wel of niet werken met kind
door

Wel of niet werken als je moeder bent?

Blijf je thuis bij je baby, dan vinden mensen het zonde van je opleiding. Ga je na drie maanden weer fulltime naar kantoor, dan had je net zo goed géén kind kunnen krijgen. Wat je ook kiest: het is niet snel goed.

Werk en moederschap combineren is misschien wel het grootste en meest beschreven ‘ouderprobleem’ dat er is. Hoe regel je het? Stop je met werken, ga je thuiswerken of minder uren draaien? Kies je voor dat laatste, dan krijg je steevast te horen dat het ‘zonde van je carrière’ is. Doe je het tegenovergestelde, dan krijg je dáár weer kritiek op. Want: waarom heb je dan kinderen genomen? Neem je kinderopvang af, en zo ja, hoeveel? Gaan jullie het fiftyfifty doen? En wie blijft er dan thuis als de baby ziek is?

Advertentie

Moet je niet eens aan ’t werk

Nederlandse vrouwen zijn al heel lang kampioen deeltijdwerken, ze werken het minst aantal uren van alle Europese vrouwen. Tegelijkertijd werken er wel veel vrouwen in deeltijd, want thuisblijven is net als fulltime werken niet gewoon onder Nederlandse vrouwen. Hoogleraar economie Janneke Plantenga van de Universiteit Utrecht: ‘Ik heb veel onderzoek gedaan naar economische zelfstandigheid en economische verschillen op de arbeidsmarkt. Dat deeltijdwerken van vrouwen in Nederland is heel dominant. Al twintig jaar werken vrouwen gemiddeld 26 of 27 uur. Dat is de norm.’ En als je van de norm afwijkt, kun je op kritiek rekenen.

Zo kreeg Romy Boomsma – de vrouw van Arie – een storm van kritiek over zich heen toen ze bekendmaakte dat ze voorlopig niet ging werken, maar graag voor haar (inmiddels drie) kinderen thuis wil zijn. Ze schreef erover in haar Vogue-column. ‘“Zo, en moeders is inmiddels weer aan het werk?” werd mij gevraagd toen mijn man en ik drie maanden na de geboorte van Bobby op het consultatiebureau waren voor een check. Toen ik nee antwoordde en eraan toevoegde dat dit de komende jaren ook niet het geval zou zijn, bleef de consulente me aanstaren en was ik me voor het eerst bewust van de reactie die je kunt krijgen als je ‘fulltime moedert’. Er zit een oordeel in.’ Vooral van vrouwen kreeg Boomsma kritiek, en uit feministische kringen: het zou niet geëmancipeerd zijn om thuis te blijven en afhankelijk te zijn van het inkomen van je man. Maar waarom kun je niet bewust besluiten om een paar jaar niet of minder te werken? Het is toch juist feminisme om daar zelf over te beslissen?

Eerlijk delen

Dezelfde keuze maakte Ellen, die twee kinderen heeft (2 en 4). Voordat ze kinderen kreeg, werkte ze fulltime als presentatrice en actrice, en ook haar man werkt in de evenementenbranche. ‘We vonden het belangrijk dat er een goede financiële basis zou zijn voordat er kinderen kwamen, juist zodat ik ze niet meteen naar de crèche zou hoeven brengen.’ Haar plan is gelukt: de kinderen zijn hun eerste levensjaar niet naar opvang, opa’s of oma’s gebracht. Inmiddels is ze weer aan het werk, maar niet vijftig uur, zoals voorheen. Van het thuiszitten heeft ze geen moment spijt gehad: ‘Mensen zeiden: “Werken is zo fijn, hoe kun je alle dagen thuiszitten met kinderen?!” Maar ik vond het juist fijn dat ik mijn kinderen kon leren kennen. Ik geloof in natuurlijk ouderschap en in de tijd hebben om een kind te volgen, samen aan een veilige basis te werken.’

Ook Lisa ging minder werken, maar pas na de derde. ‘Ik werkte altijd 32 uur per week, vaak meer.’ Na de laatste baby, die afgelopen september werd geboren, zou ze drie dagen per week gaan werken, maar het liep anders. ‘Ik belandde in het ziekenhuis met een ontsteking, ik was echt op. En toen bedachten we: niemand heeft er iets aan als ik overwerkt ben. Ik was zelfs te moe om nog ambitie te hebben.’ Ze werkt nu twee dagen, en vanwege corona is dat nog minder geworden. ‘Ik was altijd aan het overleven, ik wilde een keer rust. Maar ik begrijp wel hoe ‘precair’ deze keuze om weinig te werken is, en dus financieel afhankelijk te zijn.’ Soms vindt ze dat lastig, op andere momenten geniet ze ervan. ‘Ik kan eindelijk eens moeder zijn, tijd ervoor nemen. Als ik tweeverdieners zie worstelen met een gelijke verdeling, ben ik daar niet jaloers op. Behalve op het financiële aspect.’

Lees ook: tips voor het vinden van een goede balans tussen werk en privé.

Typisch Nederlands

Toch zijn er genoeg vrouwen die een heel andere keuze maken. Martine werkte fulltime door tijdens haar zwangerschap, en na drie maanden kraamtijd stapte ze weer in haar fulltimebaan, als hoofd communicatie en marketing bij een sportbond. Haar zoon gaat vier dagen naar de opvang en één dag naar haar schoonouders. ‘Ik krijg er veel kritiek op, zelfs van mensen die dicht bij me staan. Maar ook van onbekenden, als ik bijvoorbeeld iemand spreek op een bijeenkomst. Veel vrouwen maken een andere keuze. Toch staat ze honderd procent achter haar eigen keuze. ‘Ik wilde niet minder werken. Ik vind mijn werk leuk en ik wil er graag in groeien. En ik voel me ook niet schuldig: mijn kind is een heel leuk jongetje, heel sociaal. Veel mensen geven af op de kinderopvang, maar ik ben er altijd heel blij mee. Mensen zeggen: het is zielig. Maar hij is enig kind – hele dagen alleen thuiszitten bij zijn moeder, dát is pas zielig.’

