Secondary drowning: bijna verdronken

Secondary drowning: vooral Amerikaanse media waarschuwen ervoor, maar ook in Nederland duikt deze term steeds vaker op. Wat is secondary drowning precies en hoe gevaarlijk is het?

Wat is secondary drowning?

De term secondary drowning komt uit de jaren ’80, maar officieel wordt hij nu niet meer gebruikt. Na onderzoek naar verdrinking heeft de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) bepaald dat je alleen kunt spreken van verdrinking en bijna-verdrinking. Bij secondary drowning verdrinkt een kind bijna, maar overleeft hij het op het nippertje. Het lijkt goed te zijn afgelopen, maar na een paar uur krijgt hij toch nog (ademhalings)problemen.

Wat is het probleem bij secondary drowning?

De problemen ontstaan doordat het kind water in zijn longen heeft gekregen. In de longen zitten longblaasjes en daarop zit een soort coating om te zorgen dat ze gemakkelijker opengaan. Je kunt het effect vergelijken met hoe een ballon werkt. Als je een nieuwe ballon pakt, moet je eerst heel hard blazen. Heb je dat beginnetje gehad, dan kost het opblazen een stuk minder moeite. Zonder die coating zijn de longblaasjes als een nieuwe ballon. Als er water in de longen komt, kan de coating van de longblaasjes een beetje weggewassen worden en de cellen die de coating maken kunnen kapot gaan. Daardoor krijgt het kind moeite met ademen.

Hoe groot is het risico op deze problemen?

Als een kind onder water komt, knijpt de toegang tot de longen zich reflexmatig dicht. Pas als je langer onder water blijft, gaat de toegang open en kan er water in de longen komen. Valt je kind dus in het water en gaat hij even kopje onder, dan is de kans klein dat er water in zijn longen is gekomen. Ook als hij even flink moet hoesten na het boven komen, is er geen probleem. Hij kan namelijk wel water in zijn mond en keel krijgen. Pas als je kind langer onder water is geweest wordt het risico groter. Dat is eigenlijk alleen het geval bij een serieuze bijna-verdrinking. Het loopt dan maar net goed af en misschien heeft het kind zelfs een tijdje niet geademd.

Wanneer moet ik een dokter inschakelen?

Is je kind langere tijd onder water geweest en heeft hij het net gered, dan moet je altijd medische hulp inschakelen. Signalen die erop kunnen wijzen dat je kind water in zijn longen heeft gekregen zijn dat hij blijft hoesten, tot lang na het ongeval. Ook extreme vermoeidheid of lamlendigheid is iets om op te letten. De meeste kinderen zijn na het zwemmen wel wat vermoeid, maar als je kind zich echt anders gedraagt dan normaal is dat een reden om aan de bel te trekken. Twijfel je? Dan kan het nooit kwaad om de dokter te bellen voor advies.

Hoe kun je secondary drowning voorkomen?

Verdrinking is de eerste doodsoorzaak bij kinderen onder de 5 jaar. Om ongelukken te voorkomen is goed opletten het belangrijkst. In de zomer zijn ouders zich meestal bewust van de gevaren, maar ook in andere seizoenen kan er een ongeluk gebeuren. Denk aan een emmer die nog in de tuin stond en zich heeft gevuld met regenwater. Een klein kind kan daar in vallen en verdrinken. Ook bij oudere kinderen is het oppassen geblazen. Het hebben van een zwemdiploma sluit risico’s niet uit. Oudere kinderen doen vaak wilde spelletjes in het water en hebben niet altijd door wanneer het gevaarlijk wordt. Houd daarom ook oudere kinderen in de gaten als ze in het water spelen.

Met dank aan kinderarts Fieke Slee en chirurg Marielle Vehmeijer, auteurs van het boek Pas op, kijk uit! Voorkom de meest voorkomende kinderongevallen.