Combinatietest

Combinatietest

De combinatietest bestaat uit een bloedtest en nekplooimeting. Daaruit komt naar voren hoe groot de kans is dat je baby het syndroom van Down heeft.

Wat is de combinatietest?

Aanstaande ouders kunnen laten onderzoeken of er een verhoogde kans is op een kind met Downsyndroom. Dit wordt gedaan met de combinatietest. Deze test bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

Bloedonderzoek

Tussen de 9 en 14 weken zwangerschap wordt het bloed van de moeder onderzocht. Bepaalde stoffen in het bloed geven aan of er een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom is.

Nekplooimeting

Tussen de 11e en 14e week van de zwangerschap vindt een echo plaats. Tijdens deze echo wordt de nekplooi van de baby gemeten. De nekplooi is een dun vochtlaagje onder de huid. Dit laagje vocht is altijd aanwezig, ook bij gezonde kinderen. Maar hoe dikker deze nekplooi is, hoe groter de kans dat je kind het syndroom van Down heeft.

Een verdikte nekplooi komt niet alleen voor bij het syndroom van Down, maar ook bij andere chromosoomafwijkingen. Soms gaat een verdikte nekplooi samen met bepaalde lichamelijke afwijkingen, zoals hartafwijkingen.

De uitslag

De uitslagen van het bloedonderzoek en de nekplooimeting worden gecombineerd met de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de zwangerschap. Samen bepalen zij hoe hoog de kans is op een kindje met het syndroom van Down.

De combinatietest is een kansberekening en geeft geen zekerheid. De test laat alleen zien hoe groot de kans is dat je kind het syndroom van Down heeft. Ook als de uitslag van de test gunstig lijkt, is er toch nog een (heel) kleine kans dat je kind geboren wordt met het syndroom van Down. Andersom betekent een verhoogde kans op het syndroom van Down niet altijd dat je kind die aandoening heeft.

Er is een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom als de uitslag 1 op 200 of op een getal lager dan 200 is. Is dit het geval, dan wordt inmiddels de mogelijkheid tot het doen van de NIPT test aangeboden.