Eerste afspraak met de verloskundige

Eerste afspraak met de verloskundige

Zodra je weet dat je zwanger bent, kun je een afspraak maken met de verloskundige. De eerste afspraak vindt over het algemeen plaats tussen de achtste en de tiende week van je zwangerschap.

Wanneer bel je de verloskundige?

Je kunt de verloskundige al bellen als je een positieve zwangerschapstest in handen hebt. Even wachten kan ook, tot je een week of 6 zwanger bent. Voor een bezoek aan de verloskundige heb je geen verwijsbrief van de huisarts nodig. Afhankelijk van waar je woont, kun je kiezen uit één of meer praktijken. Kijk op internet, in de telefoongids of zoek via het KNOV op postcode naar de verloskundigen bij jou in de buurt.

In de zwangerschapskalender vind je alles over je zwangerschap van week tot week.

Eerste afspraak: wat kun je verwachten?

De eerste afspraak bij een verloskundigenpraktijk is een intakegesprek. Het bezoek zal zo’n 45 minuten tot een uur in beslag nemen. Tijdens het gesprek stelt de verloskundige jou veel vragen (anamnese) en je krijgt een hoop informatie te horen, onder andere over de onderzoeken die je zult krijgen en over prenatale screening. Natuurlijk is er ook gelegenheid voor het stellen van vragen.

Na het gesprek zal de verloskundige je bloeddruk meten. Ze zal ook aan je buik voelen terwijl je op een onderzoeksbank ligt om de grootte van je baarmoeder te bepalen. Tenslotte wordt er vaak nog gevraagd om een urinemonster. De verloskundige zal je vragen om na de eerste afspraak bloed te laten prikken, of doet dit eventueel zelf.

Op een rijtje:

  • Intakegesprek (anamnese)
  • Uitgerekende datum berekenen
  • Bloeddruk meten
  • Buik voelen
  • Wegen
  • Urinemonster afnemen (eventueel later)
  • Bloed prikken (eventueel later)

Intakegesprek

Tijdens het intakegesprek neemt je verloskundige uitgebreid de tijd om je te leren kennen. Ze wil veel over jouw medische achtergrond en die van je partner te weten komen. Het is dus handig als je partner mee komt naar deze eerste kennismaking, als dat mogelijk is.

Tijdens het gesprek zal de verloskundige samen met jou en je partner je zwangerschapskaart invullen. Op deze kaart komt informatie te staan over alles wat van invloed is of kan zijn op je zwangerschap, bevalling of het kraambed. Sommige praktijken gebruiken inmiddels geen papieren zwangerschapskaart meer, maar zijn overgestapt op een digitaal document.

Voorbereiden

Het is handig als je van tevoren alvast onderstaande gegevens opschrijft, omdat de verloskundige hier sowieso naar zal vragen. Deze informatie is nodig om de uitgerekende datum goed te berekenen:

  • Op welke datum was de eerste dag van je laatste menstruatie?
  • Was je menstruatie regelmatig (bijvoorbeeld om de 28 dagen)?
  • Op welke datum was de zwangerschapstest positief?
  • Wanneer ben je gestopt met anticonceptie?

Kijk ook even de vragenlijst door die verderop in dit artikel staat en bereid eventueel wat antwoorden voor. Verder is het verstandig om je eigen vragen aan de verloskundige op papier te zetten, zodat je die niet vergeet.

Uitgerekende datum berekenen

Aan de hand van de laatste menstruatie berekent de verloskundige de zwangerschapsduur en een (voorlopige) uitgerekende datum volgt. Soms is het niet mogelijk om al tijdens het eerste bezoek een definitieve uitgerekende datum vast te stellen, bijvoorbeeld als je de eerste dag van je laatste menstruatie niet meer weet, of omdat je cyclus niet regelmatig was. Dat kan een natuurlijke oorzaak hebben of het kan komen doordat je nog maar net gestopt was met de pil.

Om er zeker van te zijn dat de uitgerekende datum ook klopt, wordt je een termijnecho aangeboden. Deze wordt gemaakt rond 11 weken en geeft met zekerheid de datum aan waarop je uitgerekend bent. De verloskundige zal na de termijnecho de uitgerekende datum eventueel aanpassen.

Bloeddruk meten

De verloskundige meet bij de eerste afspraak je bloeddruk en zal dit bij alle komende afspraken ook doen. Soms wordt ook je gewicht bijgehouden. Je bloeddruk kan tijdens de zwangerschap alle kanten op gaan: hier lees je daar meer over.

Bloed prikken

Tijdens het eerste bezoek zal de verloskundige misschien zelf bloed bij je afnemen, of ze vraagt je om na het bezoek bloed te laten prikken bij een gezondheidscentrum. Dit is nodig om je bloedgroep en resusfactor vast te stellen. Ook wordt gecheckt of je misschien een ziekte of aandoening onder de leden hebt, zoals hepatitis B of hiv. Daarnaast wordt je ijzergehalte en bloedsuiker gecontroleerd.

Urine testen

Tijdens de eerste afspraak kan de verloskundige of haar assistente vragen naar een urinemonster, zodat ze dat kunnen testen. Vaak hoeft dat niet direct, maar kun je ook zelf thuis in een potje plassen en dit later bij de praktijk inleveren. De urine wordt getest op de aanwezigheid van eiwitten en glucose. Met deze test krijgt de verloskundige informatie over je bloeddruk en of je misschien een blaasontsteking hebt.

