Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Zo leg je het kerstverhaal uit aan een kind (en dit leert hij ervan)

Het kerstverhaal: wat krijgen peuters daar eigenlijk van mee? Moet je het überhaupt aan ze vertellen? En zo ja, wanneer dan? Journalist Niek Stolker, vader van twee, vraagt een psycholoog en een theoloog om advies.

Vertrouwde tekeningen

Kee, mijn dochter van drie, vindt Kerstmis van Dick Bruna uit 1963 leuk door de vertrouwde tekeningen, maar ze heeft geen idee waar ik het over heb als ik voorlees over ‘een licht van een engel, die een boodschap kwam brengen van God’ en met haar engelen-vriendinnetjes ‘ere zij God in den hoge’ begint te zingen.

Advertentie

Ze vraagt me wel wat mirre en wierook zijn – en daar blijft het bij. Ik probeer mijn ongemak – zelf heb ik niet zo veel met religies – te verbergen en lees rustig verder over een prachtige ster aan de hemel die drie wijze koningen op kamelen de weg wijst en over baby Jezus die uiteindelijk wordt geboren in een stal. Kee valt er snel van in slaap. Een paar dagen later vraagt ze me of we please-please-pleeeeaaaase dat boek over Jozef en Maria weer mogen lezen. Dat boek waarin ze een dochter krijgen: nijntje.

Een slecht sprookje

Hoe is dit boekje hier eigenlijk in huis beland?, vraag ik me af. Zelf ben ik niet religieus opgevoed, zelfs met wantrouwen jegens de kerk. Het kerstverhaal? Een sprookje – en dan nog een slecht sprookje ook. Zo stond ik er altijd in.

Mijn vrouw Femke heeft een protestantse achtergrond en ging tot haar twaalfde elke week naar de kerk. Tijdens haar puberteit schudde ze haar veren af en nu doet ze vooral aan symboolreligie: ze haalt elk jaar twéé kerstbomen in huis (één in de woonkamer, één op de kinderkamer), gaat alleen nog op 24 december naar de kerk en op vakantie brandt ze weleens een kaarsje in een alpenkapelletje.

Onze kinderen zijn niet gedoopt en we kiezen bewust voor een openbare school. Ja, er staan houten stalletjes onder onze kerstbomen, maar voor de kinderen is dat vooral speelgoed. ‘Mogen we een spoorbaan onder de boom?!’ schreeuwde mijn zoon Seth (toen 4) vorig jaar naar me van een meter afstand. ‘Dan kan Jezus met de trein!’ Hij keek er triomfantelijk bij, alsof hij zojuist een briljante brainwave had gehad.

Goed voor je geest

For the record: iedereen mag natuur-lijk geloven wat hij zelf wil, wij doen dat alleen niet in God of Jezus of een andere heilige, nou ja, jezelf misschien. Toch vieren we kerst, met onze families. Femke zoekt ook bewust naar boekjes over religies, omdat ze vindt dat ‘kinderen moeten weten over het bestaan van het geloof, toch?’

Ook denkt ze ‘dat het goed is voor je geest, dat je leert dat er meer is tussen hemel en aarde. Het is een mooie manier om te leren nadenken, filosoferen en dat niet alles zo vanzelfsprekend is.’ Met het voorleesboek van Dick Bruna in mijn handen, vraag ik me toch af: wat krijgen kleine kinderen dan mee van zoiets abstracts als het geloof? En als ik al niet helemaal begrijp wat er nou precies gebeurde met kerst, zij dan wel?

Psycholoog: kleintjes vertel je sec het verhaal, later vertel je meer

Ik vraag het aan ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. ‘Ten eerste: die kerstboom heeft niks met de geboorte van Jezus te maken,’ lacht hij. ‘Ook dingen als de kerstman en cadeaus zijn later aan kerst toegevoegd. Het feest is allang losgezongen van het geloof.

Kerstmis staat nu voor verbinding, hoop, samenzijn, dat soort zaken. Daarom overleeft kerst in een seculiere samenleving – en heeft de kerk het moeilijk.’ Als je je kinderen christelijk opvoedt, heeft het kerstverhaal een andere lading dan wanneer je niks met het christendom hebt.

