Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Cynthia beviel op de A29: ‘‘Het hoofdje is eruit!’ riep ik. Michel zette de auto direct op de vluchtstrook’

Cynthia (31) was al vijftien uur weeën aan het opvangen toen ze met haar man naar het ziekenhuis reed voor de bevalling. In de auto ging het ineens heel snel.

Advertentie

Cynthia (31, leerkracht basisonderwijs) is getrouwd met Michel (32). Samen met hun twee dochters Emmelie (3) en Vivienne (1) wonen ze in de Hoeksche Waard.

In de auto

Vijftien uur lang pufte Cynthia weeën weg, toen ze op maandagochtend de auto instapte om naar het ziekenhuis te gaan voor weeënopwekkers. ‘Mijn man Michel legde nog snel een matje op de bijrijdersstoel, voor het geval dat mijn vliezen op weg naar het ziekenhuis plotseling zouden breken.’

‘Een rit van twintig minuten – het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Dordrecht was vanwege corona vol, dus moesten we naar Rotterdam. Jammer, maar ik ben allang blij dat er een bed vrij was.’

Andere versnelling

Het stel was amper vertrokken, of Cynthia kreeg opnieuw een wee. ‘Hij begon in mijn bovenbeen en nam snel toe in kracht. Door te focussen op mijn ademhaling voelde ik ‘m langzaam weer wegebben, maar vlak daarna kreeg ik een buikwee.’

Advertentie

‘Die nacht daarvoor had ik alleen maar weeën in mijn bovenbenen gehad. Deze buikwee voelde anders. Pijnlijker, krachtiger. Hoewel we pas twee straten van ons huis verwijderd waren, voelde ik aan alles dat mijn lijf in een andere versnelling schoot. De pijn trok als een golf door heel mijn lichaam heen en het voelde alsof ik ineens op het punt stond om te gaan bevallen. Ik greep me vast aan de deur en riep geschrokken: “Michel, bel de verloskundige! Ik ben bang dat we het ziekenhuis niet gaan halen!”’

Langzame start

Even terug in de tijd: die ochtend daarvoor begon haar bevalling met weeën, met 38 weken zwangerschap. ‘Ik had ’s ochtends een zeurderig gevoel in mijn bovenbenen. Vast voorweeën, dacht ik nog, en ging gewoon met Emmelie naar de kinderboerderij. Maar ’s avonds nam de pijn toe en ging ik de weeën timen: om de zeven minuten. Van slapen kwam niets terecht.’

‘Al snel werden de weeën heviger en moest ik ze flink wegzuchten. Toen de verloskundige ’s nachts kwam, bleek ik 2 centimeter ontsluiting te hebben. Ze raadde me aan om een warme douche te nemen, waardoor de weeën krachtiger zouden worden. Maar toen ze me een paar uur later opnieuw toucheerde, zat ik nog steeds op 2 centimeter.’

‘Ondertussen werd het opvangen van de weeën steeds moeilijker. Ik heb rondgelopen, gezeten, op bed gelegen – iedere houding hielp slechts tijdelijk en tussendoor kon ik steeds moeilijker ontspannen. Om acht uur ’s ochtends zat ik nog steeds op 2 centimeter, terwijl ik al vijftien uur bezig was.’

Advertentie

‘De moed zakte me in de schoenen, ik kón niet meer. Het voorstel van de verloskundige om naar het ziekenhuis te gaan voor weeënopwekkers, leek me een goed plan. Hoe graag ik het ook thuis wilde doen, ik wilde nu vooral dat er een einde aan zou komen. Dan maar bevallen in het ziekenhuis.’

Vrij hoge pijngrens

Net als bij haar eerste bevalling had Cynthia gehoopt om thuis te bevallen. ‘Ik ben iemand die vertrouwt op haar lichaam. Ik heb een vrij hoge pijngrens en het leek me fijn om in mijn eigen omgeving te bevallen, waar ik het beste zou kunnen ontspannen.’ Toch zag haar oudste dochter Emmelie (nu 3) het levenslicht in het ziekenhuis, omdat ze met tweeënveertig weken moest worden ingeleid.

Bij haar tweede zwangerschap ging Cynthia ervan uit dat ze opnieuw de veertig weken zou volmaken. ‘Volgens mijn verloskundige was die kans vrij groot. Toch hadden we met een week of dertig het kamertje en alle spullen al klaar. Ik werk als leerkracht in het basisonderwijs en moest na de zomervakantie nog vier weken werken, dus besloten we alle voorbereidingen alvast in de zomer te treffen. Eenmaal met verlof dacht ik: we zien wel hoe het loopt.’

‘Ik hoopte dat de bevalling op natuurlijke wijze zou beginnen en dat ik de klus nu wél thuis kon klaren. Maar zou het anders lopen? Ook prima. Ik wist dat ik het moest nemen zoals het komt.’