Echo bij de verloskundige?

Sommige verloskundigepraktijken hebben een eigen echoapparaat, maar lang niet allemaal. In dat laatste geval word je na de eerste afspraak door de verloskundige doorverwezen naar een ziekenhuis of een speciaal centrum voor echoscopie om een echo te laten maken.

Hartje luisteren?

Ook al sta je te popelen om het hartje van je baby te horen, reken daar niet op bij de eerste afspraak. Pas vanaf de 12e week van de zwangerschap zal het hartje via een speciaal apparaat te horen zijn. Wel maken veel praktijken aan het einde van de intake een eerste, inwendige echo. Daarop kun je het hartje als een klein wit puntje zien kloppen.

Vragen van de verloskundige

De verloskundige zal je tijdens de eerste afspraak een heleboel vragen stellen: ze zal je onder andere vragen naar eventuele erfelijke ziektes in jouw of in je partners familie. Maar er kan ook worden gevraagd naar nare ervaringen op seksueel gebied. Dat klinkt misschien raar, maar door zulke ervaringen kun je misschien opzien tegen een inwendig onderzoek.

De verloskundige wil je zo goed mogelijk begeleiden tijdens de zwangerschap en de bevalling. Daarom is het belangrijk dat je zo open en eerlijk mogelijk over jezelf praat.

Lees onderstaande vragen om alvast een idee te krijgen wat er allemaal aan je gevraagd kan worden.

  • Ben je ooit geopereerd? Zo ja, wanneer en waaraan?
  • Heb je ooit een bloedtransfusie gehad?
  • Ben je ooit onder behandeling geweest van een specialist? Zo ja, wanneer en waarom?
  • Gebruik je medicijnen, nu of toen je pas net zwanger was? Denk ook aan foliumzuur!
  • Ben je allergisch? Vooral allergieën voor bepaalde medicijnen zijn belangrijk.
  • Rook je? Zo ja, hoeveel? Zou je willen stoppen?
  • Gebruik je alcohol? Zo ja, hoeveel?
  • Heb je ooit drugs gebruikt? Zo ja, wat voor drugs, hoe lang geleden voor het laatst?
  • Heb je ooit een geslachtsziekte gehad? Zo ja, welke en wanneer?
  • Indien je voor 1974 bent geboren; weet je of je moeder DES heeft geslikt toen ze zwanger was van jou?
  • Ben je ingeënt tegen rode hond (rubella). De meeste Nederlandse vrouwen (geboren na 1963) zijn hiertegen ingeënt.
  • Heb je ooit een negatieve seksuele ervaring gehad?
  • Heb je ooit last gehad van een blaasontsteking? Eenmalig of regelmatig?
  • Heb jij of iemand in je gezin ooit last van een koortslip?
  • Komen suikerziekte of hoge bloeddruk voor bij je ouders, broers of zussen?
  • Komen er aangeboren of erfelijke aandoeningen voor in jouw familie of in de familie van je partner?
  • Zijn alle kinderen die in beide families zijn geboren levend en gezond ter wereld gekomen? Indien er sprake is van een doodgeboren baby in de familie, is bekend wat de oorzaak was?
  • Zijn er in jouw familie of die van je partner kinderen geboren met geestelijke of lichamelijke afwijkingen bij de geboorte? Zo ja, welke?
  • Wanneer heb je voor het laatst een uitstrijkje laten maken (bijvoorbeeld t.b.v. het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker)? Wat was de uitslag?

Als dit niet je eerste zwangerschap is, wordt alles gevraagd met betrekking tot de voorgaande zwangerschap(pen) en bevalling(en). Dit geldt ook voor eventuele miskramen of als je eerder een abortus hebt ondergaan. Als je toen niet bij deze verloskundigenpraktijk onder controle was, is het handig als je zoveel mogelijk papieren mee kunt brengen naar je eerste controle.

Tenslotte zal de verloskundige je wat vragen stellen waar je misschien nog helemaal niet over na hebt gedacht: bijvoorbeeld of je borstvoeding wil gaan geven en waar je wilt bevallen. Hier hoef je ook nog helemaal geen antwoord op te hebben, er zijn nog genoeg maanden om hier over na te denken. De verloskundige kan je wel helpen aan informatie over deze onderwerpen.

Naar de verloskundige of gynaecoloog?

Als je zwangerschap normaal verloopt, word je de hele periode begeleid door de verloskundige. Over het algemeen word je alleen bij complicaties of een verhoogd risico begeleid door een gynaecoloog of een klinisch verloskundige: dan zul je in het ziekenhuis moeten bevallen. De verloskundige zal je bevalling dus begeleiden als je tussen week 37 en 42 bevalt. Vóór de 37 weken en na 42 weken zal je onder begeleiding van een gynaecoloog bevallen.

Als het niet klikt met de verloskundige

Zeker bij je eerste zwangerschap komt er veel op je af: nieuwe informatie, veranderingen in je lichaam en de wetenschap dat met elke week de geboorte van je kind dichterbij komt. Het is dan belangrijk dat je je op je gemak voelt bij je verloskundige. Mocht je daar na het eerste bezoek twijfels over hebben, spreek ze dan uit. Soms klikt het gewoon niet en is het beter om van verloskundige of van praktijk te wisselen.