Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

wet kinderopvang

Wet kinderopvang 2021: dit zijn de regels

Als je kind naar de kinderopvang gaat, is het belangrijk dat hij daar veilig is en zich er goed kan ontwikkelen. Daarom heeft de overheid eisen opgesteld waaraan kinderopvangorganisaties zich moeten houden.

Wet Kinderopvang

De Wet Kinderopvang verplicht een kinderdagverblijf of gastouderbureau te zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen. Ook zijn kinderdagverblijven en gastouderbureaus verplicht ouders te informeren over het beleid dat op de opvang wordt gevoerd. Via regelmatige inspecties wordt het kwaliteitsniveau gecontroleerd. Kinderopvangcentra, peuterspeelzalen en gastouderbureaus die aan alle eisen voldoen, worden in een register bij de gemeente opgenomen. Als je je kind naar een geregistreerde kinderopvangorganisatie brengt, vergoedt de overheid een deel van de kosten.

Advertentie

Lees meer: Waar let je op bij het kiezen van de juiste gastouder?

Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK)

In 2018 is er een aantal maatregelen en kwaliteitseisen ingevoerd waaraan kinderopvangorganisaties moeten voldoen. Deze eisen staan in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).

Vier thema’s

De Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang bestaat uit vier thema’s:

  • De ontwikkeling van het kind staat centraal.
  • Veiligheid en gezondheid.
  • Stabiliteit en pedagogisch maatwerk.
  • Kinderopvang is een vak.

Per thema zijn er kwaliteitseisen opgesteld. Dit zijn de belangrijkste op een rij:

1. De ontwikkeling van het kind

  • De kinderopvang moet de ontwikkeling van het kind volgen én stimuleren. De opvang moet de ouders hierover op de hoogte houden.
  • Ieder kind krijgt een mentor die zijn ontwikkeling bijhoudt en bespreekt met de ouders.

2. Veiligheid en gezondheid

  • Tijdens de openingstijden moet er altijd één volwassene met een kinder-EHBO-diploma aanwezig zijn op de opvang.
  • Daarnaast gelden de al eerder ingevoerde veiligheidsregels, zoals het vierogenprincipe.

3. Stabiliteit en pedagogisch maatwerk

  • Er is een vaste-gezichtencriterium voor baby’s: kinderen tot één jaar moeten begeleid worden door maximaal twee vaste gezichten. Zo leren deze vaste medewerkers de baby’s goed kennen en begrijpen ze beter hun individuele behoeftes. Voor de baby is er door de vaste gezichten meer stabiliteit op de kinderopvang.

3. Kinderopvang is een vak

  • Vrijwilligers die meehelpen in de groep tellen niet meer mee als medewerker in de berekening van het maximaal aantal kinderen per pedagogisch medewerker. Er moeten dus genoeg betaalde en geschoolde medewerkers per groep aanwezig zijn.
  • De inzet van stagiairs wordt beperkt, zodat de pedagogisch medewerkers voldoende tijd overhouden om stagiairs goed te begeleiden.

Meer weten? Hoe verloopt het intakegesprek, wanneer gaat je baby wennen en hoe gaat het eraan toe op een kinderdagverblijf? Je leest hier meer over kinderopvang.

Nieuwe regels sinds 2019

Toen de Wet IKK in 2018 werd ingevoerd, is een aantal nieuwe maatregelen en eisen uitgesteld tot 2019 en 2023. Zo kregen de kinderopvangorganisaties meer tijd om wijzigingen door te voeren en aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen. Sinds 2019 zijn er dus nieuwe maatregelen. De belangrijkste maatregel is de nieuwe verhouding van de groepsgrootte ten opzichte van het aantal pedagogisch medewerkers.