Lees ook: 5x bijzondere bevallingsverhalen op een unieke locatie

Gas erop

Dat geen bevalling hetzelfde is, bleek wel uit de hevige pijn die Cynthia toen, onderweg naar het ziekenhuis in de auto plotseling voelde. ‘Michel belde de verloskundige, die via een omweg naar het ziekenhuis reed: via een andere zwangere, die nog een formulier moest ondertekenen. Ik zat immers pas op 2 centimeter ontsluiting en ze had thuis gezegd dat er ‘niets geks zou gaan gebeuren in de auto’.

Maar de baby dacht daar duidelijk anders over: vanaf de bijrijdersstoel had Cynthia het gevoel dat de kleine elk moment zou komen. ‘Ik voelde een overweldigende kracht van onderen, maar dacht: dat kan toch niet? Ik heb nog helemaal geen volledige ontsluiting!’

‘Michel belde de verloskundige en sprak af om elkaar halverwege de route te ontmoeten. Eenmaal daar, langs een N-weg, besloot ze al snel, gezien mijn hevige pijn dat het beter was om zo snel mogelijk door te rijden naar het ziekenhuis.’

‘Toen Michel weer optrok, voelde ik een nieuwe buikwee opkomen en riep: “Gas erop!” Ik voelde plotseling een enorme druk van onderen. Iedere spier in mijn lichaam wilde kracht zetten. Ik herkende het gevoel van mijn eerste bevalling: een perswee. Shit, dacht ik, wat nu? Mijn vliezen zijn nog niet gebroken en als de baby hier geboren wordt, zit de hele auto onder. Meer dan ooit focuste ik op mijn ademhaling om de persdrang tegen te houden.’

Door het ochtendverkeer

Haar man Michel loodste hen ondertussen door het maandagochtendverkeer – de spits was gelukkig voorbij – en bleef kalm. ‘Het was alsof hij niet goed besefte wat er gebeurde, terwijl hij wel heel alert was. Hij zei: ‘Bij Emmelie heb je vijf kwartier geperst. Je redt het nu toch nog wel tien minuten?’ Hij gaf meer gas en haalde de verloskundige in, terwijl ik weer een perswee voelde komen. Help, dacht ik, hoe hou ik dit vol?’

Maar de persweeën kwamen heel snel achter elkaar. Bij de derde voelde Cynthia plotseling het hoofdje van de baby tussen haar benen. Paniek. ‘Dat voelde vreemd en warm. ‘Het hoofdje is eruit!’ riep ik, waarop Michel de auto direct stilzette op de vluchtstrook.’

Ze staan in een bocht van de snelweg, op tien minuten van het ziekenhuis, en Cynthia heeft haar joggingbroek, pyjamashirt en winterjas nog aan. ‘‘Waar is ze?’, riep ik om mijn verloskundige, ‘ze moet nú komen!’ Er was geen twijfel mogelijk: onze tweede dochter ging in de auto geboren worden. Terwijl ik alles op alles zette om niet toe te geven aan een nieuwe perswee, dacht ik maar één ding: als ze maar blijft ademen…’

Buiten de lijntjes

Dat haar bevalling in de auto begon, was puur toeval. Toch staat Cynthia er achteraf gezien niet van te kijken. ‘Ik kleur graag buiten de lijntjes. Waar Michel het fijn vindt als alles volgens plan verloopt, doe ik dingen vaak nét even anders, aard van het beestje.’

Behalve dat ze haar eigen plan trekt, kun je Cynthia ook omschrijven als een introvert type. ‘Ik laat mijn emoties niet snel zien, ben een binnenvetter. Slechts een handjevol mensen in mijn omgeving weet hoe het écht met me gaat.’

Zo probeerde ze zich ook tijdens haar bevalling groot te houden. ‘Toen mijn ontsluiting niet vorderde, baalde ik ontzettend. Zeker toen er daarna geen plek bleek te zijn op de verlosafdelingen. Pas bij het derde ziekenhuis kreeg de verloskundige groen licht.’

‘Hoe gaan we dit doen? dacht ik, al liet ik de paniek die ik vanbinnen voelde niet merken. Maar even later lukte het niet meer om mijn emoties onder controle te houden. Op de vluchtstrook, dealend met hevige persweeën, was de situatie te bizar om nog helder te kunnen denken.’

Lees ook: Zo voelt een wee

Ze doet het

Het portier naast Cynthia zwaaide open en haar verloskundige verschijnt nét op tijd. Toen zij de broek van Cynthia naar beneden trok, werd baby Vivienne met de vijfde perswee geboren.

‘Ik hoorde gehuil en dacht: gelukkig, ze ‘doet’ het! De verloskundige ving haar op, ritste mijn winterjas open, trok mijn shirt omhoog en legde haar op mijn borst. Ondertussen checkte ze Vivienne vlug: haar kleur en ademhaling waren op het eerste oog goed.’

‘‘Blijf ademen, meisje,’ fluisterde ik. Door mijn stem en ons huid-op-huidcontact werd ze meteen stil. Dat gaf vertrouwen, maar echt gerust was ik er niet op. Het liefst wilde ik dat ze alles bij elkaar blèrde en liet weten dat ze springlevend was.’

