impulsen kinderen
door

Waarom je nooit ‘Doe eens normaal!’ tegen je kind moet roepen

Impulscontrole. Wij volwassenen zijn daar – in de meeste gevallen – best goed in. Maar kinderen? Niet bepaald. En daar ligt een taak voor ons ouders. Steven Pont is ontwikkelingspsycholoog, gezinstherapeut en oprichter van opvoedplatform nul18.nl. Hij geeft een kijkje in de psyche van het kind.

Doe nou eens normaal! Ik denk dat bijna alle ouders dat weleens hebben gedacht en een deel daarvan het ook wel tegen zijn kind heeft gezegd. Of misschien in een staat van opwinding geschreeuwd. Want als het gedrag van onze kinderen ons weer eens naar de keel vliegt, willen we eigenlijk het liefst dat ze op de bank een boekje gaan lezen over de gevolgen van de Franse Revolutie op de Portugese dichtkunst. Of iets anders wat heel lang duurt. Nou ja, dat is misschien overdreven, maar de ondertitel van ‘doe nou eens normaal’ is eigenlijk gewoon: ‘ik wil geen last van je hebben’.

Advertentie

Nu, nu, nu

De waarheid is dat als dit zinnetje tegen een kind wordt geroepen, hij al deed wat hem wordt gevraagd. Namelijk: normaal. Veel gedrag van jonge kinderen komt voort uit hun gebrekkige impulscontrole. Dat begint natuurlijk al bij baby’s, die gewoon poepen als ze er zin in hebben, je nieuwe pak na een dag hard werken onderspugen, midden in de nacht om aandacht beginnen te roepen en hun beker door de kamer smijten. Jonge kinderen hebben namelijk maar één wet in hun hoofd en die luidt: je doet wat je op dat moment voelt. Dus je houdt geen rekening met andere mensen, en de lange termijn is natuurlijk al helemaal voor watjes. Als het nu goed voelt, doen we het gewoon nu. Basta.

Ook interessant: Niet op één lijn qua opvoeding? Maak je niet druk

Hou hem tegen

Eigenlijk is de hoofdtaak van ons ouders wat dat betreft vrij simpel (ik zeg expres niet makkelijk, maar simpel). Die is aan de ene kant het kind zich volgens zijn eigen kwaliteiten laten ontwikkelen, en aan de andere kant die vermaledijde impulscontrole ergens in dat koppie zien te krijgen. Want die komt er echt niet zomaar, daar moet je als ouder heel wat voor doen. In het begin van zijn leven besteedt een kind de impulscontrole namelijk in zijn geheel uit aan zijn ouders. Dus als een kind impulsief de straat over rent, is het beheersen van die impuls de taak van zijn ouders. Als we dat als ouders maar vaak genoeg doen, nemen onze kinderen die controle op den duur hopelijk over. En als dat lukt, ligt er meteen weer een nieuw hoofdstuk rond hetzelfde onderwerp te wachten. In de puberteit heet impulsief de straat over rennen bijvoorbeeld ‘alcohol’. Dan moet weer aangeleerd worden om de impulsen op dat gebied te beheersen.

Lees ook: Onderzoek: ‘Opvoeding is nodig, maar de genen bepalen’

Niet normaal meer

Opvoeding bestaat dus voor een groot deel uit het aanleren van impulscontrole. Als een kind dat uiteindelijk lukt, hebben we een nieuwe naam voor zijn ontwikkelingsstadium: volwassenheid. Want dat is een van de grootste verschillen tussen kinderen en volwassenen. Als een kind in zijn broek poept is dat normaal, als een volwassene in zijn broek poept is dat niet normaal. Vergis je niet: de impuls is voor het kind en de volwassene precies hetzelfde. Maar als volwassene houd je rekening met andere mensen, en ook met de langere termijn. En dus ben je volwassen als je niet meer in je broek poept en de rest van je malle impulsen ook een beetje in toom weet te houden. Lieve ouders: kinderen doen dus normaal als ze volgens jou niet normaal doen. Maar geen paniek. Het duurt gelukkig maar achttien jaar.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Steven Pont.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.