Angst bij kinderen

Angst bij kinderen

Honden, vuur, de zee: soms is het nuttig dat je kind ergens bang voor is. Maar kinderen kunnen ook bang zijn voor iets onschuldigs. Hoe neem je die angst weg? Tips van pedagoge José Sagasser.

Angst bij kinderen

Angst is in principe een nuttige menselijke reactie op een bedreiging. Het zorgt ervoor dat je kind bepaalde dingen niet doet. Bijvoorbeeld een forse hond met een fikse rij tanden zomaar aaien. Of de sloot achter je huis in lopen. Kinderen die geen angst kennen, zijn vaak moeilijker op te voeden dan kinderen die wat angstig zijn.

Het wordt pas zorgelijk wanneer je kind zich op bepaalde punten niet goed ontwikkelt omdat hij te veel dingen niet durft. Zo kan hij bijvoorbeeld de glijbaan niet op omdat hij het trappetje zo eng vindt. Extreme verlegenheid kan ook lastig zijn: dan blijft hij uit de buurt van mensen en leert hij niet op een normale manier met ‘vreemden’ omgaan.

Angst hoort erbij

Verschillende soorten angst horen bij de ontwikkeling van je kind:

  • eenkennigheid (alleen bij jou willen zijn): rond de negen maanden.
  • verlatingsangst (niet alleen willen zijn): rond de anderhalf jaar.
  • magisch denken (angst voor een draak onder het bed): peuters.
  • bang om kapot te gaan (niet naar de kapper willen, gillen bij een klein wondje): vijf jaar.
  • bang om buitengesloten te worden: zeven, acht jaar.

Wanneer zoek je hulp bij een angstig kind?

Dat je kind zegt dat hij bang is, is eigenlijk heel knap. Hij realiseert zich dat hij iets eng vindt en kan dat onder woorden brengen. Erken zijn angst en bespreek met hem wat hij nodig heeft. Voel je dat het niet beter wordt of heb je het idee dat het niet goed gaat met je kind, ga dan eens naar de huisarts of een opvoedspreekuur. Doe dat ook als je kind terugvalt in zijn ontwikkeling, bijvoorbeeld als hij opeens weer in zijn broek plast, niet meer met vriendjes wil spelen of gaat stotteren. De huisarts kan je doorverwijzen naar bijvoorbeeld een speltherapeut of pedagoog.

Tips om met angst om te gaan

Neem de angst van je kind serieus, ook als je die niet kunt plaatsen. Is hij bang voor een speelgoedkonijn? In zijn fantasie kan die tot leven komen. Een draak kan staan voor bijvoorbeeld woede. Het kan ook zijn dat je kind jouw angst heeft overgenomen. Misschien zeg jij bij een beetje bloed wel: dat is zo naar, kijk er maar niet naar.

Stel jezelf de volgende vragen als je de angst van je kind niet kunt plaatsen:

  1. Is het een fase in zijn ontwikkeling (zie hierboven)?
  2. Is er iets bijzonders gebeurd in zijn leven (een scheiding, een verhuizing, een baby erbij)? Dan kan hij opeens bang zijn voor iets heel anders (honden, brand).
  3. Vertoont hij nog meer afwijkend gedrag?
  4. Wat draag ik zelf over?

Zorg dat je de angst van je kind niet cultiveert. Bedenk samen wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat hij zich veiliger voelt. Verzin en oefen bijvoorbeeld een liedje dat hij ook kan zingen als jullie er niet bij zijn. Je kunt ook een talisman zoeken of maken: denk aan een speciaal knuffeltje of een fotootje van jullie in een lijstje. Daar kan hij dan even naar kijken als hij bang is.