gender disappointment

Gender disappointment: teleurstelling over het geslacht van je baby

Zoon of dochter, veel ouders hebben stiekem een voorkeur voor het geslacht van hun ongeboren baby. Als die droom niet uitkomt, kan dat hard aankomen. Dat heet gender disappointment. Wat is het precies en hoe kun je daar het beste mee omgaan? 

Wat is gender disappointment

Als je zwanger bent, krijg je ongetwijfeld vaak de vraag of je al weet wat het is: een jongen of een meisje? Ouders zeggen dan vaak dat het hun niets uitmaakt, als het kind maar gezond is. Dat is natuurlijk ook het belangrijkst, maar toch maakt het voor veel ouders wél uit of ze een jongetje of een meisje krijgen. Ze durven daar alleen niet zo open over te zijn. Vaak zijn ouders even teleurgesteld als blijkt dat hun stille hoop geen waarheid wordt, maar je kunt er ook weken of maanden last van houden.

Advertentie

Dit fenomeen komt vaker voor bij (aanstaande) moeders dan bij vaders en heet ‘gender disappointment’. Letterlijk betekent dat ‘genderteleurstelling’, maar eigenlijk klopt dat niet helemaal. Gender duidt op gedrag en identiteit. Geslachtsteleurstelling zou in het Engels ‘sex disappointment’ zijn. En dat is ook weer verwarrend. Vandaar de term gender disappointment.

De kans op het gewenste geslacht

De kans dat je een baby krijgt van het gewenste geslacht, is ongeveer fiftyfifty. Om precies te zijn: 52% kans op een jongen en 48% kans op een meisje. (Meer lezen: Waarom worden er meer jongens dan meisjes geboren?)

Er zijn theorieën die beweren dat je het geslacht van je kind in de eerste weken van de zwangerschap kunt beïnvloeden. Zo zou je jezelf een jongen of een meisje ‘kunnen eten’. In het kort: heb je een voorkeur voor een jongen, strooi dan vooral veel zout over je eten. Liever een meisje? Drink dan heel veel melk. Of het werkt, is sterk de vraag. En veel zout is zéker niet gezond.

Wil je zo vroeg mogelijk weten of je een jongen of een meisje krijgt, dan kun je een gokje wagen aan de hand van bakerpraatjes of de Chinese conceptiekalender. Of je kunt tijdens de 12-wekenecho (termijnecho) de nub-theorie inzetten (75% zekerheid). Pas vanaf een week of 16 kun je een pretecho laten maken waarop het geslacht (bijna altijd) te zien is. De meeste ouders wachten overigens tot de 20-wekenecho. Die wordt namelijk vergoed en een pretecho niet.

Check hier: dit zijn de bekendste bakerpraatjes m.b.t. geslachtsbepaling.

Redenen voorkeur jongen of meisje

Ouders kunnen allerlei redenen hebben voor een sterke voorkeur voor een jongen of meisje:

  • moeders willen bijvoorbeeld een dochter om ‘meisjesdingen’ mee te delen.
  • vaders juist een jongen om ‘jongensdingen’ mee te doen.
  • je kunt jezelf een echte jongens- of juist meisjesmoeder vinden.
  • misschien was je er altijd van overtuigd dat je een zoon en/of dochter zou krijgen.
  • je kunt bepaalde ideeën hebben over de eigenschappen van een bepaald geslacht. Bijvoorbeeld dat jongens heel druk zijn en meisjes lief en zorgzaam.
  • als je al een jongen (of drie) hebt, kun je extra graag een meisje willen (of andersom).
  • je kunt druk vanuit de familie voelen om een stamhouder voort te brengen.
  • als moeders een nare seksuele ervaring hebben gehad, kunnen ze bang zijn dat een dochter hetzelfde zal overkomen, en daarom liever een zoon willen.

20-wekenecho en geslachtsbepaling

De 20-wekenecho is niet bedoeld om het geslacht van de baby te ontdekken. Het is in de eerste plaats een medisch onderzoek, om te kijken of een baby lichamelijke afwijkingen heeft. De echoscopist kijkt onder meer naar een open ruggetje, een open schedel, hartafwijkingen en de hersenen. Aan het eind van de echo kan de echoscopist je ook vertellen wat het geslacht van je kind is. Daarom wordt er vaak van tevoren gevraagd of je het geslacht wilt weten.

De echoscopist is niet verplicht dit te doen. Ligt de baby zo dat het geslacht niet goed te zien is, dan hoeft de echoscopist het consult niet te verlengen of herhalen om het alsnog goed in beeld te krijgen.

Wat als het jou overkomt?

