Autostoeltjes, alles wat je moet weten

Autostoeltjes, alles wat je moet weten

Een autostoeltje heb je meteen vanaf de geboorte nodig. Veiligheid staat daarbij voorop, maar gebruiksvriendelijkheid en comfort zijn natuurlijk ook belangrijk. Autostoeltjes: waar moet je op letten bij de aanschaf ervan?

Autostoeltjes zijn verplicht

In Nederland is het verplicht om kinderen tot een lengte van 1.35 meter in de auto te vervoeren in een goedgekeurd autostoeltje. Hierbij is het belangrijk dat het kinderzitje goed past, zodat het optimale bescherming biedt. Om deze bescherming te garanderen, hebben autostoeltjes een van deze twee Europese keurmerken: de nieuwe i-Size goedkeuring (ECE-R129) of de ‘oudere’ ECE-R44 norm. Een autokinderzitje kan zijn: een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger.

Keurmerk autostoeltjes

De keuringseisen voor autostoeltjes worden periodiek aangepast aan nieuwe technische ontwikkelingen en inzichten. Jaar in jaar uit wordt er onderzoek gedaan naar mogelijke verbeteringen. Een kinderzitje dat indertijd op basis van het ECE-reglement werd goedgekeurd, voldeed aan de eisen die op basis van de kennis van toen werden gesteld. Het zal niet echt onveilig zijn, maar doordat er inmiddels nieuwe inzichten zijn kan het beter. Een van de verschillen tussen ECE-R129 en ECE-R44 is dat er strengere eisen zijn gekomen om buikletsel te voorkomen.

I-Size is een nieuwe (2013) Europese regelgeving. Kinderen moeten tot minimaal 15 maanden achterwaarts vervoerd worden in een autostoeltje met een Isofix-bevestiging. Bij aanrijdingen is je kind dan beter beschermd. Door je kind achterwaarts te vervoeren worden de krachten over het hele lichaam verspreid en ligt de druk niet op het hoofd en de nek. In Europa zijn auto-ongelukken de grootste oorzaak van kindersterfte. Door de i-Size norm is het volgende veranderd:
  • Kinderen moeten tot minimaal 15 maanden achterwaarts vervoerd worden.
  • Stoeltjes met gordelbevestiging verdwijnen van de markt.
  • Alleen stoeltjes met Isofix-methode op de markt.
  • Huidige en nieuwe regelgeving gelden allebei tot 2018.
  • In 2018 verdwijnt de huidige regelgeving.

Ook stoeltjes die vallen onder de ‘oudere’ ECE-R44 norm worden nog steeds verkocht en mogen nog lang gebruikt worden. Beide normen blijven voorlopig naast elkaar bestaan, maar op den duur zal i-Size de oudere norm volledig vervangen. Als je nu voor een autozitje gaat kijken, is het wel verstandig voor een i-Size te kiezen, want deze voldoet aan strengere veiligheidseisen.

De i-Size regelgeving is vanaf juni 2018 de enige regelgeving voor nieuwe autostoeltjes.

Wat als je al een autostoeltje hebt?

Met de doorvoering van de nieuwe richtlijnen verandert er niks, autostoeltjes met het oudere ECE-R44 keurmerk mogen nog lange tijd gebruikt worden en er staat geen verbod op de planning. Het gaat er meer om dat je nu bij de aanschaf van een nieuw autostoeltje alvast kunt kiezen voor eentje die voldoet aan de strengere i-Size eisen. Het aanbod van stoeltjes met dit keurmerk zal de komende jaren ook groeien.

Wat is het verschil tussen i-Size en ECE-R44 autostoel?

Bij het keurmerk ECE-R44 zijn autostoeltjes ingedeeld in vijf groepen met een minimaal en maximaal gewicht: groep 0, 0+, 1, 2 en 3. De autostoeltjes kunnen goedkeuring hebben voor één groep of meerdere groepen. Het belangrijkste bij de keuze van een autostoeltje met dit keurmerk is het gewicht, maar het kan zijn dat je kind al eerder in een ander stoeltje moet in verband met zijn lengte. De Consumentenbond adviseert om een kind zo lang mogelijk in een 0+ autostoeltje te vervoeren. Stap pas over als je baby te zwaar is geworden of als het hoofdje boven de stoel uitsteekt.

Voor kinderen kleiner dan 1.35 meter kies je met ECE-R44 een stoeltje aan de hand van het gewicht. Op het kinderzitje staat vermeld voor welke gewichtscategorie het geschikt is. Behalve naar het gewicht van je kind, moet je ook kijken naar zijn lengte en postuur. De overlap in gewicht vergroot de ruimte die je hebt om deze keuze te maken.

Minder dan 13 kg: babyautostoeltje (groep 0 en 0+)

Het babyautostoeltje plaats je tegen de rijrichting in. Je zet het vast met de driepuntsgordel van de auto. In het stoeltje zit een Y-gordel, waarmee je je kind vastmaakt. Sommige stoeltjes kun je ook met de Isofix-methode vastzetten: aan de achterkant van het autostoeltje zitten dan twee uitsteeksels. Auto’s die voor dit systeem zijn uitgerust, hebben tussen de rugleuning en de zitting twee ‘ankers’. De uitsteeksels op het stoeltje klik je gemakkelijk in de ankers en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie in de handleiding van het autostoeltje.

