weeën

Alles over weeën

In de laatste weken van je zwangerschap voel je waarschijnlijk af en toe al ‘iets’ wat op het begin van de bevalling lijkt. Dit kunnen harde buiken zijn, maar ook al de eerste echte weeën. Hoe herken je die eerste echte wee? En welke soorten weeën zijn er?

Wat is een wee?

Als je vliezen zijn gebroken of als je weeën op gang komen, gaat de bevalling beginnen. Onder invloed van hormonen trekt je baarmoeder samen als de bevalling gaat beginnen. Zo’n samentrekking heet een wee en kan behoorlijk pijn doen. Weeën zorgen dat je baarmoedermond steeds verder opengaat en je baby als het ware naar buiten wordt gedrukt.

Advertentie

indalen baby
Indalen van de baby

De fases van de bevalling

Hoe snel een bevalling gaat, verschilt per vrouw en ook of het je eerste bevalling is. Wel heeft elke bevalling heeft vier fases:

  1. De eerste fase of ontsluitingsfase
    In de eerste fase of ontsluitingsfase wordt je lichaam klaargemaakt voordat het echte werk gaat beginnen. De ontsluitingsfase begint met het verweken en verstrijken van de baarmoedermond onder invloed van hormonen, weeën en de druk van de hoofd van je baby. Het eerste deel van de ontsluitingsfase wordt ook wel de latente fase genoemd. Je voelt onregelmatige en korte samentrekkingen van je baarmoeder.
    Zijn dit de eerste weeën? Die samentrekkingen zorgen ervoor dat de baarmoeder zich omvormt van een stug orgaan (om je baby te beschermen) naar een soepel orgaan (om je baby los te laten). Sommige vrouwen kunnen nog even slapen of doorgaan waar ze mee bezig zijn. Het kan nog wel een tijdje duren voor de ontsluiting doorzet, maar het kan ook plotseling heel snel gaan.
  2. De tweede fase of uitdrijvingsfase
    Aan het eind van de ontsluitingsfase heb je volledige ontsluiting: de baarmoedermond is zo ver open dat het hoofd van de baby erdoorheen past. Hiervoor wordt tien centimeter ontsluiting aangehouden. De baarmoedermond en het geboortekanaal zijn nu één geheel, de weg naar buiten is vrij. De weeën veranderen: je krijgt er persdrang bij. Dit is het reflex van je lichaam om je baby naar buiten te duwen.
    Persdrang ontstaat wanneer het hoofd van je baby zo laag zit, dat het vanbinnen tegen het rectum duwt. Het is een aandrang die je niet kunt stoppen. Vrouwen vergelijken het met het gevoel dat je nodig moet poepen. Hier lees je meer over persen tijdens de bevalling.
  3. De derde fase of nageboortefase
    Na de bevalling ligt je baby bij je op je borst. Je placenta moet nog wel worden geboren. Na de geboorte van je baby trekt je baarmoeder meteen samen. Hierdoor komt de placenta los van de baarmoeder. Is de placenta helemaal los? Dan duwt de verloskundige of gynaecoloog een beetje op je buik, terwijl jij nog een keer perst. Als er zachtjes aan de navelstreng wordt getrokken, wordt de placenta geboren. Je krijgt opnieuw één of meerdere weeën, waarbij je vaak een beetje moet meepersen.
  4. De vierde fase of het natijdperk
    De eerste twee uur na de geboorte van de placenta en de vliezen heet het natijdperk. Er is dan extra zorg voor moeder en baby en er worden verschillende controles gedaan. Na je bevalling kun je nog een paar dagen last hebben van buikkrampen: de naweeën. Je baarmoeder wordt daarmee telkens iets kleiner. Zo krijgt hij de oorspronkelijke vorm weer terug.

Weeën herkennen

Wanneer je de eerste echte wee krijgt, is moeilijk te zeggen. Je hebt meestal eerst voorweeën, die overgaan in ontsluitingsweeën. Bij de één gebeurt dit na een uur, bij de ander pas na een dag. Hoe herken je die eerste weeën?

  • Een echt wee komt regelmatig en wordt langzaam sterker. In het begin kan dat om de 10 minuten zijn, aan het eind van de bevalling elke 3 minuten, elke 2 minuten of zelfs nog sneller na elkaar.
  • Een echte wee heeft meestal een duidelijk begin en een duidelijk einde. Dat is anders dan menstruatiepijn, die vaak langdurig en zeurderig kan zijn. Een wee komt en gaat als een golf. Als een wee is weggeëbd, voel je meestal niets meer, tot de volgende zich aandient.
  • Een echte wee begint meestal zachtjes, neemt toe, bereikt een hoogtepunt, neemt af en zakt langzaam weg.
  • Een echte wee zorgt ervoor dat de ontsluiting op gang komt. De voorweeën deden het voorbereidende werk, die maakten de baarmoedermond soepel en dun. Echte weeën openen de baarmoedermond.

