Soms gaat het anders
door

‘We zijn zo bang, niemand begrijpt wat er met Lasse aan de hand is’

Als Lasse (nu 8 maanden), de zoon van Wybrich (35) en Hilbert (41) te vroeg wordt geboren, blijkt hij ernstig ziek te zijn. Met spoed wordt hij geopereerd en er wordt een stoma aangelegd. Een spannende tijd, ook voor zijn zussen Lotta (6) en Nykle (3).

‘Het is september, maar ik hoop dat ons oktoberkind nog heel even in mijn buik blijft zitten. Ik ben bijna zesendertig weken zwanger, maar op de een of andere manier voelt het alsof de bevalling niet lang meer op zich laat wachten. Mijn buik voelt anders. We hangen nog snel het regaaltje op boven de commode en gaan lekker slapen.’

Advertentie

Ziekenhuisbevalling

‘Die nacht blijkt mijn voorgevoel te kloppen: ik voel krampen en omdat mijn vorige bevallingen snel gingen, bellen we de verloskundige en de buurvrouw meteen. De laatste pikt twee minuten later onze slaperige kinderen op, de verloskundige komt ook net aan en twijfelt geen moment. Omdat je pas na 37 weken thuis mag bevallen en dit wel eens heel snel zou kunnen gaan, belt ze een ambulance. Weg gedroomde thuisbevalling, hallo ziekenhuisbevalling met systeemplafond en tl-balk. Eenmaal daar komt de verloskundige van dienst enthousiast binnen of ze mijn vliezen mag breken. “Doe maar niet. Ik laat het graag aan de natuur over”, antwoord ik’

Niet samen

‘Niet lang daarna wordt onze Lasse geboren. Tranen van geluk. Armen gevuld met liefde. Ik snuif zijn geur op, de geur van melk en honing. Het liefst laat ik hem niet meer los. Maar daar is de verpleegkundige met een couveuse. Met lege armen en een lege buik blijf ik achter in de verloskamer. Gelukkig loopt Hilbert mee en grijpt hij zijn kans om te buidelen. Een moment voor de mannen onder elkaar. Die avond lig ik alleen, zonder mijn baby, in het ziekenhuisbed. Lasse blijft op de andere afdeling. We mogen niet bij elkaar liggen en daarmee is de kous af.’

Geen zeggenschap

‘Ik kolf me een slag in de rondte en ben als een kind zo blij met elke druppel melk. Volgens de verpleegkundige heeft hij meer nodig en zonder te overleggen geven ze hem kunstvoeding. Het voelt alsof ik de zeggenschap over mijn kind verloren ben. De volgende ochtend komen Lotta en Nykle in het ziekenhuis. Beschuit met muisjes, stralende ogen en een ijsje van een lieve verpleegkundige. Dan is het tijd om hun broertje te bewonderen. Diep onder de indruk, een beetje verlegen kijken ze naar Lasse die met plakkers aan snoertjes van monitoren vastzit. Dan: “Mama, waarom heeft hij allemaal pleisters?”’

Lees ook: Soms gaat het anders: ‘We sloegen met deksels boven de wieg’

Bol buikje

‘Maar dan gaat Lasse achteruit. Hij houdt de voeding niet binnen en zijn buikje wordt boller en boller. Als ik ’s middags lig te rusten, komt de kinderarts binnen. Ze legt rustig uit dat ze Lasse in Groningen beter kunnen onderzoeken. Ze weten nog niet wat er met hem aan de hand is, maar vermoeden een gedraaid darmpakket of een afgestorven darm. Er is een ambulance onderweg met een team medisch specialisten. Zijn situatie is kritiek en we weten niet of hij de reis zal overleven. We mogen nog even naar hem toe om hem een goede reis te wensen. Bij zijn bedje ziet het inmiddels zwart van de witte jassen. Niemand begrijpt wat er precies met hem aan de hand is. Ik kan niet meer stoppen met huilen. We spreken hem moed in en Lasse wordt klaargemaakt voor de reis.’

We zijn zo bang

‘Totaal ontredderd rijden we achter de ambulance aan. In de auto bel ik mijn ouders, schoonzus en een goede vriendin. Hilbert luistert gespannen mee. We hebben behoefte aan houvast en steun van de mensen die ons lief zijn, want we zijn zo bang. Eenmaal in Groningen wordt Lasse naar de neonatologie intensive care gebracht. Toeters en bellen worden aangesloten. Ik warm mijn handen en schuif ze door de gaten van de couveuse. Hij beweegt minimaal, maar voor mij een signaal dat hij mijn warmte voelt. Het restje energie dat ik nog heb stroomt naar hem toe. Ik word daarna opgenomen op de kraamafdeling. Er is een warme maaltijd die ik met tegenzin naar binnen werk. Hilbert schuift de fauteuil uit tot bed en met een slaappil lukt het ons om nog een paar uurtjes te slapen. Lasse is in goede handen, hij ging redelijk stabiel de nacht in.’

