. Maar we hadden altijd voor ogen dat Tibbe niet mocht opgroeien in de schaduw van een ontbrekend kind. Hij verdient twee ouders die volledig voor hem gaan. Ons verdriet mocht er zijn, maar het mocht nooit groter worden dan het geluk dat Tibbe er wél was. Ondanks alles genoot ik enorm van hem. Samen kliederen met koekjesbeslag, naar het zwembad, de gesprekjes die we voerden. Hij vroeg vaak wanneer hij een broertje of zusje kreeg. We hebben hem uitgelegd dat wij dat ook graag wilden, maar dat je soms lang moet wachten op iets wat je heel graag wilt hebben.

Lees meer: als zwanger worden een obsessie wordt.

Kers op de taart

Na vier miskramen was er eindelijk dé zittenblijver. Ik voelde aan alles dat het goed zat. Ik was misselijk, had gevoelige borsten en extreem veel trek. Een van die eerste dagen moest ik overgeven in de wasbak. Frank en ik stonden te juichen: dit was een heel, heel goed teken. Toch durfde ik niet vol overgave te genieten van mijn zwangerschap.

Op aanraden van de gynaecoloog hebben we met zestien weken een vruchtwaterpunctie gedaan om te controleren of de baby geen zware afwijkingen had. Ik vond het enorm spannend, die naald in mijn buik, het risico op een miskraam. Maar we móésten weten of het kind in mijn buik gezond was, we hadden immers Tibbe. Het zou ook impact hebben op zijn leven. Tot onze opluchting bleek uit de punctie dat alles goed was met de baby. Met als kers op de taart dat ze geen draagster is van de chromosomenafwijking. Er viel een last van onze schouders.

Nu durfden we ons eindelijk, zonder reserve, te verheugen op de komst van de baby. Op een stormachtige zomernacht kwam Sanne gezond en wel ter wereld. Inmiddels is ze alweer zestien maanden en Tibbe is zo trots op haar. Ze begint te stralen als ze haar grote broer ziet en als hij uit school komt knuffelt hij als eerste zijn zusje. Ze zijn zo’n leuk stel samen, mijn koningskinderen.’

Lees ook: