Bevallingsverhaal: ‘Bevallen? Ik heb nog niet eens verlof’

Bevallingsverhaal: ‘Bevallen? Ik heb nog niet eens verlof'

Geen enkele bevalling is hetzelfde. Toch zijn de emoties vaak wel heel herkenbaar. In onze rubriek Bevallingsverhalen vertelt een moeder over haar ervaringen. Dit keer het verhaal van Miranda Lubberdink. Ze bevalt van haar eerste kind. Maar ze is pas 28 weken zwanger.

“Jij hebt nesteldrang,” zeggen ze op het werk. Ik ben als een soort Duracell-konijntje aan het vooruitwerken, terwijl ik nog maar 28 weken zwanger ben.

Licht bloedverlies heb ik de volgende ochtend. De verloskundige denkt aan een blaasontsteking en stuurt me door naar de huisartsenpost, want het is weekend. Vals alarm, maar ik moet wel naar de verloskundige, omdat ik onrustig oog, vindt de huisarts. De verloskundige legt haar hand op mijn buik en ik zie haar ogen heel groot worden. “Jij moet direct naar de gynaecoloog, ik denk dat je nu aan het bevallen bent.”

Een beetje onbenullig staar ik haar aan. Het dringt nog niet helemaal tot me door. Wat bedoelt ze nou? Bevallen? Daar ben ik nog helemaal niet mee bezig, ik heb nog niet eens verlof.

In het ziekenhuis lig ik binnen tien minuten op een bed. Al snel wordt twee centimeter ontsluiting geconstateerd. Met loeiende sirenes gaan we richting een ziekenhuis dat baby’s die eerder dan dertig weken geboren worden, kan opvangen.

Een uur verder en vijf centimeter ontsluiting. Ik vraag toch nog of er een kans bestaat dat mijn baby wel tot het eind van de zwangerschap in mijn buik blijft. Nee, is het antwoord, ze verwachten de baby binnen een week. We krijgen foto’s te zien van te vroeg geboren baby’s en ze vertellen ons wat er na de bevalling precies gaat gebeuren. Ondanks de haastige tocht naar het ziekenhuis voel ik geen paniek.

Weeënremmers krijg ik, via een infuus, dit is om de injecties die ik krijg voor longrijping goed hun werk te laten doen.

Ik lig verkrampt in bed. Moet me zo stil mogelijk houden. Uit bed mag ik al helemaal niet, als er druk op mijn buik komt, kunnen de vliezen breken. Ik schrik wakker van een pijnscheut. Een wee? Geen idee hoe ik deze weg moet puffen, morgen zou mijn zwangerschapsgym beginnen. Mijn vriend is er niet bij, hij slaapt deze nacht in het Ronald mcDonald Huis. De gynaecoloog komt naar me toe en pakt mijn hand vast. Ze helpt me te puffen en stelt me gerust. Tijdens de bevalling hou ik mijn ogen stijf dicht. Bang voor de pijn. Het is nu echt begonnen.

Mijn vriend is gearriveerd en het gaat razendsnel. Nadat de vliezen zijn gebroken, zit ik al bijna op volledige ontsluiting. Ben nu twee uur verder.

“Nog een keer persen, dan is hij er,” zegt de gynaecoloog tegen me. Nu word ik mama, maar waarvan? Zou het wel een mooi kindje zijn? Schiet nog even door me heen. Met een flinke schreeuw en een grote plas urine komt Twan ter wereld. Gelukkig, die longetjes werken prima. Hij is een miniatuurbaby, maar zo prachtig. En hij heeft lekkere bolle wangen. ‘Jij gaat het redden, jochie,’ zeg ik.

Mini-biografie

  • Naam: Miranda Lubberdink is samen met Bas Berfelo, ze zijn de ouders van Twan.
  • Nooit gedacht: ‘Ik in zo’n rare situatie zo rustig zou blijven.’
  • Duur van de bevalling: Vanaf de eerste echte pijnscheut nadat de weeënremmers waren uitgewerkt, ongeveer drie uur.
  • Bevalling in het kort: ‘Snel, bijzonder, warm.’
  • Herstel: ‘Al na drie weken mocht Twan uit de couveuse, heel snel voor zo’n vroeggeboren baby. Ik heb nog tien weken borstvoeding gegeven, maar na drie borstontstekingen ben ik ermee gestopt. Inmiddels gaat het super met Twan. Ikzelf merk nu dat ik er mentaal nog even van moet bijkomen.’

Meedoen met deze rubriek? Mail naar redactie@oudersvannu.nl o.v.v. ‘Mijn bevalling’.