Eindelijk vasthouden

‘In de dagen daarna wordt Lasse langzaam beter. Het blijkt dat hij een meconiumplug had. Een opstopping in de darmen waardoor hij zijn ontlasting niet kwijt kon. Deze wordt verwijderd en Lasse poept en plast weer normaal. Eindelijk kan ik hem vasthouden en de warmte geven die hij zo nodig heeft. We worden overgeplaatst naar de verpleegafdeling en een paar dagen later mag hij zelfs naar de kraamafdeling. Voorzichtig wordt er over ontslag gesproken.’

Opnieuw ziek

‘Maar dan, vanuit het niets, wordt hij kanariegeel. Hij poept niet meer en houdt zijn kaken stijf op elkaar als hij mag drinken. ’s Nachts steunt en kreunt hij. De verpleegkundige doet het af als darmkrampjes. Wij weten beter. Dit klopt niet. Als we ’s ochtends zien dat zijn buikje steeds boller wordt, sprint Hilbert naar de verpleging. Er moet een arts komen. Nu! Die is er snel. Lasse wordt met spoed naar de intensive care gereden. Er wordt een foto gemaakt. Daarop is te zien dat er een gaatje in zijn darm zit. Daardoor loopt er lucht en ontlasting in zijn buikholte: levensgevaarlijk.

De chirurg wordt erbij geroepen en Lasse wordt op de spoedlijst gezet. De eerstvolgende vrije operatietafel is voor hem. Zodra die vrij is, volgen er drie lange, bange uren. De bangste uren uit mijn leven. Uit ons leven. We hopen en bidden dat hij bij ons mag blijven. Dan gaat de deur open. De chirurg komt binnen, op de voet gevolgd door de anesthesioloog en de neonatoloog. Ze doen verslag. Het gaatje is gedicht, er zijn biopten afgenomen en er is een stoma aangelegd. Het maakt me allemaal niet uit, het belangrijkste is dat Lasse leeft.’

Slapen en waken

‘De dagen daarna bestaan uit het monotone gebrom van de kolfmachine en bezoekjes aan de IC. De roze kraamwolk is uiteen-gespat. Hoe anders had ik me dit voorgesteld. In plaats van beschuitjes eten in het grote bed zijn Lotta en Nykle uit logeren. Ik heb ze al meer dan een week niet gezien. En dat terwijl ze nooit langer dan een nachtje van huis zijn geweest. Ze hebben een fijn logeeradres, maar toch. In de week die volgt mag Lasse opnieuw naar de verpleegafdeling. Langzaam wordt de spaghetti aan kabeltjes afgebouwd. Hij wordt sterker. Je ziet het aan zijn gezicht en bewegingen. Om beurten slapen en waken we naast zijn bedje. Overdag worden we opgeleid tot stomaverpleegkundigen. Ik raak vertrouwd met het litteken dat dwars over zijn buikje loopt. Het snijdt dwars door mijn ziel. Maar ik weet tegelijk: het is zijn redding geweest.’

Lees ook: Alles wat je moet weten over het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS)

Eindelijk poepen

Eindelijk mogen we naar huis. Met zijn vijven moeten we in een nieuw ritme komen. Dat is lastiger dan gedacht, want hoe geef je alle kinderen evenveel aandacht als je een premature baby met een stoma moet verzorgen? Hilbert en ik zijn uren bezig met Lasse, omdat het materiaal van de stoma niet goed blijft zitten. We moeten hem steeds weer wassen na ongelukjes en daarnaast moeten we zijn litteken uitgebreid behandelen met zalf. Ondertussen slapen Lotta en Nykle slecht. Ze worden vaak wakker met paniekaanvallen, omdat ze bang zijn dat wij zijn verdwenen. De situatie is ook voor hun stressvol geweest.

Blij bij volle luiers

Na vijf maanden ontstaat er lucht. Met een hersteloperatie wordt Lasses stoma opgeheven. Hij kan zelf poepen en bij elke volle luier ben ik als een kind zo blij. Terwijl alle drie de kinderen samen in bad zitten, spetterend en kletsend, besef ik dat alles weer normaal is. Als Lasse huilt, rennen Lotta en Nykle naar me toe. Ze kunnen er niet tegen als hij verdrietig is. Ze zijn gek op hem en knuffelen hun broertje graag. Soms word ik weer even overvallen door angst. Hoe zal het gaan als Lasse straks vaste voeding gaat eten? Kunnen zijn darmen dat aan? En zal hij in de toekomst last krijgen van zijn litteken? Maar dan kijk ik naar Lasse en zie ik dat hij gezond is. Nu is alles goed.’

Dit artikel is eerder verschenen in de rubriek ‘Soms gaat het anders’ in Ouders van nu Magazine – Auteur: Albertine Otten, Beeld: Shutterstock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.