Vijf minuten

Buiten was het slechts een graad of 10, dus haar man zet de verwarming van de auto vol aan. Om de baby warm te houden wikkelde hij haar samen met de verloskundige in schone kleding van Cynthia, uit de vluchttas achterin de auto. En daarna plankgas door naar het ziekenhuis – alles bij elkaar stonden ze nog geen vijf minuten op de vluchtstrook.

‘Ik zat nog steeds op de bijrijdersstoel met mijn winterjas aan. Ik had het bloedheet en de adrenaline gierde door mijn lichaam. Ik bleef zachtjes praten tegen Vivienne en hield mijn hand op haar rug om haar ademhaling te voelen. Die was regelmatig. Daardoor kwam er langzaam een rust over me heen: ze was geboren en leek in orde.’

Perfecte score

Cynthia had weleens gelezen over vrouwen die op een gekke plek zijn bevallen. Maar dat zoiets haar zélf zou overkomen? ‘Dat had ik natuurlijk nooit verwacht. Ook niet toen we van huis vertrokken, want ik zat pas op 3 centimeter ontsluiting. Wie gaat er dan van uit dat je binnen een kwartier een kind baart?’

Volgens haar verloskundige is de kans groot dat Cynthia geen volledige ontsluiting heeft gehad. ‘Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom ik volledig ben uitgescheurd. Geen pretje, maar na de bevalling was ik daar amper mee bezig. Ik had alleen maar oog voor Vivienne.’

In het ziekenhuis bleken Cynthia en haar dochter beide in orde. ‘Ik hoefde alleen gehecht te worden en Vivienne had een perfecte Apgar-score. Ondanks haar flitsende entree deed ze het fantastisch. Met haar rode haren, die me door alle hectiek in het ziekenhuis pas opvielen, kon ik mijn ogen niet van haar afhouden. Paniek had plaatsgemaakt voor intens geluk.’

Lees ook: De beste bevallingstips van verloskundigen

Heb ik gedroomd?

Drie uur later konden ze al naar huis. Pas daar kwam bij Cynthia het besef van wat haar was overkomen. ‘Eenmaal in mijn eigen bed leek het eerst een droom. Maar dan keek ik naar Vivienne en dacht ik: ze is er echt.’

‘Toen ik erover sprak met de kraamverzorgende en later mijn verloskundige, daalde het in en voelde ik een mix aan emoties. Opluchting dat het allemaal goed was gegaan, ongeloof dat ik heb zitten persen op de vluchtstrook en blijdschap dat onze dochter gezond en wel op mijn borst lag. Welk gevoel overheerste? Geluk, want ondanks alles zweefde ik op een roze wolk.’

Groot nieuws

De dagen daarna verspreidt het nieuws zich als een lopend vuurtje. ‘We kregen interviewverzoeken van de pers en ontvingen zelfs een kaartje van de minister van Verkeer en Waterstaat. Daardoor beseften we des te meer hoe bijzonder het was. We hebben één interview gegeven aan de krant, maar wilden verder rustig genieten van de kraamtijd.’

Wel leverde dat krantenartikel het gezin ontzettend veel reacties op. ‘Ik kreeg zelfs appjes van mijn leerlingen: “Gaat dat verhaal echt over u, juf?” Ook mijn collega’s wisten toen: het is dus geen grap.’

‘Een paar weken later ging ik naar school om Vivienne te showen. Collega’s waren nieuwsgierig hoe het precies was gegaan, maar de kinderen wilden vooral weten of ik geen nieuwe auto had moeten kopen. Want het matje dat Michel had neergelegd, ving natuurlijk weinig op. Maar gelukkig was de leren bekleding onze redding.’

Hectometerpaaltje

Ook aan familie en vrienden moet Cynthia het verhaal steeds opnieuw vertellen. ‘Iedereen was vol ongeloof. Mijn vader zei: “Je moest het weer anders doen dan de rest, hè?” Daar hebben we erg om gelachen. Iedereen dacht dat we het ziekenhuis niet gehaald hadden omdat het heel snel was gegaan. Toen ze hoorden dat ik al vijftien uur bezig was, was de verbazing nóg groter: “Hoe kan het dan in de auto gebeurd zijn?” Tja, dat vraag ik me nu nog steeds af.’

‘Vivienne is inmiddels een vrolijke dreumes van bijna anderhalf. Op haar kamer staat het hectometerpaaltje 9,9 van de plek waar zij ter wereld kwam: in de bocht van snelweg A29 naar de A15 bij Rotterdam. Dat bordje heeft Rijkswaterstaat ons cadeau gedaan. Een replica natuurlijk, maar ontzettend leuk.’

‘Ik denk daardoor nog vaak terug aan mijn bevalling, al komt het sowieso nog weleens ter sprake. Met vriendinnen die in dezelfde periode zijn bevallen, maar ook afgelopen zomer op vakantie in Drenthe. Daar sprak een wildvreemde me op de camping aan: “Ben jij niet die vrouw uit de krant, die op de snelweg beviel?” Zo grappig dat ik bijna een jaar later aan de andere kant van het land nog herkend word. Dat laat wel zien dat we echt iets unieks hebben meegemaakt.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Tessa Heselhaus. Fotografie: Brenda van Leeuwen

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.