ziekenhuisbevalling

Ziekenhuisbevalling: wat heb je nodig?

In Nederland kun je de keuze: thuis of in het ziekenhuis bevallen. Veel vrouwen kiezen voor een ziekenhuisbevalling omdat ze dat een veilig idee vinden. Bij een medische indicatie kun je niet anders dan bevallen in het ziekenhuis. Hoe gaat zo’n ziekenhuisbevalling eraan toe? En wat zijn de voor- en nadelen ten opzichte van thuis bevallen? En wat moet je meenemen?

Wanneer ziekenhuisbevalling

In Nederland kun je in principe zelf kiezen of je thuis of in het ziekenhuis wilt bevallen. Is er sprake van een medische indicatie of andere bijzondere omstandigheden, dan heb je geen keuze en zal je in het ziekenhuis moeten bevallen. Dit wordt een klinische bevalling genoemd. Heb je geen medische indicatie, maar wil je toch graag in het ziekenhuis bevallen, dan heet het een poliklinisch bevalling.

Heb je geen medische indicatie, dan kun je je keuze tot het allerlaatste moment uitstellen. Was je van tevoren van plan poliklinisch te bevallen, maar gaat het thuis allemaal zo vlot dat je niet meer wilt verkassen? Dan hoeft dat ook niet. En had je je heilig voorgenomen thuis bevallen, maar wil je tijdens de weeën toch ineens liever naar het ziekenhuis, dan kan dat ook. Mits je nog vervoerd kan worden natuurlijk.

Voordelen

De keuze voor een thuisbevalling of een poliklinische ziekenhuisbevalling is heel persoonlijk. Dit zijn een aantal voordelen van poliklinisch bevallen:

  • Als het idee om medisch personeel in de buurt te hebben voor jou ontspannend werkt, kan dit een reden zijn om voor een ziekenhuisbevalling te kiezen.
  • In het ziekenhuis kun je gebruik maken van verschillende soorten pijnbestrijding, zoals een ruggenprik. Als jij het een geruststellend idee vindt dat je pijnstilling toegediend kunt krijgen als dit nodig mocht zijn, dan kan dat een positief effect hebben op de bevalling.
  • In het ziekenhuis bevallen is niet veiliger dan thuis. Maar als er een ingreep nodig is, dan is het handig als je al in het ziekenhuis bent. Dan hoef je in elk geval niet te verplaatsen.
  • Als jij naar het ziekenhuis gaat, blijft thuis alles rustig. Dat kan prettig zijn als je al kinderen hebt bijvoorbeeld.

Nadelen

Een ziekenhuisbevalling heeft ook nadelen:

  • De sfeer in een ziekenhuis is minder intiem dan thuis. Door wisselende diensten zullen verschillende mensen je kamer in- en uitlopen. Een verloskamer heeft – hoe gezellig sommigen ook zijn – toch een andere sfeer dan je eigen slaapkamer.
  • Je kan je in het ziekenhuis wat opgejaagd voelen, met name als er veel vrouwen tegelijkertijd aan het bevallen zijn. Het personeel heeft het dan druk en de verloskamer is straks alweer nodig voor de barende na jou.
  • Je zult kort na de bevalling al je kraambed uit moet om de reis naar huis te maken.
  • Voor een poliklinische bevalling betaal je een eigen bijdrage.

Hoe gaat een ziekenhuisbevalling in zijn werk

Als je in het ziekenhuis gaat bevallen, is dat grofweg in vier fases in te delen:

  1. Begin bevalling

    Het eerste gedeelte van de bevalling verloopt hetzelfde als bij een thuisbevalling. Je wacht thuis tot de weeën elkaar gedurende een uur lang om de drie of vier minuten opvolgen. Is het zover dan bel je de verloskundige. Gaat het opeens heel snel, heb je bloedverlies, verlies je troebel vruchtwater of ben je onzeker, dan bel je haar natuurlijk eerder.

  2. Ontsluiting

    De verloskundige komt langs en bepaalt hoe ver je ontsluiting is gevorderd. Bij zes tot acht centimeter ga je meestal naar het ziekenhuis. De verloskundige ‘reserveert’ daar een verloskamer voor je. Is er geen plek in het ziekenhuis van jouw keuze, dan zal ze een verloskamer in een ander nabij gelegen ziekenhuis regelen. Vergeet de vluchtkoffer en het autostoeltje niet op weg naar het ziekenhuis. Een autostoeltje is verplicht, als je je baby na de bevalling mee naar huis neemt in de auto of taxi.