  1. Drie baby’s per pedagogisch medewerker
    In de groepen met baby’s tot één jaar geldt sinds 2019 een maximum van drie baby’s per pedagogisch medewerker. Eerst waren dit vier baby’s. Dit houdt in dat een groep van acht baby’s nu drie begeleiders moet hebben, in plaats van twee. Zo hebben de medewerkers meer tijd en aandacht per baby te besteden.
  2. Twaalf kinderen van zeven jaar en ouder per pedagogisch medewerker
    Op de buitenschoolse opvang is de maximale groepsgrootte per pedagogisch medewerker juist omhoog gegaan. In de groepen voor kinderen van zeven jaar en ouder mogen twaalf kinderen per begeleider zitten. Dit aantal lag eerst op tien. Daarnaast moet elke kinderopvang een pedagogisch beleidsmedewerker in dienst hebben, die de andere pedagogisch medewerkers coacht. Deze beleidsmedewerker houdt zich ook bezig met het pedagogische beleid op de opvang en hoe dit beleid in de praktijk wordt uitgewerkt.

Tip: Zo kies je de juiste buitenschoolse opvang voor je kind

Nieuwe regels vanaf 1 januari 2023

Een groot deel van de wet IKK-maatregelen is al ingegaan. De volgende wijzigingen gaan in per 1 januari 2023.

  1. Minimaal taalniveau pedagogisch medewerkers
    Pedagogisch medewerkers en ook invalkrachten moeten minimaal niveau 3F of B2 voor mondelinge taalvaardigheid hebben. Kinderopvangcentra moeten kijken wie hier al aan voldoen en wie nog niet. Degenen die nog niet aan deze eis voldoen, maken een opleidingsplan en volgen een traject om aan de taaleis te voldoen.
  2. Aanvullende scholingseis voor werken met baby’s
    Pedagogisch medewerkers die met baby’s werken worden specifiek geschoold. Dit geldt ook voor invalkrachten. Ook hier geldt dat de kinderopvang in kaart moeten brengen welke medewerkers hieraan voldoen en wie niet. Degenen die nog niet aan deze eis voldoen, maken met de opvang een plan voor bijscholing.

Kinderopvangtoeslag

In de Wet Kinderopvang staat dat de kosten voor kinderopvang worden gedragen door zowel de werknemers, de werkgevers als de overheid. Dit betekent dat ouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen: een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang. De overheid en de werkgevers betalen deze toeslag. De kinderopvangtoeslag is bedoeld voor ouders die werken of een studie (of traject) volgen om aan het werk te gaan en die gebruikmaken van geregistreerde kinderopvang.

Meer lezen: Wat betekent de verplichte Werkgeversbijdrage Kinderopvang voor jou?

Om kinderopvangtoeslag te ontvangen, moet je een contract hebben afgesloten met een kindercentrum of het gastouderbureau. Vervolgens betaal jij de rekeningen die deze organisatie stuurt, maar een deel van de kosten krijg je terug via de Belastingdienst. De hoogte van de kinderopvangtoeslag is afhankelijk van:

  • het aantal kinderen dat gebruikmaakt van de kinderopvang.
  • het tarief van de kinderopvang.
  • het aantal uren kinderopvang per kind.
  • het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen van de ouders.

Op de website van de Belastingdienst kun je berekenen hoeveel kinderopvangtoeslag jij kunt krijgen.

Controle van de wet

De Wet Kinderopvang en de Wet IKK regelen dat alle kindercentra minimaal jaarlijks door de GGD gecontroleerd moeten worden. De GGD checkt of de kinderopvang voldoet aan alle kwaliteitseisen op het gebied van personeel en organisatie, accommodatie, veiligheid, hygiëne en gezondheid. Daarnaast houdt de GGD toezicht op de pedagogische kwaliteit en ouderbetrokkenheid. De GGD stelt inspectierapporten op, die voor zowel de opvang als voor de ouders bedoeld zijn.

Als een kinderopvang niet aan de eisen voldoet, moet de gemeente daartegen optreden. De gemeente kan waarschuwingen uitdelen en boetes opleggen.

Het is dus verstandig om de jaarlijkse inspectierapporten goed te bekijken, zodat je weet of de kinderopvang waar je kind naartoe gaat aan alle eisen voldoet.

Lees meer: Welke soorten kinderopvang zijn er?

Bronnen: Wetten.nl, Kinderopvang totaal