rolmodellen in kinderverhalen
door

Stoere meisjes, tuttige jongens: de kracht van rolmodellen in kinderverhalen

Jongens zijn dapper, meisjes zijn lief en de dokter is altijd een man. Aldus het gemiddelde kinderboek. Best bizar, als je bedenkt dat bijna de helft van de huisartsen in Nederland vrouw is. Welke boodschap geef je je kind dan mee?

Toen ik klein was, draaide mijn moeder de namen om als ze Jip en Janneke voorlas. Als Janneke bang voor spinnen was, maakte ze daar steevast Jip van. Ze wilde haar dochter niet opvoeden met het idee dat meisjes onzeker zijn en jongens dapper, en ook niet dat moeders per definitie koken en vaders werken. Mijn moeder groeide zelf op in wat je noemt de tweede feministische golf. Genderclichés moesten overboord – bovendien heeft ze haar hele leven gewerkt en was ze kostwinner, dus was het voor haar onlogisch om voor te lezen dat moeder alleen maar aan het strijken was.

Advertentie

We zijn inmiddels dertig jaar verder: veel moeders werken, ook veel vaders verzorgen kinderen, steeds minder gezinnen bestaan uit één vader en één moeder, stiefbroertjes en -zusjes zijn steeds normaler, vijf tot tien procent van de mensen is homoseksueel en last but not least: lang niet alle kinderen in Nederland zijn wit, in de grote steden zelfs minder dan de helft. Maar in hoeverre wordt die samenstelling van de samenleving weerspiegeld in kinderboeken en -films?

Leerstof

De website van de serie peuterboekjes van Mo’s Daughters (mosdaughters.com) opent met grote vetgedrukte letters: ‘Voorleesboeken met meisjes in de hoofdrol’. De boekjes (voor 0-6 jaar) gaan over de stoere Wies, Suus en Mila. Ze reizen naar de maan en hebben superkrachten. Het lijkt er een beetje dik bovenop gelegd: moeten nu ineens alle meisjes astronaut worden? Wat als je dochter gewoon prinses wil zijn?

Toch is het belangrijk om kinderen verschillende verhalen aan te bieden, stellen deskundigen. Ook – of juist – kleine kinderen. Want via die verhalen leren ze de wereld kennen. Judi Mesman is hoogleraar aan de Universiteit Leiden en onderzoekt onder andere de rol van gender in de opvoeding. ‘Kinderen zijn nog heel erg aan het leren: hoe horen dingen, hoe gaan dingen? Eigenlijk is alles wat je ze aanbiedt leerstof. Het is allemaal informatie. Natuurlijk gaat het niet om de boodschap uit één film, of één roze broodtrommel; maar ze krijgen de hele dag door dit soort boodschappen mee.’ Kortom, als een kind tot zijn vierde alleen maar verhalen heeft gehoord over onzekere of mooie, lieve prinsessen-meisjes en stoere, dappere, avontuurlijke jongetjes – heeft het dus geleerd dat het zó moet. En dat is geen ‘aanleg’, stelt Mesman. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de werkelijke verschillen in interesses en talenten tussen meisjes en jongens helemaal niet zo groot zijn. Alleen de manier waarop ze behandeld worden, verschilt.

Volgens het boekje

Uit een groot Amerikaans onderzoek uit 2007 kwam naar voren dat in populaire kinderboeken maar liefst twee keer zo veel jongens- als meisjeskarakters voorkomen. Hoewel meisjes in boeken sindsdien aan een opmars bezig zijn, is de verhouding nog altijd niet gelijk. Toch niet zo gek dus dat Mo’s Daughters expliciet meisjes de hoofdrol geeft. En ook niet gek dat de serie Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes: 100 verhalen over bijzondere vrouwen (oorspronkelijke titel: Good night stories for rebel girls) zo’n daverend succes werd. Van dit eerste (voorlees)boek over vrouwelijke helden werden wereldwijd meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.

Eind 2019 kwam hoogleraar Mesman in het nieuws met haar onderzoek over schoolboeken. Wat bleek? Ook in Nederlandse schoolboeken komen veel minder vrouwelijke dan mannelijke personages voor, en relatief weinig personages met een niet-westerse achtergrond. Het onderzoek deed stof opwaaien en sommige uitgeverijen besloten hun schoolboeken aan te passen. Mesman zegt over haar onderzoek: ‘Als je het idee hebt dat je schoolboek over jou gaat, dan motiveert dat je. Het geeft je het idee dat jij het ook kunt.’ Zo blijkt bijvoorbeeld dat meisjes scheikunde beter begrijpen als er plaatjes van vrouwelijke wetenschappers bij staan dan wanneer er mannelijke wetenschappers staan afgebeeld. Met andere woorden: het helpt als een kind zich op de een of andere manier in een verhaal – of de plaatjes – kan herkennen.

Prinses 2.0

En gelukkig gebeurt dat ook, langzaam. In de Disney-film Frozen zijn de prinsessen Anna en Elsa de helden. Ze zijn dapper, sterk, ze leren op eigen benen staan, ze worden aan het eind niet gered door een prins. Gewoon een leuke kinderfilm, kun je zeggen, maar de Volkskrant noemde het in november nog een ‘feministisch fenomeen’, omdat het een van de eerste grote kinderfilms is waarin de meisjes heldhaftig zijn. Daarnaast is de film omarmd door de LGBT-gemeenschap, omdat de boodschap erin – jezelf durven zijn – voor iedereen belangrijk is. Let it go, de titelsong van de eerste film, werd zelfs een soort uit-de-kast-kom-lied. En ook dat thema speelt in kinderboekenland: hoewel er nog niet zo veel homoliteratuur voor kinderen is, noemt Het lammetje dat een varken is zichzelf trots het eerste Nederlandse transgender-prentenboek.

