angst voor dieren

Angst voor honden, katten of andere dieren

Gaat je kind huilen als er een hond bij hem in de buurt komt? Dan kan het zijn dat hij angst voor dieren heeft. Hoe moet je omgaan met deze angst?

Nare ervaring

Het komt geregeld voor dat kinderen tussen de 2 en 4 jaar bang zijn voor bepaalde dieren, bijvoorbeeld honden of katten. De angst voor dieren begint vaak door een nare ervaring met dieren. Het kan zijn dat je kind erg is geschrokken omdat een hond plotseling hard naar hem heeft geblaft, of omdat hij een keer is gestoken door een wesp. Je kind kan behoorlijk in paniek raken, wanneer hij het dier ziet. Het kan ook zijn dat één van de ouders bang is voor een bepaald dier. Wanneer jij bijvoorbeeld bang bent voor spinnen, kan je kind dit gedrag overnemen.

Plotseling angst voor honden

Je kind kan bang zijn voor de hond die naar hem heeft geblaft, maar hij kan ook ineens bang zijn voor alle honden. Het kan zelfs zo zijn, dat hij bij het zien van een afbeelding van een hond al angstig is.

Tips bij angst voor dieren

  • Neem de angst van je kind altijd serieus.
  • Kinderen die bang zijn voor bepaalde dieren weten vaak niet waarom deze dieren doen zoals ze doen. Leg het gedrag van het dier daarom rustig aan je kind uit.
  • Laat je kind van een afstandje rustig in contact komen met het dier waar hij bang voor is. Ga niet over de grens van je kind heen en vraag rustig waar hij precies bang voor is.
  • Maak gebruik van de fantasie van je kind. Zo kan een knuffel je kind beschermen of een liedje hem helpen wanneer hij bang is.
  • In de meeste gevallen gaat de angst vanzelf weer over. Maar wanneer de angst niet overgaat, kun je eens met de huisarts gaan praten.