Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Soms gaat het anders
door

'Waarom mocht ik niet gewoon zorgeloos genieten van mijn zwangerschap?

Suzanne (29) is samen met Stefan (30) en moeder van Finn (9 weken). Dat haar zoon kerngezond ter wereld kwam, was niet bepaald vanzelfsprekend. Tijdens de zwangerschap kreeg ze het ene na het andere onderzoek, wat zorgde voor veel onzekerheid en stress. En of dat achteraf gezien nou echt nodig is geweest?

‘Ik stond in de supermarkt toen het ziekenhuis belde. Het zweet stroomde over mijn rug en mijn benen werden slap. Snel ging ik zitten op een kratje dat toevallig in de buurt stond. Waarom belden ze nu? En niet morgen, zoals we hadden afgesproken? Alle stress over de gezondheid van onze baby werd me te veel. Waarom mocht ik niet gewoon zorgeloos genieten van mijn zwangerschap?

Advertentie

Emmer ernaast

Het was meteen raak. Stefan en ik waren superblij toen de zwangerschapstest positief bleek. De eerste echo was fantastisch. We zagen de armpjes en beentjes van ons kind bewegen en vertelden het nieuws al snel aan alle opa’s en oma’s. Samen kleertjes shoppen met mijn moeder, een fotoshoot maken van mijn buik en de babykamer inrichten: ik had er zo’n zin in.

Na een paar weken voelde ik me opeens slechter. Ik was supermisselijk. Als ik met de auto naar mijn werk reed, stond er altijd een emmer op de passagiersstoel. Eten was een drama omdat alles me tegenstond. Stefan bakte op een middag pannenkoeken. Alleen al die geur! Ik ben de tuin ingerend om over te geven. Soms viel ik flauw, omdat mijn bloeddruk schommelde. Toch was ik ondanks alle kwalen blij dat mijn lijf zo heftig reageerde. Dan was ik tenminste écht zwanger! Na vijftien weken voelde ik me weer fit. Ik kon niet wachten tot de twintigwekenecho.

Witte darmen

We wisten inmiddels al dat het een jongen zou worden. Omdat Stefan die dag geen vrij kon nemen van zijn werk, besloot ik met mijn moeder naar de twintigwekenecho te gaan. Ik was vrolijk en kletste met mijn moeder over alle babyspullen die we nog nodig hadden. Toen we binnen werden geroepen, ging ik met een gerust gevoel op de bank liggen. Ik had alle vertrouwen in de echo. “Ik ga je kind het komende uur helemaal nakijken,” zei de echoscopist vriendelijk. “Vind je het fijn als ik je achteraf pas vertel wat ik heb gezien?” “Doe maar terwijl je bezig bent!” zei ik. Ik was veel te nieuwsgierig. De baby was lekker actief, terwijl we naar zijn nieren, longen en maag keken. Alles was goed en de echoscopist legde enthousiast uit wat ze precies zag. Maar toen kwamen we bij zijn darmen. Het bleef even stil en het gezicht van de echoscopist vertrok. “Oké, dit is vreemd,” zei ze. “Zijn darmen zijn wit en dat hoort niet.” Ik voelde dat de sfeer in de kamer omsloeg en keek naar mijn moeder in de hoop dat zij niet geschrokken was. “Weet je wat,” zei de echoscopist. “We gaan gewoon verder en dan kijk ik straks nóg een keer naar zijn darmen.” Het echoapparaat schoof over mijn buik en mijn hart klopte in mijn keel. Jongen, alsjeblieft gaat het wel goed met je, vroeg ik stilletjes aan de baby. Toen kwamen we weer bij de darmen en zei de echoscopist: “Nee, sorry. Dit is echt niet goed. Ik moet je doorverwijzen naar een academisch ziekenhuis.” “Maar wat betekent dat dan? Witte darmen?” vroeg ik smekend. “Daar mag ik geen uitspraken over doen, maar het kan duiden op een ernstige ziekte.” Mijn moeder en ik liepen in tranen naar buiten. In nog geen uur tijd was ik keihard van mijn roze wolk gedonderd.

Drie scenario’s

Die avond zochten Stefan en ik op internet op wat witte darmen konden betekenen. We lazen dat dit kan duiden op het syndroom van Down, maar dat was al uitgesloten door de NIP-test. Dan bleef de diagnose taaislijmziekte over. Een ernstige aangeboren ziekte die grote invloed kan hebben op de kwaliteit van leven en de levensverwachting. Mijn wereld stond stil. Ik was zo bang, maar kon tegelijkertijd niet geloven dat er écht iets mis was met de baby. Die nacht lagen Stefan en ik wakker. Wat zou er nu verder gebeuren? En voor welke keuze kwamen we te staan?

