Moeilijke eters: als je peuter niet wil eten

Moeilijke eters: als je peuter niet wil eten

Ken je dat, zo’n kleintje dat na de borst- of flesvoeding zonder problemen overstapt op hapjes van een lepel, alles eet, maar daar dan opeens mee stopt? Na één of anderhalf jaar spuugt en smeert hij alles uit, en lust ineens bijna niks meer. Kinderpsycholoog Tischa Neve legt uit hoe dit komt.

Mijn kind wil niet eten, wat nu?

Je bent niet de enige. Zo tussen de één en twee jaar is de kans groot dat je altijd lekker etende kind verandert. Wat hij lustte is ineens niet lekker meer, hij is stout aan tafel en wil geen nieuwe dingen meer proeven. De eetstrijd kan beginnen! Wat maakt nou dat die omslag er ineens is?

Minder groei

Omdat een kind in het eerste levensjaar heel hard moet groeien, heeft het ook veel voedingsstoffen nodig. Maar tussen de één en twee jaar groeien jonge kinderen veel minder hard dan daarvoor. En dus heeft je kind gewoon minder voeding nodig dan in het eerste jaar.

Zelfbewustzijn

Maar er is meer rond die leeftijd dat voor een eetstrijd kan zorgen. Rond de leeftijd van één jaar beginnen kinderen hun zelfbewustzijn te ontwikkelen. Ze beginnen te beseffen dat ze individuen zijn, die los van hun ouders bestaan. Ze starten met kruipen en daarna met lopen, wat hun leefwereld aanzienlijk vergroot en waardoor ze het gevoel hebben dat ze minder ‘afhankelijk’ van hun ouders zijn.

Machtsstrijd

Dat besef is het begin van de ontwikkeling van een eigen willetje. Ik ben ik, en ik wil dit niet of juist wel. En weet je wat, ik vind broccoli eigenlijk helemaal niet lekker! Dit doet hij niet bewust, maar dat is wat er gebeurt als jouw kind opeens begint te roepen en huilen dat hij iets niet lust, terwijl hij dat altijd lekker heeft gevonden. Hij krijgt door dat hij invloed heeft op zijn omgeving en gaat dat eens lekker testen. ‘Als ik niet eet of troep maak, komt er een reactie van mijn papa en mama! Dat is leuk!’

Als een kind in deze fase zit, zijn er drie gebieden waarop hij het altijd van zijn ouders wint:Als een kind in deze fase zit, zijn er drie gebieden waarop hij het altijd van zijn ouders wint:

  • Slapen: ouders kunnen hun kind in bed leggen en zeggen dat hij moet slapen, maar hij bepaalt toch echt zelf of hij in slaap valt.
  • Zindelijkheid: ze kunnen hun kind op een potje of wc zetten, maar als hij niet plast of poept kan geen ouder daar wat aan veranderen.
  • Eten: ze kunnen van alles in de mond van hun kind stoppen, maar hij bepaalt zelf of hij het doorslikt.

Op deze drie punten kan macht dus een rol spelen en daardoor zijn het dé opvoedgebieden bij jonge kinderen waarop vaak strijd ontstaat. Want ze winnen het van je…

Eetdagboek bijhouden

Heb je het idee dat je kind echt weinig eet, schrijf dan eens alles op wat hij op een dag binnenkrijgt.

tip

Neofobie

Zo tegen de twee jaar begint bij kinderen een zogenaamde neofobie: een afkeer van nieuwe en dus onbekende eetwaren. Je kind gaat op zoek naar zekerheid en wil geen risico’s (meer) nemen door dingen te eten die hij niet kent. Je kind wil weten wat hij naar binnen werkt, want dat is een geruststelling. Tussen de vier en zeven jaar is deze neofobie op zijn hoogtepunt.

Tips waardoor ook die ‘minder lekkere’ groenten een stuk beter te behappen worden:

  1. Straf je kind niet als hij zijn bord niet leeg eet

    ‘Dan krijg je ook geen toetje’. Bijna alle ouders roepen het wel eens als hun peuter zijn eten niet wil opeten. Straf kan juist zorgen voor afkeer. Je kind koppelt een negatief gevoel aan gezond eten. Dat is nou net niet de bedoeling. Maak er ook geen circus van door te applaudisseren als je peuter een hap van zijn eten neemt of zijn bord leegeet. Leer je kind dat je avondeten opeten heel normaal is.

