Veel mensen die fawnen hebben dat helemaal niet door. Dat ze zich vaak aanpassen of wegcijferen, moeite hebben met het stellen van grenzen en conflictmijdend zijn, zien ze als soms wat onhandige karaktereigenschappen, maar het zit ze niet echt in de weg. Tot ze kinderen krijgen.
Vooral vrouwen
GZ-psycholoog en Ouders van Nu-expert Arina de Vries ziet die pleasende ouders die in de knel komen regelmatig in haar praktijk. Vaak zijn het moeders die zijn uitgevallen op het werk. Dat het vooral vrouwen zijn, heeft volgens haar een evolutionaire verklaring.
‘Vrouwen halen de meeste veiligheid door contact te maken. Pleasen vergroot de kans op overleven, omdat het ervoor kan zorgen dat iemand zijn eten met je deelt en de kans dat iemand je aanvalt juist verkleint.’
Lees ook: Orthopedagoog over parental burn-out: ‘Ouders zijn uitgeput en dat ligt niet alleen aan henzelf’
Brein detecteert gevaar
Mensen die fawnen doen dat niet zomaar omdat ze aardig gevonden willen worden. Het is dan ook iets anders dan peoplepleasen, zegt De Vries. ‘Overlevingsmechanismen kies je niet bewust, dat doet het brein omdat het gevaar detecteert.’ Die mechanismen hebben een functie, namelijk je veilig houden, en zijn absoluut niet iets waar je van af zou moeten willen.
Toch kunnen ze voor problemen zorgen als de antenne in het brein die de hele dag de omgeving scant op potentieel gevaar niet goed is afgesteld en overal gevaar ziet.
Gevoelige antenne versus ouderschap
Vooral in de hectische eerste jaren van het ouderschap kan zo’n hypergevoelige antenne problemen veroorzaken, omdat er veel op ouders afkomt en de komst van een baby alles verandert. ‘Als het alarm constant afgaat, levert dat een gevoel van onveiligheid op dat gepaard gaat met lichamelijke spanning en een hoge hartslag. Zo iemand staat constant aan en kan daar uiteindelijk op leeglopen’, weet De Vries.
Alleen weten maar weinig ouders dat dat het is, omdat er relatief weinig bekend is over fawning. Ze is dan ook blij dat er sinds kort steeds meer aandacht is voor het fenomeen.
Neem het boek Fawning – stop met pleasen en vind jezelf terug van Ingrid Clayton, een klinisch psycholoog uit Amerika, dat afgelopen jaar in Nederland verscheen. Mensen worden zich vaak pas bewust van hun moeilijke jeugd als ze zelf kinderen krijgen, schrijft Clayton. Doordat ze zich altijd aanpasten en aardig gevonden wilden worden, gingen en gaan ze conflicten uit de weg.
Confrontatie
De Nederlandse Elizabeth* (37), die zichzelf altijd had gezien als een makkelijk en flexibel persoon, is daar een goed voorbeeld van. Ze werd overvallen door de heftige gevoelens en jeugdherinneringen die het moederschap bij haar losmaakte. ‘Voor het eerst in mijn leven voelde ik wat ik absoluut wel en niet wilde en handelde ik daar ook naar.’
Ze stelde duidelijk grenzen, iets wat ze eigenlijk nooit had gedaan. ‘Ik vond het confronterend dat ik voorheen mijn eigen belang vaak ondergeschikt maakte aan dat van de ander’, blikt ze terug. Het leverde de nodige problemen op, omdat sommige familieleden en vrienden geen begrip hadden voor haar grenzen. Inmiddels kan ze de oorsprong van haar pleasegedrag herleiden tot haar jeugd.
Lees ook: Intergenerationeel trauma: ‘Ik wilde het trauma van mijn moeder niet doorgeven aan mijn kinderen’
Grenzen stellen voelt onveilig
De Vries ziet regelmatig hoe fawnende cliënten worstelen met het stellen van grenzen, deels omdat ze zelf vaak niet goed weten waar hun grenzen precies liggen. ‘Daarnaast zit hun fawn-respons vaak in de weg, omdat opkomen voor hun eigen belang en het stellen van grenzen vaak onveilig voelt.’ Terwijl die zaken onontkoombaar en belangrijk zijn in het ouderschap.
Als je zo’n pleaser en aanpasser bent, wat dan? Volgens De Vries is het herkennen en erkennen van de respons de eerste stap. ‘Kijk er met een afstandje naar en besef dat het brein dit ooit leerde in een bepaalde situatie.’
Stel je brein opnieuw in
Het opnieuw instellen van het brein is stap twee. Want dat is volgens De Vries het mooie: je kunt het leren dat de situatie nu anders is en dat er andere manieren zijn om te reageren.
Dat kan door, als je het voelt opkomen, even pauze te nemen en niet meteen op het gevoel te reageren. ‘Pak een kop thee, ga naar de wc of zeg dat je er later op terugkomt. In die pauze kun je je brein vertellen dat het veilig is en je emoties reguleren.’
Lees ook: Grenzen stellen: hoe zorg je dat je kind zich aan de regels houdt?
Oefen, oefen, oefen!
Daarnaast drukt ze fawnende ouders op het hart om te oefenen met het stellen van grenzen en zich eraan te houden. ‘In het ouderschap weet je dat er escalatie zal zijn. Het is een en al afstemmen, met je kind, je partner, alle mensen om je heen.’ Vooral in het begin is dat zoeken en wennen.
‘Als er wrijving ontstaat, en dat zal gebeuren als je je kind zegt dat de tv uit moet, erken die boosheid dan. Accepteer dat die emoties erbij horen en besef dat ze ook weer weggaan. Zo leer je niet alleen je kind om emoties te reguleren en train je ook jezelf.’
Wanneer fawning je beperkt in je leven en in relaties en/of je er langdurig op blijft vastlopen, dan adviseert De Vries om er met iemand over te praten en samen te oefenen hoe ermee om te gaan.
*Elizabeth is een gefingeerde naam, omdat de geïnterviewde liever anoniem wil blijven.