Lees meer: Zo voelt een wee echt

Verschillende soorten weeën

Er zijn verschillende weeën. De eerste weeën waarmee je te maken kunt krijgen, zijn indalingsweeën of voorweeën. Deze weeën bereiden je lichaam voor op de bevalling. Wat voor soort weeën zijn er nog meer?

In de laatste weken van je zwangerschap voel je waarschijnlijk af en toe al ‘iets’ wat op het begin van de bevalling lijkt. Dit kunnen ‘harde buiken’, indalingsweeën of voorweeën zijn: kleine samentrekkingen van de baarmoeder.

  1. Valse weeën of harde buiken
    Dit type weeën begint al in de zesde week van de zwangerschap, maar dan kun je ze nog niet echt voelen. In het laatste trimester van je zwangerschap maar al te goed. Je buik kan dan plotseling hard en gespannen aanvoelen. Niet alle vrouwen voelen deze valse weeën, die ook wel Braxton Hicks-weeën of harde buiken worden genoemd.
  2. Voorweeën
    Je baarmoeder maakt zich klaar voor de bevalling en oefent alvast met de weeën. Voorweeën, ook wel oefenweeën genoemd, zijn nog niet regelmatig. De ene dag voel je helemaal niets en de andere dag heb je regelmatig last van harde buiken. Voorweeën kunnen als menstruatiepijn aanvoelen, een zeurderig gevoel. De andere keer voel je een flinke pijnscheut.
  3. Indalingsweeën
    Indalingsweeën worden veroorzaakt door het indalen van je baby in je bekken. Het hoofdje van je baby daalt in je bekken en komt daar vast te liggen. Deze weeën voelen aan als menstruatiepijn of een stekende pijn in je lies. Sommige vrouwen hebben nergens last van.
  4. Ontsluitingsweeën
    De bevalling begint pas echt bij een ontsluitingswee. Deze weeën beginnen langzaam en worden langzaam steeds sterker. De baarmoeder wordt zo klaargemaakt voor de geboorte. Ontsluitingsweeën voel je niet alleen in je buik, maar soms ook in de rug en/of benen. De weeën komen om de 3 à 4 minuten en houden ongeveer een minuut aan. Je verloskundige checkt tijdens deze weeën hoe ver je ontsluiting inmiddels is. Dit heet toucheren.
  5. Buikweeën
    De meeste vrouwen hebben tijdens de bevalling buikweeën. Je voelt krampen in je buik. Je kunt deze weeën opvangen door je zoveel mogelijk proberen te ontspannen. Dit doe je door ademhalingsoefeningen te doen of door een warmwaterkruik op je buik te leggen. Hier lees je meer over ademhalingstechnieken (puffen) voor de bevalling.
  6. Rugweeën
    Als de pijn naar je rug straalt, noem je dat rugweeën. Net als bij buikweeën kun je die het beste opvangen door ademhalingsoefeningen te doen of door een kruik tegen je rug aan te leggen. Je kunt ook je partner (of iemand anders) vragen om tegendruk te geven op je rug. Lees meer: Rugweeën herkennen en opvangen
  7. Beenweeën
    Dit zijn nare weeën, omdat je de pijn niet goed kunt opvangen en wegpuffen. Bij beenweeën voel je de pijn doorstralen naar je bovenbenen. Ook hier kun je je partner (of iemand anders) vragen of hij je bovenbenen wil masseren.
  8. Weeënstorm
    Heb jij gedurende tien minuten zes of meer weeën? Dan heb je een weeënstorm en die kan ervoor zorgen dat de ontsluiting van 10 centimeter in korte tijd is geklaard. De bevalling is dan vaak kort, maar heftig.
  9. Persweeën
    Je voelt een enorme druk, alsof je nodig moet poepen en het niet kunt stoppen. Ook persgolven voelen aan als een golf die steeds groter en sterker wordt.
  10. Nageboorteweeën
    De placenta of moederkoek wordt na de geboorte van je kind uitgestoten. Om dit voor elkaar te krijgen, krijg je weer weeën. Dit wordt ook wel de nageboorte genoemd.
  11. Naweeën
    Na de bevalling zorgen naweeën ervoor dat de baarmoeder samentrekt en weer tot normale grootte krimpt. Deze naweeën zijn te vergelijken met heftige buikkrampen. Na een tweede of derde bevalling zijn er meer naweeën nodig om de originele grootte van de baarmoeder te bereiken, omdat de spieren in de buik na elke bevalling wat slapper worden.