Journalist en recensent Bas Maliepaard – die met zijn man twee Afro-Amerikaanse kinderen heeft geadopteerd – geeft lezingen over het onderwerp diversiteit in kinderboeken. ‘Mijn zoon is vier, soms is het wel zoeken naar herkenning, ja,’ zegt hij. In de gemiddelde Netflix- of Zappelin-serie zijn de hoofdfiguren wit, denk aan Bob de Bouwer of Brandweerman Sam. In boekenland ziet Maliepaard wel al een duidelijke verschuiving. ‘De laatste paar jaar zie ik opvallend veel boeken waarin kinderen van kleur een hoofdrol hebben.’ Denk aan: Sara Snufje (over een donker meisje dat uitvinder is) of het prentenboek Heb jij misschien olifant gezien? (bekroond met een Zilveren Penseel). ‘Als je niet ziet waarom dit belangrijk is, leef je in een bubbel,’ zegt Maliepaard. Want steeds meer groepen in de samenleving vragen om zichtbaarheid.

Mylo Freeman is kinderboekenschrijfster en verzon in 2007 het personage prinses Arabella. Ze zegt erover: ‘Ik had er tot op dat moment zelf nooit aan gedacht: een verhaal over een donker prinsesje. Maar ik hoorde een verhaal over een meisje dat de rol van een prinses in een toneelstuk aangeboden kreeg en zei: “Ik kan haar niet spelen, want prinsessen hebben blond haar en blauwe ogen.” Ik vond dat schokkend en ben meteen begonnen met een boek over een donker (én stoer) prinsesje. Haar uiterlijk is gebaseerd op een foto van een meisje uit Congo, met balletjes in haar haar.’ Deze zomer verschijnt het dertiende Prinses Arabella-boek.

Tuttige jongens

Maliepaard: ‘In mijn podcast (degrotevriendelijkepodcast.nl) sprak ik met kinderboekenambassadeur Manon Sikkel. Zij gaat nog een stap verder: de gemene juf is vaak lelijk, dikke mensen zijn nooit de hoofdrolspelers, oma heeft een permanentje – het zijn allemaal clichés. Ze zegt, en ik ben het met haar eens: “We moeten naar een meer kloppende afspiegeling van de maatschappij toe. Kinderen hebben spiegels en ramen nodig, wordt vaak gezegd. Spiegels om zichzelf te zien, en ramen om anderen te zien. Erkenning van hun eigen leven, en aan de andere kant het leren verplaatsen in iemand anders. Daarbij kunnen lezen en voorlezen enorm helpen. Voorlezen vergroot namelijk het empathisch vermogen van kinderen.’

Dat maakt de noodzaak voor kinderen om zichzelf terug te zien in boekjes en filmpjes nog groter, net zoals dat het belangrijk voor ze is om de rest van de wereld te zien. Met andere woorden: ook voor witte kinderen is het leuk om boekjes over kinderen van kleur te lezen. En voor jongens is het goed om boeken te lezen over stoere meisjes, of misschien over gevoelige jongens. Maliepaard: ‘Je mag natuurlijk best boeken voorlezen waarin traditionele gezinnen voorkomen. Die gezinnen bestaan ook. En: je hebt ook tuttige meisjes, en stoere jongens. Maar er zijn ook stoere meisjes en tuttige jongens.’ Niet alle jongens willen in bomen klimmen of naar de maan, niet alle meisjes willen poppen verzorgen.

‘De meeste ouders vinden heus dat hun dochters en zonen gelijk zijn – in die zin doen we het best goed. Maar via boekjes en kinderseries komen stereotypen impliciet toch binnen,’ stelt Mesman. Als ouder heb je daar niet altijd erg in, maar een kind pakt zulke boodschappen feilloos op. Een tip uit de NPO radio-uitzending over hetzelfde onderwerp: ga eens na hoe vaak je tegen je zoon ‘Wat stoer!’ of ‘Wat knap!’ zegt. En hoe vaak tegen je dochter: ‘Wat ben je mooi!’ Zeg je het ook weleens andersom? Het zijn misschien wel juist de impliciete boodschappen waar we het meest op moeten letten.

Vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen. Uit onderzoek blijkt dat bijna alle mensen de termen ‘leiderschap’ en ‘excellentie’ automatisch koppelen aan mannen. Het kost ook daadwerkelijk moeite, hebben wetenschappers ontdekt, om je hierbij een vrouw voor te stellen. Vind je dat prima, of misschien zelfs terecht: dan hoef je nu niets te doen. Ben je van mening dat vrouwen ook leiders en excellent kunnen zijn, dan kun je eens letten op wat voor leesvoer je in huis haalt voor je peuter. Mesman: ‘Het hangt echt af van je ideologie als ouder. Met wat jij als ouder zelf wilt voor je kind. Als je het prima vindt dat-ie in gender-stereotypen opgroeit, bijvoorbeeld omdat de maatschappij nu eenmaal zo in elkaar zit, is dat aan jou. Als je het juist belangrijk vindt dat je kind leert dat het zichzelf mag zijn, ook als hij of zij dingen voelt die niet ‘typisch’ aan jongens of meisjes worden gekoppeld, kun je die kant stimuleren door bijvoorbeeld boeken of films aan te bieden waar de clichés een beetje uit zijn.’ Niet dat je daarmee alles oplost, natuurlijk niet, maar het helpt allicht wel. Laat Mies maar astronaut worden, als ze dat zelf wil tenminste.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Pauline Bijster, Beeld: istock.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.