  3. Bevalling

    In het ziekenhuis word je door een verpleegkundige opgevangen die je naar de verloskamer brengt. Je bevalling wordt in het ziekenhuis begeleid door je eigen verloskundige, geassisteerd door een verpleegkundige. Je partner mag de hele tijd bij de bevalling blijven. Zijn er complicaties, dan draagt de verloskundige de bevalling over aan een gynaecoloog, mocht dit nodig zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een vacuüm verlossing of keizersnede. Wil je een ruggenprik of andere pijnbestrijding, dan wordt dit gedaan door een anesthesist.

  4. Naar huis

    Bij een ziekenhuisbevalling ga je, mits je bevalling goed is verlopen en er geen complicaties zijn bij jou en de baby, snel na de geboorte van je kind weer naar huis. Vaak ben je dezelfde dag al thuis, in ieder geval binnen 24 uur. Beval je laat in de middag of avond, mag je vaak nog een nacht in het ziekenhuis blijven, zodat de kraamverzorgster je de volgende dag thuis kan opvangen. Heb je een keizersnede gehad, dan blijf je gemiddeld drie tot vijf dagen in het ziekenhuis.

Medische noodzaak

Een ziekenhuisbevalling met medische noodzaak wordt ook wel een klinische ziekenhuisbevalling genoemd. Een dergelijke bevalling wordt niet door je verloskundige, maar door een gynaecoloog of een klinisch verloskundige van het ziekenhuis begeleid.

De volgende indicaties kunnen ervoor zorgen dat je klinisch moet bevallen:

  • Ligging baby: de baby ligt niet ideaal, in een achterhoofdsligging, maar in een andere houding waar de kans op complicaties groter is. Bijvoorbeeld in een stuitligging.
  • Vroeggeboorte: begint de bevalling voor de 37e zwangerschapsweek beval je in het ziekenhuis. De baby heeft direct na de geboorte extra medische verzorging nodig.
  • Keizersnede: is het nodig de baby ter wereld te laten komen door middel van een (geplande) keizersnede, bijvoorbeeld bij een stuitligging, vindt de bevalling altijd in het ziekenhuis plaats
  • Moeizame eerdere bevalling: hebben er complicaties plaatsgevonden tijdens een vorige bevalling, dan kan het zijn dat een tweede bevalling klinisch wordt.
  • Meerling: bevallingen van meerlingen vinden altijd in het ziekenhuis plaats omdat de kans op complicaties groter is.

Klinische bevallingen gaan anders in zijn werk dan poliklinische ziekenhuisbevalling. Voor een geplande keizersnee ben je bijvoorbeeld op afspraak al in het ziekenhuis en bij een stuitbevalling moet je soms het ziekenhuis bellen bij de eerste tekenen van de bevalling als het geen geplande keizersnede wordt.

Kosten bevalling ziekenhuis

Als een bevalling klinisch is of een medische noodzaak heeft, wordt deze door de zorgverzekeraar betaald. Voor een poliklinische bevalling moet een eigen bijdrage betaald worden van € 333,46. Sommige zorgverzekeraars vergoeden (een deel van) deze eigen bijdrage.

Als er complicaties optreden tijdens de bevalling kan het gebeuren dat een poliklinische bevalling een medische noodzaak krijgt, dan wordt de eigen bijdrage alsnog door de zorgverzekeraar betaalt.

Voorlichtingsavond

De meeste ziekenhuizen organiseren speciale voorlichtingsavonden voor zwangere vrouwen en hun partners. Je neemt dan een kijkje in een verloskamer, krijgt uitleg over de apparaten die er aanwezig zijn en er wordt verteld hoe een ‘normale’ bevalling in het ziekenhuis verloopt. Ook kun je al je vragen op zo’n moment stellen. Een goede manier om meer informatie te krijgen over bevallen in een ziekenhuis en alvast een kijkje op de verlosafdeling te nemen dus.

Nodig bij een ziekenhuisbevalling

☐ Kaart of pas van het ziekenhuis
☐ Verzekeringspapieren
☐ Adressenboekje of -lijst
☐ Foto- en/of videocamera
☐ Telefoon en oplader
☐ Telefoonkaart (in het ziekenhuis mag je je mobieltje in sommige ruimtes niet gebruiken)
☐ Je baby’s eerste kleertjes en eerste knuffel
☐ 2 nachthemden of T-shirts
☐ Warme sokken (voor tijdens de bevalling)
☐ Pantoffels
☐ Onderbroeken (grote!)
☐ Voedings-bh(‘s);
☐ Zoogcompressen;
☐ Makkelijke kleding voor na de bevalling;
☐ Toiletartikelen (tandenborstel, tandenpasta, deodorant, haarborstel, lippenbalsem);
☐ Bril (als je contactlenzen draagt);
☐ Lippenbalsem voor als je droge lippen krijgt;
☐ Boeken en tijdschriften;
Autostoeltje (voor als je baby mee naar huis gaat).