  2. Laat je kind bepalen hoeveel hij eet

    Maar dan eet hij niks? Maak je geen zorgen. Het is niet erg als je kind een poosje wat slechter eet. Het is zelfs bijna te verwachten, zodra het woord ‘nee’ zijn intrede doet in de peuterfase. Door je kind eten op te dringen, leert hij niet te luisteren naar zijn gevoel van vol zitten. Dat is juist belangrijk en kan later zelfs overgewicht voorkomen. Zolang je kind goed groeit en levendig is, krijgt hij echt genoeg binnen.

  3. Kleine porties op een vakjesbord

    Het ‘eet je bord leeg-principe’ is dus niet zo verstandig. Wat dan wel? Zet kleine hoeveelheden voor. Ook een bord met vakjes kan helpen. Eén voor één een vakje leegeten of om en om iets uit elk vakje eten, hoe leuk is dat! Laat je kind ook eens zelf opscheppen. En heeft je kind daarna nog trek? Dan kan hij nog wat meer krijgen.

  4. Eet en drink op vaste momenten

    Ontbijten, lunchen en een warme maaltijd. Juist deze drie vaste eetmomenten zorgen ervoor dat je kind niet de hele dag door wil eten en drinken. Natuurlijk is af en toe een tussendoortje helemaal niet erg. Maar houd het bij maximaal vier keer en net voor het eten liever niet. Ook veel drinken voor het eten kan de maag vullen en een vol gevoel geven.

  5. Verbieden werkt averechts, grenzen niet

    Als je iets wilt en het mag absoluut niet, wil je het juist. Dat geldt voor aardig wat kinderen tenminste. Snoep en koek verbieden werkt dus vaak averechts. Stel wel grenzen. Je kind helemaal vrijlaten en zelf eten uit de kast laten pakken, is ook weer niet de bedoeling. Een bepaalde mate van controle uitoefenen is belangrijk en geef je kind op vaste momenten wat lekkers. Maar niet te veel.

  6. Aan tafel… met z’n allen!

    Verschillende onderzoeken tonen het aan: samen aan tafel eten heeft veel voordelen. Er wordt gezonder gegeten, het is goed voor de taalontwikkeling van kleine kinderen, het zorgt voor een gevoel van saamhorigheid… Kortom, het is goed voor de algemene ontwikkeling en gezondheid van je kind. Toch blijkt het voor drukke gezinnen best een uitdaging te zijn, dat samen eten. De één komt laat uit zijn werk, de ander is vroeg in de ochtend al vertrokken. Probeer op de momenten dat het kan, het in elk geval te doen. En anders: plan vooruit, kook in grote hoeveelheden en vries porties in voor later. Zo creëer je toch tijd om samen te eten.

  7. Goed voorbeeld doet goed volgen

    Eet je een koekje, grote kans dat je peuter dat ook wil. Je kind wil na-apen, zeker op deze leeftijd. Dus neem iets vaker fruit en groenten als tussendoortje, dan wil je kind dat ook. Zeg je zelf dat je iets vies vindt, dan neemt je kind dat over. Je kind kijkt naar jouw gedrag; wat en wanneer je eet. Als je de hele dag door eet, is de kans groot dat je kind dat normaal vindt en straks ook doet.

  8. Meehelpen, kijken en leren

    Een ei pellen, groenten en fruit wassen of brood smeren: het is een makkie, ook voor de allerkleinsten, en hartstikke leerzaam. Je kunt zelf inschatten waar je kind al bij kan helpen in de keuken. Neem hem ook mee met boodschappen doen. Allemaal manieren om je kind op een goede manier met eten bezig te laten zijn. En als hij samen met jou een maaltijd heeft gemaakt, dan wil hij vast wel zelf proeven en opeten? Misschien heeft hij al wat groente gesnaaid tijdens het wassen. Dat heeft hij dan al mooi binnen!

Tischa Neve

Kinderpsycholoog

Tischa Neve is kinderpsycholoog, en opvoedkundige, moeder van Dim en pleegmoeder. Sinds het opvoedtv-programma Schatjes (2006) waarin zij ouders coachte, richt zij zich met Groot&klein en Opvoedcursussen op het inspireren en ondersteunen van ouders en professionals bij de opvoeding en het grootbrengen van kinderen.