Als je hoort dat je baby een ander geslacht heeft dan jij had gehoopt, kun je je verdrietig voelen. Ook kun je last hebben van:

  • schaamte, omdat je je niet blij voelt terwijl je een kind krijgt. Misschien ken je ook vrouwen die helemaal geen kinderen kunnen krijgen.
  • schuldgevoel, tegenover je baby of omdat je ondankbaar kunt overkomen.
  • eenzaamheid, omdat je er met niemand over durft te praten.
  • Stress
  • Slaapgebrek
  • een depressie

Vooral moeders kunnen last hebben van gender disappointment. Hierbij spelen de hormonen een grote rol. Door zwangerschapshormonen kun je je emotioneel minder stabiel voelen en heb je meer kans op somberheid of een depressie. Gelukkig komt het in de meeste gevallen niet zover. De meeste aanstaande moeders herpakken zich na een paar keer hard huilen, stellen hun toekomstbeeld bij en kunnen zich dan weer net zo gaan verheugen op de komst van hun baby. Andere vrouwen doen hier wat langer over, maar weten het na een paar weken een plek te geven. Een kleine groep raakt in een depressie. Het kan zelfs zo heftig voelen dat ze abortus overwegen of stiekem hopen op een spontane miskraam. Dit is altijd reden om professionele hulp te zoeken.

Lees meer: Zwangerschapshormonen: wat doen ze met je lichaam en humeur?

Gevolgen van gender disappointment voor de baby

Je baby groeit in je buik, maar kan je gedachten niet lezen. Toch is het belangrijk om erover te praten en hulp te zoeken als gender disappointment je stemming erg bepaalt en niet overgaat. Ongeboren baby’s krijgen de stemming van hun moeder mee, onder meer doordat stresshormonen de baby bereiken via de placenta. Hoewel alle emoties erbij mogen horen en het niet erg is als je een tijdje niet helemaal happy bent, kunnen (langdurige) stress of psychische klachten wel een nadelig effect hebben op de ontwikkeling van de baby. Ook omdat het voor je eigen gezondheid niet goed is.

Naar het effect van gender disappointment op het hechtingsproces is geen wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar het is geen gekke gedachte dat het invloed kan hebben op de band die je voelt met je baby als het je niet lukt om zijn of haar sekse te accepteren. Ook al kun je dan nog steeds van je kind houden.

Lees meer: Stress tijdens de zwangerschap: zo beperk je het

Wanneer gaat gender disappointment over?

Hoe lang het duurt voordat je er geen last meer van hebt verschilt per vrouw. Zo kan het verlopen:

  • sommige vrouwen zijn kort van slag na de geslachtsbepaling. Ze moeten even wennen aan het idee, het verwerken en pakken dan de draad weer op.
  • sommige vrouwen hebben nog weken of maanden negatieve gevoelens over het geslacht van hun kind.
  • bij sommige vrouwen verdwijnt de teleurstelling zodra hun baby na de geboorte op hun borst wordt gelegd.
  • bij sommige vrouwen blijft een deel van het verdriet bestaan. Dit staat wel los van de liefde die ze voelen voor hun kind.
  • in heel uitzonderlijke gevallen lopen ouders zo vast in hun emoties dat hun kind daar slachtoffer van wordt. Dan is professionele hulp sowieso verstandig.

Tips

Voor zwangere vrouwen die last hebben van gender disappointment kan het moeilijk zijn om hier met anderen over te praten. Deze tips kunnen je helpen:

  1. Schaam je niet: dat is echt niet nodig. Je hebt niet om deze gevoelens gevraagd. Probeer jezelf niet te veroordelen.
  2. Praat erover: al die hormonen in je lijf zorgen al voor genoeg onrust. Dan helpt het niet om je gevoelens binnen te houden. Praat met iemand die je vertrouwt. Dat lucht op en geeft overzicht.
  3. Praat met lotgenoten: het kan helpen om te weten dat je niet de enige bent en om te lezen hoe anderen ermee omgaan. Op internet kun je op zoek gaan naar verhalen van vrouwen die hetzelfde meemaken. Hou er wel rekening mee dat je ook negatieve reacties kunt krijgen van vrouwen die vinden dat je niet moet zeuren en blij moet zijn met wat je krijgt. Kijk bijvoorbeeld op www.genderdisappointment.nl. Deze site biedt informatie aan ouders die het overkomt, maar ook aan hulpverleners en direct betrokkenen.
  4. Schrijf het op: soms is schrijven makkelijker dan praten. Uit je gevoelens in een dagboek. Of schrijf een brief aan je partner, zodat hij je (beter) begrijpt.
  5. Zoek hulp: merk je dat je rotgevoel niet overgaat of kom je er zelf niet uit? Trek aan de bel. Dat is niet raar, maar heel verstandig. Praat met je verloskundige, gynaecoloog of huisarts. Zij kunnen je helpen en eventueel doorverwijzen.

Leestip: Verschillen jongens en meisjes, wat is aangeboren en wat niet?