Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

'Mama, er staat iemand achter je'

Praten over een vorig leven, een vinder zien als er net iemand dood is, of een vrouw met grijze haren en rode ogen onder de douche ‘zien’  staan: kinderen zeggen soms de meest creepy dingen. Hebben ze een zesde zintuig of zien ze spoken?

‘Ze ligt nu onder jullie bed…’

Laatst vroeg Luuk (3) aan zijn moeder: ‘Gaan we naar mijn kamer? Zullen we kijken of dat kindje er is?’ Waarop zijn moeder Lotte van den Broek (31) vroeg welk kindje Luuk bedoelde. ‘Dat meisje. Ze komt straks. Als het donker is. ‘De rillingen liepen over mijn rug toen hij dat zei,’ vertelt Lotte nu. ‘Ik wist niet meteen hoe ik moest reageren. Hij leek niet bang, en ik wilde zijn fantasie ook niet ontmoedigen.’ Ze plaatste het gesprekje met haar zoon op haar twitteraccount @lotsofonzin en het bleek een bron voor herkenbaarheid: er druppelden in no time tientallen reacties binnen van ouders met kinderen die ook iets zagen wat zij niet zagen. ‘Mijn zoon was 4 toen ik hem voorlas op ons bed,’ vertelt Sarah. ‘Zegt hij: “Mama, die mevrouw daar in de hoek zwaait naar mij.” Dus ik heb hem maar gezegd dat hij dan maar terug moest zwaaien. Zo gezegd, zo gedaan. ’s Avonds liepen we onze kamer op. Zegt-ie: “Ze ligt nu onder jullie bed.”’

Dingen zien

Ook de jongste van Angelique, 3 jaar, ziet dingen Ze vertelt: ‘In de douche stond ‘tante Lin’ blijkbaar achter mij. Toen ik vroeg hoe die tante Lin eruitzag, zei ons zoontje: “Gewoon, ze heeft grijze haren en rode ogen.”’ En Dagmar moest bij Lottes tweet meteen denken aan haar zoon toen hij klein was. Regelmatig als ze langs het weiland dicht bij hun huis reden vroeg hij haar: ‘Zag jij het ook, mama? De man met die ouderwetse kleren en de hoed stond er weer.’ Toen ze keek was er niemand te zien.

Lees ook: 14x gekke uitspraken van jullie kinderen voor het slapengaan

Advertentie

Oma zwaait

Ook de doden worden niet vergeten – en soms zelfs gezien. Zo was Saskia’s dochter zes toen haar oma overleed, en een paar maanden daarna stond Saskia met haar dochter op haar slaapkamer. Uit het niets zei haar dochter: ‘Kijk, mama, achter je, oma… Ze zwaait naar je!’ ‘Ik schrok me helemaal lam.’ En Mariekes zoontje werd een keer in paniek wakker ’s nachts toen ze 12 weken zwanger was. ‘De vlinder moet weg!’ riep hij. ‘De vlinder moet weg!’ Dus Marieke kijken of ze ergens een vlinder zag, of een mot, maar nee: niets te zien. Twee dagen later had Marieke haar 12-weken-echo, en bleek haar kindje overleden. Dat zou die zaterdag gebeurd zijn, op de dag van de vlinder-uitspraak. Marieke vindt het vooral troostrijk. ‘Waarschijnlijk was de vlinder zijn broertje die gedag kwam zeggen.’

Heel lang geleden

Tot zover de categorie ‘I see dead people’ – van de film The Sixth Sense. Een tweede veelvoorkomend type opmerkingen waarmee kinderen hun ouders de stuipen op het lijf blijken te jagen: verwijzingen naar een ver verleden, waardoor je tóch eventjes twijfelt of reïncarnatie bestaat. Kinderen die zinnen beginnen met: ‘Mama, toen ik vroeger dood was’, of: ‘Papa, toen ik vroeger groot was…’ Zo heeft de zoon van Sandra lang volgehouden dat hij vroeger in China woonde. En dan volgde er een lang en gedetailleerd verhaal. ‘Hij was toen een peuter en hij vergiste zich nooit.’