Tussen 9 en 18 kg: kinderautostoeltje (groep 1)

Het kinderautostoeltje (groep 1) is bedoeld voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten. Je maakt je kind met de vijfpuntsgordel van het autostoeltje vast. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje bevestig je met de autogordel of Isofix.

Tussen 15 en 36 kg: zittingverhoger (groep 2 en 3)

Je kind zit op een zittingverhoger en je maakt hem vast met de autogordel. De stoelverhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel niet langs de hals, maar over de schouder van je kind loopt. Ook zorgt de zittingverhoger ervoor dat de heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dat voorkomt buikletsel.

Zittingverhogers zijn er met en zonder rugleuning. Het beste is om er één te kopen met (afneembare) rugleuning. De rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere zijwaartse steun als je kind onderweg in slaap valt. Bovendien beschermt de leuning bij aanrijdingen van opzij. De rugleuning zorgt er ook voor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieën kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken. Als het kind onderuitgezakt zit, zit de heupgordel niet goed meer en dat kan bij een botsing tot buikletsel leiden.

Kinderen zwaarder dan 36 kg: autogordel

Er zijn geen autostoeltjes of zittingverhogers goedgekeurd voor kinderen boven de 36 kilo. Deze kinderen zouden dan alleen de autogordel moeten gebruiken. Loopt bij jouw kind de gordel over de hals in plaats van over de schouder, dan is het verstandig om hem toch op een zittingverhoger te vervoeren totdat hij lang genoeg is om alleen de autogordel te gebruiken. Een andere mogelijkheid is om een apart aangeschafte gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) te gebruiken. Kies alleen voor deze laatste optie als het echt niet anders kan.

Kind langer dan 1.35 meter

Is je kind groter dan 1.35 meter, dan moet hij de autogordel gebruiken. Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan ook een goedgekeurde zittingverhoger.

Het eerste autostoeltje moet dus komen uit de groep 0 of 0+. Als je baby eenmaal meer dan 13 kg weegt of het hoofdje steekt boven het stoeltje uit, dan dien je een stoeltje te kiezen uit de groepen 1, 2 of 3.

Naast dit oude keurmerk bestaat sinds juni 2013 i-Size, een keurmerk dat autostoeltjes indeelt naar lichaamslengte en leeftijd. Hierbij mag de fabrikant van het autostoeltje zelf de minimale en maximale lengte bepalen waarvoor het stoeltje geschikt is. Bij autostoeltjes met een i-Size goedkeuring geldt dat kinderen tot een leeftijd van 15 maanden altijd tegen de rijrichting in worden vervoerd. Daarna mogen de autostoeltjes ook in de rijrichting worden geplaatst. I-Size autostoeltjes zijn beschikbaar voor kinderen tot ongeveer 3,5 – 4 jaar oud. Dat staat gelijk aan de 0+ en groep 1 zitjes van de ECE-R44 norm.

Tip: er is sinds oktober 2017 ook een autostoeltje met ingebouwde airbags verkrijgbaar.

Welk autostoeltje moet je kiezen?

Beide normen blijven voorlopig naast elkaar bestaan, maar het kan een overweging zijn om te kiezen voor i-Size omdat die voldoet aan strengere veiligheidseisen. Let bij het kiezen van een autostoeltje op het volgende:

  • Een autostoeltje koop je aan de hand van het gewicht van je kind. Je begint met een stoeltje voor kinderen tot ongeveer dertien kilo. Bij het keurmerk staat aangegeven voor welke gewichtsklasse het stoeltje is goedgekeurd.
  • Er zijn verschillende systemen voor het bevestigen van stoeltjes. Is je auto voorzien van een Isofix-systeem, dan kun je een daarop passend stoeltje kopen. Andere stoeltjes zet je vast met de autogordels of een ander systeem. Kijk vooral naar wat je zelf handig vindt, want je zult het stoeltje vaak vastzetten. Het is slim om je auto mee te nemen, dan kun je meteen kijken of de stoel past.
  • Volgens Paul Engel, deskundige op het gebied van autostoeltjes, zijn niet alle autostoeltjes even veilig. ‘Sommige stoeltjes scoren in onze tests behoorlijk onder de maat. De prijs of het merk van een stoeltje zegt ook niet alles over de kwaliteit. Als je wilt weten of een stoeltje veilig is, kun je de ANWB-kinderzitjestest erop naslaan. Hiervoor hebben we de autostoelen objectief getest en aan dezelfde omstandigheden onderworpen.’
  • Controleer ook of de sluiting van het tuigje makkelijk te openen is voor jou, maar niet voor je kind. En of de banden verstelbaar zijn.
  • Kies liever niet voor een tweedehands autostoeltje. Als het stoeltje al eens een botsing heeft meegemaakt, is het namelijk niet meer veilig.

