Nadja, moeder van twee jongens (13 en 14 jaar) is het er roerend mee eens dat vrouwen respect eisen. Aan de andere kant mist ze een hoopvolle boodschap voor haar opgroeiende zoons, die haar vragen stellen als: Zijn wij niet oké? Worden wij later ook eng?
Ze ziet dat jongens als geproblematiseerd worden voordat ze geboren zijn. ‘Mensen zeggen steeds makkelijker: ik wil liever een meisje, anders is er zoveel gedoe.’ Ook krijgt ze opmerkingen als: ‘Voed die jongens wel fatsoenlijk op hè?’ Waarop zij weer denkt: ja, duh! ‘Het probleem van de manosfeer zie ik ook wel, maar waar blijft de oplossing?’, vraagt Nadja zich af.
Lees ook: Waarom jongens meer aandacht nodig hebben van hun ouders (maar het vaak niet krijgen)
Wat is de manosfeer?
Of manosphere, in het Engels. De manosfeer is een verzamelnaam voor het online netwerk waarin mannelijkheid centraal staat. Op socialkanalen delen mannen content over persoonlijke groei, vaak gericht op (extreem) sporten en financieel succes. Ze verdienen daar vaak ook hun geld mee. Vaak zitten er ook vrouwonvriendelijke berichten tussen en daar zitten de zorgen: jongens die in de puberteit in een bubbel met dit soort content komen kunnen radicale ideeën ontwikkelen.
Bron: Nederlands Jeugdinstituut
Tip: documentairemaker Louis Theroux maakte de documentaire Inside the manosphere, nu te zien op Netflix.
Drie jongens
Nina Schuyffel (journalist) en Dirk Schrijver (psycholoog), ouders van drie jongens (4, 6 en 9 jaar), buigen zich over dezelfde vraag. Ze schrijven een boek over het opvoeden van jongens anno nu, dat begin 2027 verschijnt.
‘Het is moeilijk voor te stellen dat onze kleine gastjes later in de problemen kunnen komen. Toch denken we al na over de wereld waarin ze opgroeien, over online verleidingen en rolmodellen die niet aansluiten bij onze normen en waarden.’
Afwijzen
Dat jongens er minder goed opstaan, merkte Nina toen ze de komst van hun derde zoon aankondigde. ‘Drie jongens, oef, wat heftig’ of ‘Mij niet gezien hoor’, hoorde ze. ‘We leven in een tijd waarin mannen het gedaan hebben, en dat is in veel gevallen terecht.
De future is female, oké, maar de jongens dan? Welk verhaal vertellen we aan hen? Kunnen we niet beter kijken hoe we naar elkaar toe kunnen bewegen en het samen gaan doen, voordat we nog meer mannen creëren die we juist afwijzen?’
Lees ook: De hersenen van jongens en meisjes zijn al vanaf de geboorte anders: dit zijn de verschillen
Tegen mannen
Het moment waarop die vragen extra urgent werden, was voor Nadja, Nina en Dirk gelijk: het uitkomen van de Netflix-serie Adolescence. ‘We keken er met het hele gezin naar met het idee om een gesprek te openen’, zegt Nadja.
Maar dat bleek lastiger dan gedacht. Haar jongens reageerden verbaasd, dacht hun moeder dat ze iemand wilden vermoorden? ‘Ze hebben al snel het gevoel dat ik ze in een hoek wil duwen en vragen zich af of ik tegen mannen ben.’
Nina en Dirk zien hoe de maatschappelijke discussie sindsdien vooral gaat over het probleem, in plaats van een mogelijke oplossing.
Eeuwenoud
Jens van Tricht, expert mannenemancipatie, oprichter van Emancipator en auteur van het boek Wat voor man wil jij zijn? vreest dat die oplossing er niet zomaar is. ‘We zoeken individueel een oplossing voor een probleem van de samenleving dat al heel lang bestaat.’
