Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

5x negatieve gedragspatronen tussen jou en je kind - en zo doorbreek je ze

Sommige negatieve gedragspatronen tussen jou en je kind sluipen erin zonder dat je het doorhebt. Als je hier niet alert op bent, kan dit negatieve gevolgen hebben voor het gedrag en de psychische gesteldheid van je kind. Daarom: doe deze dingen liever niet.

Advertentie
  1. Schreeuwen

    Natuurlijk schreeuwt iedere ouder weleens, maar wanneer je als ouder in een patroon zit waarbij je het regelmatig doet, kan dit een enorme tol eisen op de relatie met je kind. Het is belangrijk voor ouders om het verschil te erkennen tussen een misstap en gedrag dat schade aanricht. Schreeuwen werkt in bepaalde situaties, zoals wanneer je kind iets heel gevaarlijks of schadelijks doet en je zijn aandacht snel moet trekken. Maar verder laat onderzoek zien dat het geen effectieve manier is om kinderen hun gedrag te laten veranderen. Bovendien toont onderzoek aan dat het het zelfrespect van je kind kan aantasten en er uiteindelijk toe kan leiden dat ze zelf agressiever gedrag ontwikkelen. Het is moeilijk om te weten hoeveel schreeuwen te veel is, maar als je merkt dat je je gedrag redelijk vaak rechtvaardigt of rationaliseert, kan dat een teken zijn. Voel je de drang om te schreeuwen? Doe dan letterlijk iets anders. Doe wat nodig is om te kalmeren en de spanning uit je lijf te krijgen. Loop even weg bijvoorbeeld.

  2. Broers en zussen vergelijken

    Als je meerdere kinderen hebt, is het verleidelijk om na te denken over hoe verschillend of gelijk ze zijn. Maar het vergelijken van kinderen, zelfs op kleine, onbeduidende manieren, kan schadelijk zijn. Als je meer dan één kind hebt, doe dan je best om ze niet hardop te vergelijken om te motiveren of om discipline bij te brengen. Een onderzoek naar het academische succes van eerst- en tweedegeboren kinderen in de VS analyseerde de rapportkaarten van kinderen en interviewde hun ouders om een ​​idee te krijgen van hoe capabel de kinderen waren op zichzelf en ten opzichte van elkaar. Onderzoekers ontdekten dat de toekomstige rapportcijfers van de tieners werden beïnvloed door de overtuigingen van hun ouders over welk kind slimmer was, ook al waren deze opvattingen van ouders niet gebaseerd op eerdere cijfers.

    Lees ook: 10 gouden regels als het gaat om straffen en belonen

  3. Labeltjes plakken

    Naast kinderen vergelijken, kan ook ‘labelen’ potentieel schadelijk zijn voor je kind. Een etiket opgeplakt krijgen kan ervoor zorgen dat je kind zich automatisch gaat gedragen naar hoe jij hem of haar ziet. Ook ‘positieve’ labels kunnen problematisch zijn volgens experts. Als je tegen je kind zegt dat hij zo sportief of zo slim is, dan zeg je eigenlijk ‘de enige reden dat je het goed doet, is omdat je zo sportief of slim geboren bent’ of ‘je zou dat doel niet hebben behaald als je niet zo natuurlijk bekwaam zou zijn’. Bovendien, als je kind volgende keer niet zo goed presteert, zal hij verward en ontmoedigd kunnen raken en kunnen twijfelen aan zijn eigen kunnen. Als hij zo slim is, waarom heeft hij ‘gefaald’? Prijs daarom het feit dat hij zo z’n best heeft gedaan, niet het resultaat.

  4. Emoties sussen

    Een van de belangrijkste taken van ouders is het helpen van je kind bij het ontwikkelen van zijn emotionele intelligentie. Dit doe je door hem te leren identificeren wat hij voelt en er een naam aan te geven. Maar een kind kan dat niet doen als hij de boodschap van zijn ouders of verzorgers krijgt dat hij de gevoelens die hij heeft niet zou mogen ervaren of dat deze gevoelens slecht zijn. Dat kan vooral lastig zijn als je kind worstelt met grote emoties over iets dat niet zo belangrijk lijkt – en ze uit te drukken op een manier die niet super ideaal is, bijvoorbeeld een driftbui. Zeg dus niet tegen je peuter of kleuter dat-ie een baby is omdat hij huilt of emoties toont. Hierdoor leert hij om zijn gevoelens de kop in te drukken en afstand te nemen. Herinner jezelf en je kind er juist aan dat gevoelens er zijn om te voelen, en laat zien hoe je die gevoelens zelf uit. Dus als je gefrustreerd bent omdat je iets vergeten bent in de supermarkt, deel dan je gevoel: ‘Ik ben zo gefrustreerd! Ik ben vergeten melk te halen!’ Nadat je je gevoel erkend hebt, kun je laten zien hoe je het onder controle houdt. ‘Oké, ik adem even een paar keer in en uit.’

    Advertentie

    Ook interessant: 11 ouders over de grootste opvoedingsfout die hun ouders hebben gemaakt

  5. ‘Altijd’/’nooit’ zeggen of ‘je maakt me’

    Tegen je kind zeggen dat hij ‘altijd’ boos doet of ‘nooit’ luistert, werkt niet. Bovendien kan het dat je op deze manier niet meer nieuwsgierig bent naar waaróm je kind bepaald gedrag vertoont dat je vervelend vindt. Denk in plaats daarvan na over het specifieke gedrag waarop je je wil richten en de dingen die meestal vóór dat gedrag gebeuren – en dat is waar je kunt helpen om praktische veranderingen aan te brengen. Maak je verwachtingen en grenzen duidelijk en help kinderen om door veranderingen heen te werken. Dus in plaats van te zeggen: ‘Je maakt nooit je huiswerk als het tijd is om aan school te zitten’, wees heel duidelijk over wat je zou willen dat er gebeurt en geef je kind voldoende tijd om te veranderen.

    Een andere zin om op te letten is ‘je maakt me’. Of het nu is ‘je maakt me gek of verdrietig als je …. doet’ of ‘door jou word ik boos/verdrietig’. Je kind is niet verantwoordelijk voor jouw emoties of jouw staat van zijn. Pas op dat je je gevoelens bij hen legt.

Lees ook: 6x waarom dreigen absoluut geen goede opvoedtechniek is

Bron: Huffington Post – beeld: Getty Images

Advertentie