Twee manieren van bevestigen: Isofix en autogordel

Als je een autostoeltje aanschaft, heb je naast de keuze uit het type keurmerk, ook de keuze uit de manier waarop je een stoeltje bevestigt in de auto. Dat kan namelijk op twee manieren: met de Isofix-methode (standaard voor autostoeltjes met het i-Size keurmerk) of gewoon met de autogordels.

Autostoeltjes bevestigen met autogordels

Als je een autostoeltje bevestigt met de autogordels, plaats je het autostoeltje tegen de rijrichting in. Je zet het vervolgens vast met de driepuntsgordel van de auto volgens de instructies van de fabrikant. Vaak moet de gordel door een deel van de rugleuning worden ‘geregen’. In het stoeltje zit een Y-gordel waarmee je je baby vastmaakt.

Voordelen:

  • de autostoeltjes zijn zo goed als universeel en in iedere auto te plaatsen.
  • ze zijn relatief goedkoop in de aanschaf.

Nadelen:

  • het bevestigen gaat niet altijd even makkelijk met autogordels.
  • de kans is groot dat het stoeltje verkeerd wordt bevestigd.

Autostoeltjes bevestigen met Isofix

Isofix is een internationaal gestandaardiseerd systeem voor de bevestiging van autostoeltjes, waarbij je het autostoeltje vastklikt in een frame dat vastzit aan de Isofix-bevestigingspunten van de auto. Die punten bevinden zich tussen de rugleuning en het zitvlak en zijn verbonden met de carrosserie van de auto. Alle autostoeltjes met Isofix zijn voorzien van grijphaken die je makkelijk vast kunt klikken aan deze bevestigingspunten. Vanaf november 2012 is het verplicht dat alle nieuwe auto’s met deze bevestigingspunten zijn uitgerust.

Voordelen:

  • Bevestigen is makkelijker dan met autogordels en kan bijna niet misgaan.
  • In de test van de Consumentenbond scoren autostoeltjes met Isofix bij botsingen beter dan stoeltjes die bevestigd worden met autogordels.

Nadelen:

  • Isofix-stoeltjes zijn alleen te bevestigen in auto’s met Isofix-bevestigingspunten.
  • Niet alle Isofix-stoeltjes zijn universeel. Je moet opzoeken of het type stoeltje dat jij graag wilt ook past in jouw auto.
  • Ze zijn relatief duur in de aanschaf, omdat je als extra ook het frame (de basis waarop je het stoeltje vastklikt) erbij moet kopen.

Waar moet je nog meer op letten?

  1. Je hebt natuurlijk ook nog allerlei keuzes op het gebied van kleuren en vormen. Om je in de winkel niet te laten overweldigen door de grote keuze, is het handig om van tevoren ook te bepalen hoe belangrijk je het vindt hoe het autostoeltje eruitziet. Ga je voor basic of een uniek exemplaar? Bedenk ook dat je het stoeltje altijd kunt ‘pimpen’ met een mooie gekleurde hoes naar wens, mocht je de basis van het stoeltje te saai vinden.
  2. Let bij de aanschaf ook op de bekleding van het autostoeltje. Je baby knoeit ongetwijfeld wel eens en dan is het handig als de bekleding in de wasmachine kan of makkelijk af te nemen valt.
  3. Ga je voor een Isofix-bevestiging? Dan heb je ook een frame (base) nodig. Bij sommige autostoeltjes is het frame voor twee autozitjes geschikt, zowel voor het eerste autostoeltje als het stoeltje dat je daarna nodig hebt. Scheelt weer in de kosten!
  4. Bekijk of je autostoeltje op het frame van je kinderwagen past. Neem desnoods de kinderwagen mee of check dit bij de fabrikant van het autostoeltje of de kinderwagen.
  5. Besluit je een tweedehands autozitje te kopen, check dan of het stoeltje wel een van de twee keurmerken bezit. De Consumentenbond adviseert overigens alleen een tweedehands stoeltje te kopen als je zeker weet dat er nooit een ongeluk mee is gebeurd. Door de kracht die een botsing op een autostoeltje uitoefent, is het stoeltje daarna niet meer veilig te gebruiken.
  6. Let op: je mag een autostoeltje alleen op de passagiersstoel plaatsen als zich daar geen airbag bevindt of deze is uitgeschakeld. Eventuele aanwezige zij-airbags kunnen geen kwaad.
Direct testen

Neem je auto mee als je een autostoeltje gaat kopen. Zo kun je meteen zien hoe je het stoeltje goed moet bevestigen en eventueel door de verkoper laten checken of je Isofix-bevestigingspunten hebt.

tip

Wanneer moet je overstappen naar een nieuw autostoeltje?

Een babyautostoeltje is voor een baby tot 13 kilo (groep 0+), maar je kunt beter als richtlijn aanhouden dat het hoofdje niet boven de rand van het stoeltje mag uitsteken. Zodra het hoofdje buiten de beschermde omgeving valt, is het tijd voor een nieuw stoeltje.

Handige instructievideo

Video: Veilig in de auto

Bron: ANWB.nl / Consumentenbond.nl