door

Vaders zitten er voor spek en bonen bij als het om de kinderen gaat

Vaak onbewust richten basisschoolleraren, pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven en artsen in de jeugdgezondheidszorg zich eerder tot de moeder dan tot de vader. Dat moet anders, vinden experts. De overheid is het hiermee eens.

De laatste jaren pleit het ministerie van OCW ervoor dat vrouwen meer gaan werken en de zorgtaak verder naar de vader verschuift. Toch blijkt nu dat de traditionele rolverdeling nog behoorlijk ingebakken zit bij verschillende instanties. Vaak gaan zij er automatisch van uit dat moeders het leeuwendeel van de opvoeding en de zorg voor kinderen op zich nemen en dus het eerste aanspreekpunt zijn. De rol van vaders zien zij soms over het hoofd.

Advertentie

Betrokkenheid

Het kinderdagverblijf dat in het geval van een ziek kind als eerste contact opneemt met de moeder. Scholen die een oproepje doen voor voorlees- of luizenmoeders en leraren die zich alleen tot de moeder richten, zelfs als de vader ook meegekomen is naar een tienminutengesprek. ‘Vaders hebben soms het idee dat ze voor spek en bonen bij een gesprek zitten. Dat vergroot niet bepaald hun betrokkenheid bij de opvoeding,’ constateert Louis Tavecchio, emeritus hoogleraar pedagogiek.

Online hulp

In de jeugdgezondheidszorg is er al wel een beweging gaande waarin artsen en verpleegkundigen beide ouders proberen te betrekken. Zo wordt er gekeken naar mogelijkheden voor meer huisbezoeken en het bieden van online hulp. ‘We beseffen dat we meer moeten aansluiten bij de wensen van hedendaagse ouders,’ verklaart Igor Ivakic, directeur van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ). ‘Het overgrote deel van de kinderen komt met de moeder en soms ook de grootmoeder, terwijl wij het liefst beide ouders zien.’

Bron: AD