Extreem gevoelig

‘Dit soort dingen worden extrasensory perceptions genoemd’, zegt ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. Dat wil niet zeggen dat kinderen een zesde zintuig hebben – als Pont eerlijk is, gelooft hij daar niet in. ‘Daar is weinig bewijs voor en of kinderen écht geesten kunnen zien of overledenen, of hoe je het ook noemen wilt, dat kun je gewoon niet toetsen. Er is geen theoretisch kader, en het is ook niet op een wetenschappelijke manier te onderzoeken. Dan zou je met proefpersonen moeten werken en een controlegroep, maar die ervaringen zijn zo persoonlijk, en onmogelijk te vergelijken met elkaar.’ Het is eerder, zo zegt Pont, een versteviging van de andere vijf zintuigen. ‘Kinderen zijn veel gevoeliger voor allerlei signalen, ze pikken dingen véél eerder en sneller op dan volwassenen.’

Lees ook: Zo leer je je dreumes omgaan met emoties

Onderzoek

Pont haalt er een onderzoek bij waarbij twee groepen moeders eventjes werden weggehaald bij hun baby’s. De eerste groep werd in een stressvolle situatie geplaatst – die moeders moesten een presentatie geven aan een publiek dat heel ongeïnteresseerd was. De tweede groep moeders mocht iets relaxed doen: films kijken. Daarna werden de moeders weer bij hun baby’s gelaten. Wat bleek: de kindjes van wie de moeders net een stressvolle situatie hadden meegemaakt, reageerden anders dan de kindjes van de ontspannen moeders. Ze huilden eerder, reageerden onrustiger. Dat is evolutionair in een baby vastgelegd, zegt Pont. ‘Omdat ze nog niet kunnen praten, moeten ze hun informatie uit een ander kanaal halen. Dus door te voelen, horen, zien. Biologisch gezien is het van levensbelang om te weten of je moeder gestresst is of niet – en of er dus gevaar is.’

Kinderlijke fantasie

Als kinderen ouder worden en kunnen praten, verdwijnt die gevoeligheid langzamerhand, omdat het gesproken woord het kan overnemen. Iets wat door volwassenen vaak wordt gezien als het verliezen van die kinderlijke fantasie. Komen we meteen op de tweede reden dat kinderen dit soort sixth sense-achtig gedrag vertonen: ze zíjn gewoonweg heel fantasierijk. ‘Dat is wat ons mens maakt en anders dan bijvoorbeeld dieren: wij zijn in staat om ons dingen levendig voor te stellen,’ zegt Susan Bögels. Ze is hoogleraar family mental health en gespecialiseerd in cognitieve gedragstherapie voor kinderen. ‘Volwassenen zijn daar al goed in – bedenk maar eens welke emoties we kunnen voelen door alleen al iemand te zien via Zoom of Teams: daar is veel verbeelding voor nodig.’

Vrouw of vlek

Bij kinderen is de fantasie nog groter: ze zijn ongeremder, nog niet beïnvloed door ‘onze’ regels en normen wat wel en niet hoort en normaal is. Bovendien, zo vult Pont aan: kinderen begrijpen nog niet alles en weten nog niet veel. ‘En alles wat ze niet weten of snappen, willen ze wél verklaren. Als er een boom is omgevallen, dan wijten ze dat niet aan ziekte of onweer, zoals volwassenen doen, maar dan zeggen ze: “Die boom is verdrietig”.’ Dus er is een kans dat kinderen een droom verwarren met ‘een echt vriendje dat ze in hun kamer hebben zien staan’, of een vlek door het licht of een wapperend gordijn als ‘een vrouw met een witte jurk’ hebben geïnterpreteerd. Dat ontstaat dan in hun zoektocht naar verklaringen. Pont: ‘Ons brein is een mal ding. Dat wat we niet begrijpen, vullen we zelf aan.’ Bovendien zijn ons hersenen – ook die van kinderen – een soort ladekasten. Daarin slaan we herinneringen op, maar tussen die herinneringen is nog steeds een zekere dynamiek. ‘Kinderen kunnen soms herinneringen mixen, dingen door elkaar halen met eerdere ervaringen.’

Timo is een engeltje

En ja, de dingen die ze zeggen te zien, die kunnen soms een gevoelige snaar raken bij hun ouders. Of dat dan toeval is of meant to be? Zoals het 2-jarige zoontje van Brenda, dat net na het overlijden van Brenda’s moeder in de achtertuin een veertje op zijn vinger had. ‘Toen ik vroeg hoe hij eraan kwam, zei hij: “Van oma.” Klein detail: mijn moeder zei altijd dat een veertje een berichtje uit het hiernamaals was.’ Of het verhaal van Susie, die vertelt hoe zij samen met haar 4-jarige zoontje hun kat Timo zocht – die was al een tijdje kwijt. ‘Mama waarom roep je Timo?’ vroeg haar zoon. ‘Hij is door een dak gezakt en is nu een engeltje.’ Kat Timo is nooit meer thuisgekomen.