Lees meer: Dit is het moment dat je de verloskundige moet bellen

Verschil voorweeën en echte weeën

Wanneer heb je nu een echte wee en wanneer is het ‘alleen maar’ een voorwee? Als je voor het eerst voorweeën hebt, kan je twijfelen. Gaat het dan nu echt beginnen? Toch is het verschil tussen voorweeën en echte weeën duidelijk te voelen:

  • Een echte wee komt regelmatig en wordt langzaam steeds sterker. Voorweeën komen onregelmatig voor.
  • Weeën doen meestal pijn. Een voorwee is dat niet, al kan een voorwee wel vervelend aanvoelen.
  • Een echte wee zorgt ervoor dat de ontsluiting op gang komt. Een voorwee doet dat niet.
  • Voorweeën mogen niet samengaan met bloedverlies en/of vochtverlies.

Lees hier meer over harde buiken tijdens je zwangerschap.

Weeën timen, hoe doe je dat?

Als je denkt dat de weeën regelmatiger worden, is het handig om de weeën te timen. Als de weeën een uur lang om de 3 tot 5 minuten komen en waarbij 1 wee een minuut of langer duurt, is de bevalling vaak begonnen. Er zit 5 minuten tussen het begin van elke wee en je hebt dus 3 tot 4 minuten pauze tussendoor. De weeën worden steeds krachtiger.

TIP: Download een weeën timer app op je smartphone. Je hoeft alleen op ‘start’ en ‘stop’ te drukken en dan zie je hoe lang de weeën duren.

Bij welke regelmaat bel je de verloskundige?

Ben je zwanger van je eerste kindje? Een eerste bevalling duurt zo’n 12 tot 24 uur. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Bel je verloskundige als je elke 3 minuten weeën hebt die 1 minuut aanhouden, gedurende een uur. Ben je al eens eerder bevallen? Spreek dan van tevoren af met je verloskundige wanneer je haar dan kan bellen.

Als dit je eerste bevalling is, dan ontsluit je gemiddeld met 1 centimeter per uur. De eerste 5 centimeter duren vaak wat langer dan de laatste 5 centimeter. De weeën die dan hebt, komen om de 2 tot 4 minuten en duren 60 tot 90 seconden. Ook hier geldt: er zijn uitzonderingen.

Wat als je weeën steeds stilvallen?

Tijdens de ontsluitingsfase kan het gebeuren dat de weeën opeens stoppen. Je kunt je niet meer goed concentreren of je bent afgeleid door iemand die de kamer komt binnenlopen. Je kunt zelf de weeën stimuleren door bijvoorbeeld een andere houding aan te nemen, onder de douche te staan, een stukje te lopen of door een massage. Komen de weeën niet meer op gang? Dan kun je een weeënopwekkend middel krijgen.

Weeën opwekken

Misschien begint jouw bevalling niet spontaan en moet je worden ingeleid. Er kunnen verschillende redenen zijn om een bevalling in te leiden. Dit zijn de meest voorkomende redenen:

Als je wordt ingeleid, worden de weeën opgewekt in het ziekenhuis. Via een infuus krijg je een hormoon dat ervoor zorgt dat de weeën beginnen. Hier lees je meer over een ingeleide bevalling.

Lees meer: 11 tips om op een natuurlijke manier weeën op te wekken

Weeënremmers

Het kan ook zijn dat je bevalling te vroeg begint. Om dit te voorkomen, krijg je weeënremmers (een hormoonpreparaat). Dit kan via een infuus, injecties of door pillen. Weeënremmers krijg alleen je als je weeën krijgt tussen de 24 en 34 weken zwanger bent. Voor 24 weken zwangerschap is het nut van weeënremmers niet bewezen. Na 34 weken kunnen weeënremmers voor de moeder vervelende bijwerkingen hebben. Denk bijvoorbeeld aan hartkloppingen, trillingen, zweten, opgejaagd gevoel, misselijkheid en overgeven. Er zijn verschillende soorten weeënremmers. Je arts beslist welk medicijn voor jou het beste is.

Lees meer: Dit is de reden waarom weeën pijn doen

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Video: In deze video legt verloskundige Karlijn Jansen nog eens uit welke weeën er allemaal zijn

Karlijn Janssen

Verloskundige

Karlijn Janssen is sinds 2010 verloskundige en heeft enkele jaren haar eigen verloskundigenpraktijk gehad. Op dit moment werkt ze bij Geboortecentrum Amsterdam. Karlijn geeft advies en voorlichting aan zwangere vrouwen en hun eventuele partner. Ze specialiseert zich momenteel ook tot echoscopiste. Ze heeft twee zonen.

Contact
Website