door

Vaders willen meer zorgen voor kind, maar voelen weinig steun van baas

Vaders willen na de geboorte van hun kind meer betrokken zijn bij de zorg, maar voelen zich hierin weinig gesteund door hun werkgever. Gevolg is dat maar een kleine groep vaders gebruik maakt van de beschikbare verlofregelingen of hun werkschema aanpast.

Dat constateert kenniscentrum Rutgers in het rapport The State of Dutch Fathers. Vaderschap in Nederland. Het draagvlak voor betrokken vaderschap is in de afgelopen drie jaar weliswaar gegroeid, zowel in de samenleving als in de politiek. Zo is er in 2018 gekozen voor de uitbreiding van de verlofregelingen voor partners. Toch is het percentage vaders dat daadwerkelijk gebruik maakt van die verlofregelingen de afgelopen jaren nauwelijks veranderd, blijkt uit cijfers van het CBS. Slechts 11 procent van de vaders maakt er gebruik van.

Advertentie

Lees ook: Vaderschapsverlof en partnerverlof 2019, hoe zit dat precies?

Focus op moeders

Vaders willen wel meer zorg op zich nemen, maar voelen zich toch belemmerd om hun werkschema aan te passen. Zo is in het rapport te lezen dat veel vaders het ouderschapsverlof niet aan durven te kaarten bij hun leidinggevende. Ook voelen ze gebrek aan steun en aanmoediging door vrienden en collega’s. Een andere belemmering voor vaders is dat onderwijs- en zorginstellingen nog te vaak een focus op moeders hebben. Volgens Kenniscentrum Rutgers moet daarom op al deze niveaus actie ondernomen worden, zodat we kunnen groeien naar ‘een gelijkere samenleving waar mannen meer kunnen zorgen en vrouwen meer kunnen werken’.

Cultuuromslag

Het kenniscentrum zegt dan ook dat er een cultuuromslag nodig is, inclusief sociale acceptatie en promotie van betrokken vaderschap. ‘De wil en wens om te veranderen is voelbaar en meetbaar, maar er moeten nu concrete acties worden ondernomen om betrokken vaderschap in Nederland echt te stimuleren.’

Lees ook: Bewezen: kinderen van zorgzame vaders zijn slimmer

Aanbevelingen

Om tot die cultuuromslag te komen heeft het kenniscentrum nog een aantal aanbevelingen opgesteld voor de overheid, betrokken instellingen als de gezondheidszorg, het onderwijs en de werkgevers. Zo pleiten ze voor aanpak van de loonkloof tussen mannen en voor belastingvoordelen die helpen om de zorg beter te plannen. Maar ook vaders zullen zelf meer inzet moeten tonen en solo-zorg op zich moeten nemen, zegt Rutgers. Zo pak je dat aan:

  1. Kies een juiste taakverdeling
    Moeders worden vaak gezien als de primaire opvoeders, omdat zij meer zorgtaken op zich nemen. Vaders zijn gemiddeld genomen iets meer bezig met fysieke activiteiten zoals sporten, fietsen en wilde spelletjes.
  2. Bespreek financiële barrières
    Veel vaders vinden dat een vader de grootste financiële verantwoordelijkheid draagt voor het onderhouden van het gezin (en hun partners vinden dit vaak ook). Maar als de één minder gaat werken, kan de ander wellicht ook weer wat meer werken. Of misschien kunnen jullie proberen je uitgaven naar beneden te brengen.
  3. Zet je gezin op één
    Uit onderzoek blijkt dat mannen hun betrokkenheid bij hun gezin aanpassen op de werksituatie. Vrouwen passen juist eerder hun baan op de thuissituatie aan. Gelukkig zijn er ook werkgevers met een modern werk-familiebeleid (voorlopers zijn onder andere autofabrikant Volvo, ING en Microsoft Nederland).
  4. Laat gendernormen varen
    Kinderen die hun vaders zien deelnemen aan de zorg, hebben later minder kans om zich te houden aan traditionele rolpatronen. Daardoor voelen meisjes en jongens zich vrijer om de studie en het werk te kiezen van hun eigen voorkeur.

Bron: Rutgers Beeld: Shutterstock