Bevallingsverhaal: ‘De baby moet er voor het weekend uit’

Geen enkele bevalling is hetzelfde. Toch zijn de emoties vaak wel heel herkenbaar. In onze rubriek Bevallingsverhalen vertelt een moeder over haar ervaringen. Dit keer het verhaal van Esther. Ze is 41 weken zwanger en kan écht niet langer wachten.

‘Na twee weken voorweeën en drie strippogingen zitten Jan en ik op woensdagmiddag bij de gynaecologe. Ik ben precies 41 weken zwanger en zit er behoorlijk doorheen. Onze zoon Robin werd na 39 weken geboren en onbewust had ik me daar nu ook op ingesteld. Bovendien zijn de voorweeën best pittig, dus wat mij betreft mag de baby komen. Ik ben alleen bang dat het inleiden van de bevalling geen optie is, want lichamelijk mankeer ik niets en ook de baby doet het goed. Gelukkig begrijpt de gynaecologe me meteen en belt ze de verloskamer om een afspraak te maken. Daar is het de komende dagen helaas al te druk.

De tranen springen in mijn ogen als ik haar hoor praten over aanstaande maandag. Dat duurt me veel te lang! Ik snotter dat de baby er echt voor het weekend uit moet. De gynaecologe krijgt een ingeving en vraagt aan haar collega: “Misschien zeg ik nu iets geks, maar kan het vandaag nog?” Jan en ik kijken elkaar aan met een mengeling van schrik en opluchting. We moeten plaatsnemen in de wachtkamer, maar al snel krijgen we goed nieuws. Er is nog plek, maar dan moet het wel nu!

We moeten allerlei praktische zaken regelen. Jan belt de oppas en vraagt of Robin daar kan blijven tot mijn schoonouders hem kunnen ophalen. Ook belt hij de overbuurvrouw of ze mijn vluchtkoffer naar het ziekenhuis kan brengen. Om kwart voor vier worden mijn vliezen gebroken. Ik heb al wat ontsluiting en krijg een infuus om de weeën op te wekken. Langzaam voel ik de weeën sterker worden. Om half acht ’s avonds blijk ik vier centimeter ontsluiting te hebben. Omdat de bevalling van Robin negentien uur duurde, bereid ik me voor op een lange nacht.

De gynaecologe merkt dat de hartslag van de baby tijdens iedere wee daalt. Het is niet zorgwekkend, maar ze adviseert me om op mijn linkerzij te gaan liggen om te kijken of de baby dat prettiger vindt. Als ik geïnstalleerd ben en de gynaecologe weer weg is, komt mijn eigen verloskundige langs om te kijken hoe het met me gaat.

Dan komen er ineens drie heftige weeën achter elkaar. Ik kan nog net naar Jan en de verloskundige roepen dat ze veel te snel komen. De verloskundige rent de gang op om iemand te halen. Op de toppen van de twee weeën die volgen krijg ik het gevoel dat ik moet persen. Een verpleegkundige komt binnen, ziet mij met weeën, draait het infuus helemaal terug en haast zich weg om de gynaecologe te roepen. Intussen moeten Jan en de verloskundige alle zeilen bijzetten om mij adem te laten halen tijdens de weeën. Ze zijn zó heftig dat ik eigenlijk alleen een langgerekte oerkreet kan slaken.

Acht centimeter ontsluiting, constateert de gynaecologe. Nog geen twee weeën later roep ik dat ik het niet meer hou. Gelukkig heb ik dan volledige ontsluiting en mag ik persen. Binnen een paar minuten wordt Tessa geboren. Er gaat een golf van blijdschap door me heen. Eindelijk is ze er! Er is nog een privékamer vrij in het ziekenhuis, daar mogen we blijven slapen. De volgende ochtend komt Robin langs om kennis te maken met zijn zusje. Jan en ik kijken naar elkaar en naar onze kinderen. Ons gezin. We zijn ontzettend trots!’

Mini-biografie

  • Naam:sther Bergman-de Bres, Jan en Robin
  • Nooit gedacht: ‘Dat ik zo blij zou zijn om persdrang te voelen. Robin werd namelijk met behulp van een vacuümpomp geboren.’
  • Duur van de bevalling: 4 uur
  • Bevalling in het kort: ‘In drie kwartier van vier centimeter ontsluiting naar Tessa op mijn buik.’
  • Herstel:Net als de bevalling: snel.’

Meedoen met deze rubriek? Mail naar redactie@oudersvannu.nl o.v.v. ‘Mijn bevalling’.

15-8