De volgende ochtend gingen we naar het ziekenhuis. Een gynaecoloog en twee verloskundigen deden de twintigwekenecho nog een keer. Alles werd bekeken. Deze keer lag ik er bang en verdrietig bij. Onderling bespraken de specialisten wat ze zagen. “Ik zie hier kalkafscheiding bij het hart,” zei de een tegen de ander, zonder ons daarin te betrekken. Strak van de spanning wachtten we af totdat ze bij de darmen kwamen. Ergens hoopte ik dat de echoscopist zich had vergist, maar de gynaecoloog zei: “Dit zijn inderdaad witte darmen.” Met de gel nog op mijn buik vroeg ze of ik rechtop wilde komen zitten. Ze legde uit dat er drie scenario’s waren. De baby had Down, taaislijmziekte óf ik behoorde tot de vijfentachtig procent die hier voor niets zat. Oftewel: loos alarm. Verder onderzoek was slim, maar we moesten nadenken of we dat wilden. Het ging namelijk om gen-onderzoek én een vruchtwaterpunctie. Die laatste was niet zonder risico’s. Daarnaast moest alles in één week gebeuren, voordat ik vierentwintig weken zwanger was, want daarna zou een eventuele abortus niet meer mogelijk zijn. We kregen een informatiefolder mee en moesten binnen twee dagen beslissen.

Wat moeten we nou?

Thuis zat ik gestrest en huilend op de bank. Stefan probeerde me te troosten, maar hij was net zo geschrokken als ik. Vlak voordat we vertrokken, had de gynaecoloog gevraagd of we wilden nadenken over een begraafplan, voor als we de zwangerschap wilden afbreken. Dit bleef door ons hoofd spoken. Mijn gedachten waren één grote chaos. Ik wilde mijn baby niet kwijt, maar wat als hij taaislijmziekte had? Of nog erger: wat als hij gezond was, maar dood zou gaan door een verkeerde vruchtwaterpunctie? Ik zocht steun bij familie en vrienden, vroeg iedereen om advies. Stefan hield zijn angst en verdriet liever voor zichzelf. Later vertelde hij dat hij de deur van de babykamer had dichtgetrokken, omdat hij het bedje dat daar stond niet kon aanzien. Ook verplaatste hij de kinderwagen, die al klaarstond in de gang, naar zolder.

Nuchtere steun

We besloten twee dagen later om met mijn vader naar het ziekenhuis te gaan voor een punctie. Hij is erg nuchter en zijn realistische houding konden we wel gebruiken. Ook Stefans moeder ging mee voor extra steun. In het ziekenhuis bleken Stefan en ik in de verste verte geen familie van elkaar te zijn: dat was één onderdeel van het gen-onderzoek. De positieve uitslag maakte de kans op taaislijmziekte kleiner. Toen alles gereed werd gemaakt voor de vruchtwaterpunctie, raakte ik in paniek. Waar ben ik mee bezig, dacht ik. Mijn baby is gewoon gezond! Maar de gynaecoloog stelde me gerust en ik wist dat Stefan de zekerheid van het onderzoek nodig had. Terwijl ik op het ziekenhuisbed lag, duwde de gynaecoloog de baby naar boven. Ondertussen prikte hij met een lange naald naast mijn navel. Lieverd, hou je rustig, smeekte ik de baby. De week daarna moest ik plat liggen en mocht ik niets tillen, zodat het gaatje in mijn buikvlies kon helen. Zo zou de kans op een miskraam kleiner worden. Van elk pijntje, prikje of kriebeltje in mijn buik schrok ik. Ik was vreselijk bang voor een miskraam en kon geen hap door mijn keel krijgen.

Drie weken later stond ik in de supermarkt toen ik werd gebeld door een netnummer uit Maastricht. Dat kon alleen maar het ziekenhuis zijn. Ik hapte naar lucht en riep Stefan erbij. Alles bleek goed. Ik behoorde tot die vijfentachtig procent die voor niets in het ziekenhuis was geweest. Ik was zó opgelucht. We kochten taart en belden onze ouders. Iedereen huilde van geluk. Ik besefte: al deze stress was voor niets geweest.

Eindelijk

In de weken daarna probeerde ik het geluk van een zorgeloze zwangerschap terug te vinden, maar ik bleef angstig. Met negenentwintig weken kwam de verloskundige er ook nog achter dat mijn bloeddruk te hoog was. Ik werd twee nachten opgenomen. Daar lag ik dan. Weer geloofde ik niet dat er iets met mijn kind aan de hand was, maar tóch voelde ik stress. Al dat gepieker kon niet gezond zijn voor de baby. Gelukkig werd ik ontslagen uit het ziekenhuis en moest ik mijn bloeddruk bij mijn eigen verloskundige in de gaten houden.

Met negenendertigweken was het dan zover. Finn werd geboren. Terwijl hij op mijn borst werd gelegd, riep ik: “Eindelijk! Daar ben je eindelijk!”Stefan vertelde later dat ik mompelde dat het klaar was met al dat medische gedoe. Finn was prachtig met zijn grote bos rood haar. In de kraamweek genoten Stefan en ik ons helemaal suf. Misschien omdat we beseften dat niets vanzelfsprekend is. En nog steeds zitten we samen soms wel een uur op de grond in Finns kamer, terwijl we kijken hoe hij slaapt. Onze zoon is actief en vrolijk. Hij weet nu al precies wat hij wil. Soms maak ik me zorgen. Dan ben ik bang dat alle stress die ik heb gevoeld tijdens de zwangerschap toch iets bij hem aanricht. Ik begrijp dat zwangere vrouwen uitgebreid in de gaten worden gehouden, maar schieten we daarin niet door? Mijn zwangerschap stond in het teken van een langlopend medisch traject, een punctie die niet zonder risico was én een ondraaglijke keuze, die we helemaal niet hoefden te maken. In plaats daarvan had ik zorgeloos kunnen genieten.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Albertine Otten.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.