Soms vindt ze het irritant dat mensen er zo’n mening over hebben. ‘Nederland is trouwens het enige land waar het abnormaal is om je kind vier of vijf dagen naar de opvang te brengen.’ In Nederland is het gebruikelijk om twee of drie dagen opvang af te nemen. In de landen om ons heen is vier of vijf dagen de norm. ‘Het is een heel Nederlands patroon,’ reageert Janneke Plantenga. ‘Wij Nederlandse vrouwen waren laatkomers op de arbeidsmarkt. In de jaren tachtig kregen vrouwen de kans om deeltijd te werken, en dat is eigenlijk nooit veranderd. Onze zorginfrastructuur, dus verlof en kinderopvang, is daar ook op ingericht. Dat betekent automatisch dat de moeder vaak verantwoordelijk is voor de dagelijkse zorg voor het kind. Mannen werken nog steeds massaal in voltijd, vrouwen in deeltijd. In geen enkel ander land is het aantal uren dat mannen en vrouwen werken zo verschillend.’

Ook interessant: Dit kun je beter niet zeggen tegen een werkende ouder

Drukke vaders

‘Mijn generatie is geëmancipeerder dan de generaties van mijn vader en opa: het is tegenwoordig heel normaal dat vaders de kinderen verschonen, naar school brengen en voor ze koken. Ik wilde ook echt een ander soort vader zijn: gelijkwaardiger. Geduldiger,’ schreef Rutger Lemm onlangs in zijn artikel Van prinsje naar papa – de wording van mijn vaderschap in Volkskrant magazine. Ruim de helft van alle stellen neemt zich voor om taken gelijk te verdelen als er een kind komt, maar uit de Emancipatiemonitor 2018 blijkt dat het slechts een op de vijf stellen lukt.

Uiteindelijk is het toch de vrouw die minder gaat werken, die thuisblijft als de kinderen ziek zijn, de luiervoorraad in de gaten houdt of bedenkt dat de crèche moet worden afgebeld voor een vakantieperiode. Plantenga: ‘Het is kwetsbaar, een ongelijk model. Daarom heeft het ook consequenties: als het huwelijk of de relatie strandt, staan vrouwen er financieel en qua pensioenopbouw vaak slechter voor dan mannen.’ Moderne mannen die ook nog goed willen vaderen, hebben het ook loeidruk, voegt ze toe: ‘We zien dat in Nederland jonge mannen het druk hebben: ze werken vaak voltijd, maar willen daarnaast óók tijd met hun kind doorbrengen, ’s avonds boekjes voorlezen of brengen en halen van de crèche.’

Waar is de support?

Toen Simone kinderen kreeg, was ze 25. Ze had nog geen tijd gehad om aan haar carrière te werken, en wilde dat nog wel doen. Nu heeft ze eigen horecaondernemingen en werkt ze zo’n zeventig uur per week. Haar man werkt ook, maar doet het meeste met hun twee zoons. ‘Mijn man zegt weleens dat hij het zwaar vindt, met de kinderen. Daardoor wordt er veel over ons geroddeld, zelfs in onze vrienden- en kennissenkring. Mensen vinden dat ik te hard werk, te veel aan mezelf denk, dat ik er niet genoeg voor de kinderen ben.’ Of het jaloezie is of onbegrip, weet ze niet. ‘Maar als ik wel met mijn kinderen ben, ben ik er met mijn volledige aandacht. Het gaat voor mij niet om de frequentie, maar om de kwaliteit.’ De kritiek doet haar weleens pijn: ‘Ik werk ontzettend hard, de overige tijd spendeer ik met de jongens. Dan zou je wel graag willen dat mensen je aanmoedigen, of steunen. Niet dat ze je het verwijten.’

Plantenga, die zelf ook meer dan fulltime werkt, maar toen haar dochter klein was vier dagen werkte: ‘Ik geloof dat je niet iedereen in een mal moet duwen. Niet iedereen kan of hoeft veertig uur te werken. Deeltijd heeft grote voordelen. Bovendien: het ene kind gedijt beter op een kinderopvang dan het andere. Sommige kinderen slapen slecht – het kan een uitputtingsslag zijn als je dan steeds ‘door moet’ voor je carrière. Aan de andere kant kan werken ook rust en structuur bieden.’ Wel hoopt ze dat er wat meer gelijkheid ontstaat. ‘Ik vind het zorgelijk dat het aantal uren dat mannen en vrouwen werken zo ongelijk is verdeeld.’

Lees ook: Werkende moeders ervaren 40 procent meer stress (en dat is niet goed) 

Jouw keuze

‘Zodra ik taken van mijn vriendin begon over te nemen, kreeg zij de kans om ruimte voor zichzelf te claimen – hoewel dat voor haar ook nog oefening vergt. Als zij ontspant, is dat goed voor ons allemaal,’ schreef Rutger Lemm over zijn relatie en zijn vaderschap, dat zich langzaam ontwikkelde. En zo mag iedereen het zelf weten, zelf kiezen, zelf leren, gaandeweg. Je ontdekt wat bij de situatie past, wat bij jouw kinderen past, of bij jouw eigen waarden. Overleg, wees niet te kritisch, niet op jezelf en zeker niet op anderen. Want je weet nooit precies wat hun afwegingen zijn. Het blijft toch schipperen. Het is niet snel goed. Of, heel misschien, is het juist allemaal wel goed.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Pauline Bijster, beeld: istock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.