Meer tussen hemel en aarde

Zijn kinderen dan toch de spreekbuizen voor alles wat er tussen hemel en aarde gebeurt, omdat volwassenen daar niet meer open voor staan? Het is maar net wat je gelooft, zegt Pont. ‘Het is mooi als mensen er troost uit putten. Maar ik denk: kinderen zeggen zó veel dingen op een dag, de helft ontgaat je als ouder, we merken ze pas op als ze betekenis krijgen omdat wij het dan linken aan de werkelijkheid.’ Gevalletje ‘we horen wat we willen horen’. ‘Maar het is en blijft de fantasie van het kind.’

Geen zorgen

En die fantasie is goed – zelfs om te koesteren, zegt Bögels. ‘Als je kind dit soort dingen zegt, hoef je je écht geen zorgen te maken. Fantasie is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van een kind: het bevordert hun inlevingsvermogen, hun creativiteit, hun manier van nadenken.’ Sterker: het is eerder zorgwekkend als kinderen die fantasie níét hebben.’ Ze hebben hun fantasie ook nodig in sommige fasen van hun leven. Bögels: ‘Dat ziet er soms een beetje uit alsof ze in een psychose zitten: ze brabbelen tegen de lucht, horen jou niet, maar zijn diep in gesprek met iets wat jij niet ziet. Maar het is een functionele fantasie. Als ze verhuizen, bijvoorbeeld, of zich thuis een beetje vervelen, bang zijn in het donker, niet alleen willen slapen, dan kunnen ze maar zo een imaginary friend in het leven roepen die mee speelt, mee eet, mee naar bed gaat. Het geeft een kind houvast, een manier om om te gaan met nieuwigheid of angst, want een fantasie kun je elke keer oproepen als je die nodig hebt.’ Zie het als een manier om juist grip te krijgen op de werkelijkheid – hoe onlogisch dat ook voor volwassenen klinkt.

Fantasievriendjes

En die vrouw aan het bed, die man met de hoed langs de weg, dat onzichtbare vriendje met die gekke naam: ze verdwijnen ook weer zo snel als ze zijn gekomen. Zo weet Bögels nog van haar eigen, toen 3-jarige, dochter dat ze drie imaginary friends had: Bassie, Adriaan en de sprekende klok – ja, het was druk in haar dochters hoofd. Maar toen het gezin tijdelijk naar Londen verhuisde, vroeg haar dochter na aankomst: ‘Waar is iedereen?’ waarmee ze niet haar broer en zussen bleek te bedoelen die pas later kwamen, maar haar fantasievriendjes. Die waren dus niet mee verhuisd in haar kinderlogica. Waar Bögels maar mee zeggen wil: fantasieën horen bij bepaalde plekken en periodes. Je moet je pas zorgen maken als kinderen ouder worden en nog steeds zo vol opgaan in die fantasie. ‘Pas in de lagere schoolfase, als kinderen logisch en conceptueel denken ontwikkelen, gaat een kind het verschil tussen de realiteit en fantasie ontdekken. Als dat niet gebeurt en een kind alleen maar in de fantasie blijft hangen, dan is het wel verstandig hier op te letten en misschien advies in te winnen bij een expert.’

Bang

En dan zijn er nog de kinderen die misschien ook wel – net als hun ouders – de kriebels krijgen van bijvoorbeeld zo’n nachtelijke verschijning. ‘Neem die angst serieus,’ adviseert Pont. ‘Zeg niet: “Dat kan niet”, of “doe niet zo gek”. Voor jou is het werkelijkheid, voor je kind loopt fantasie en werkelijkheid nog door elkaar.’ Maar het mooie van een fantasie is, dat je er ook in mee kunt gaan, en die fantasie kunt sturen. Pont: “Kinderen reageren altijd op de reactie van hun ouders, daar zijn ze erg gevoelig voor. Houd de fantasie wel onderwerp van gesprek, zodat je in contact blijft met je kind, maar ga er niet helemaal in mee.”
Zo heeft Luuk het meisje in zijn kamer gezocht – het meisje dat altijd komt als het donker is. Lotte heeft hem geholpen met ‘zoeken’ (geen idee waar ze naar zocht), en daarna zei ze: ‘Luuk, dat meisje is er vandaag niet, ik denk dat het meisje ook is gaan slapen.’ Waarna Luuk zijn schouders had opgehaald en zijn zoektocht is gestaakt.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Tekst: Lisanne van Sadelhoff. Beeld: Stocksy

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.