In feite, zegt hij, laat de manosfeer ons lessen over mannelijkheid zien die we al eeuwen krijgen: je bent een echte man als je succesvol bent, veel geld verdient, als je stoer en fysiek in vorm bent en vrouwen beheerst. Manfluencers en algoritmes vergroten dat beeld uit.
Je ideaal voorleven
Dirk beseft dat ten volle. Toch richt hij zich graag op wat hij wel kan doen. Ruimte geven aan emoties door ze te erkennen, erover te praten, er taal voor te hebben en er comfortabel mee om te gaan, bijvoorbeeld. ‘Ik vind het belangrijk dat onze zoons zich vrij voelen om zich te uiten, dat is iets wat ik vroeger zelf niet van huis uit heb meegekregen.’
Je eigen ideaal voorleven, is volgens Van Tricht inderdaad iets wat je als ouder kunt doen. Dat voorbeeld geven ouders al vanaf de geboorte. ‘Wie werkt er (het meest), wie doet de was? Wie rijdt er auto en wie koopt de verjaardagscadeautjes?, besef dat je daar ook impliciet lessen mee geeft.’
Lees ook: Ouderschap is een spiegel: waarom het gedrag van je kind meer over jou zegt dan je denkt
Volgende keer beter
Nina en Dirk weten inmiddels dat onderzoek uitwijst dat we jongens minder aanhalen als ze jong zijn en dat we met hen andere taal gebruiken. Richting meisjes benoemen we emoties meer (‘Wat vervelend, wat voel je erbij?), richting jongens zijn we oplossingsgericht (‘Volgende keer beter’). ‘Onbewust sturen we al van jongs af aan boodschappen op ze af over hoe ze zich moeten gedragen’, zegt Nina.
Dirk: ‘Juist op jonge leeftijd ligt er een kans, daar kunnen we zaaien om er later van te profiteren. Als we in de puberteit pas beginnen, dan zijn we eigenlijk al te laat.’ Hij zou willen dat we als samenleving een klimaat creëren waarin jongens open kunnen zijn. Thuis, maar ook op school en bij de voetbal zodat ze kunnen oefenen in een veilige bedding.
Toon oprechte interesse
Van Tricht sluit zich daarbij aan. ‘Tijdens workshops over mannenemancipatie die Emancipator geeft op middelbare scholen en universiteiten, zien we dat jongens dolgraag willen praten, maar vaak niet hebben geleerd hoe ze dat doen.’
Je kunt volgens hem van kleins af aan het gesprek met je zoon aangaan. ‘Niet door te zeggen hoe het zit, maar door oprechte interesse te tonen.’ Dat kan bijvoorbeeld door te vragen naar hun favoriete socialaccounts, naar wat ze daar leuk aan vinden of leren, in plaats van te zeggen dat zo manfluencer fout is.
‘Sluit aan bij zijn belevingswereld, veroordeel niet de persoon die hij aanbidt, maar zijn eventuele gedrag. Wie zegt wat een kind wel of niet mag doen of vinden, loopt het risico hem kwijt te raken.’
Lees ook: Emoties bij kinderen: zo help je jouw kind daarbij
Warmte voelen
Praten, praten, praten dus. Het is iets wat Nadja volop doet. Met haar jongens, met andere jongens, met meisjes, met ouders, met leraren en sportcoaches en ieder ander die het gesprek wil aangaan. Ook is ze zich bewust van haar voorbeeldrol en weet ze dat zij en haar partner hun normen en waarden voorleven. ‘Ik hoop maar dat dat zwaarder telt dan wat ze op sociale media zien’, zegt ze.
Het systeem verander je er volgens Van Tricht niet mee, en toch zijn het de dingen waar je als ouder invloed hebt. ‘It takes a village to raise a child, ze zeggen het niet voor niets. Want anders krijgen we dit: the child who is not embraced by the village will burn it down to feel its warmth.’