Elke leeftijd kent zijn eigen gesprek

Al zijn de verschillen op jonge leeftijd nog niet groot. Pont: ‘De kleintjes vertel je sec het verhaal. Jezus werd geboren in een stal en zijn ouders kregen cadeaus. Echte abstracties kunnen kinderen gemiddeld vanaf hun zevende pas begrijpen. Dan geloven ze niet meer in Sinterklaas, gaan hun knuffels in de hoek. Dan begint de volwassenheid van de kindertijd. Maar peuters begrijpen symboliek nog niet. Je moet zo’n verhaal plakje per plakje serveren, als een worst.

Mijn kinderen zijn nu zeventien en achttien. Als baby zagen ze de kerstboom met een pakje eronder, later kwam het kerstverhaal, wat dat betekent en de link met het christelijke geloof. Gelukkig kan het kerstverhaal op verschillende niveaus beleefd worden. Elke leeftijd krijgt zijn eigen gesprek. Er komt steeds meer verhaal in. Het mooist is als er vragen komen. Dat zijn op jonge leeftijd heel praktische vragen als: wat is vrede? Later, als ze puberen, krijg je vragen als: waarom geloven mensen? En waarom anderen niet?’

Mag jezus bij ons logeren

Voor mijn kinderen is Jezus een baby. Die bebaarde dertiger aan het kruis heet voor zover zij weten Inri, zoals er op vakantie in ­Oostenrijk steevast op het kruis staat. ‘Mag Jezus bij ons logeren?’ vroeg Kee laatst. Vraagt ze ook weleens over de Kerstman trouwens. Vorig jaar gingen we naar een kinderkerstmis in de Domkerk. Toen de dienst voorbij was, renden Seth en Kee naar het kerststalletje waar Jezus in de kribbe lag, dat had de dominee net verteld. ‘Kom Kee, we gaan Jezus kijken,’ gilde Seth enthousiast. Toen hij een aangeklede pop in de kribbe zag liggen, was het teleurstelling alom. ‘Waar is-ie dan?’ vroeg hij. Ja, goeie. ‘In Jeruzalem?’ was mijn enige antwoord. Want wát vertel je wanneer? Ik wilde de pret niet bederven door te zeggen: ‘Jezus bestaat niet. Of: hij bestaat alleen in je hoofd, of je hart of zoiets.’

‘Het kind geeft dus zelf aan wanneer hij meer wil weten,’ zegt Pont. ‘Kinderen zijn vanzelf toe aan een volgend plakje van de worst.’ En dan vragen ze dus door. Dat deden Seth en Kee niet in de Domkerk. Achteraf gezien is het oké dat we niet wisten waarom baby Jezus niet in zijn kribbe lag. Misschien was Jeruzalem voor hen een bevredigend antwoord. Pont: ‘Bij peuters begin je ermee dat Jezus is geboren in een stal – net als bijvoorbeeld het buurmeisje dat laatst werd geboren – en dat we met Kerst zijn verjaardag vieren. Later vertel je meer.’

Theoloog: het is een oerverhaal van onze cultuur

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat mijn kinderen het kerstverhaal kennen? Is er een toegevoegde waarde als je zelf niet gelovig bent? Kan ik het niet gewoon laten bij het verhaal van de Kerstman? Ik vraag het hoogleraar theologie Stefan Paas. ‘Het kerstverhaal is een oerverhaal van onze cultuur,’ zegt hij. ‘Als je Nederlander bent, van wat voor geloof ook, kan het nooit kwaad om het verhaal te kennen. Het gaat om de boodschap. Dat iets klein en nederigs iets verhevens kan verslaan.

Het kerstverhaal was een bedreiging voor de machthebbers. Herodes was een wrede koning, die zich in zijn paleis continu bedreigd voelde. Hij was zo paranoia dat hij zijn eigen kinderen vermoordde. En toen werd er in een stal tussen de dieren een échte koning geboren, die meteen cadeaus als mirre, wierook en goud kreeg. Dat zijn geschenken die je alleen aan de allerhoogste koning gaf. De boodschap van liefde en vrede op aarde blijkt hier sterker dan de macht. Dat verhaal is ijzersterk. Het wordt al duizenden jaren verteld, en dat gaat ook na onze dood door.’

Met een mooie boodschap

Oeverloos uitleggen is volgens Paas niet nodig. ‘Vertrouw op de kracht van het verhaal. Het kerstverhaal vertelt zichzelf wel. Het is al zo spannend: een zwangere vrouw die nergens terecht kan en dan maar in een stal bevalt. Mijn ervaring met kinderen is dat ze het op jonge leeftijd mooi en spannend vinden. De allerkleinsten krijgen misschien alleen mee dat Jezus in een stal werd geboren. Maar later komen de vragen. Waarom kwam zo’n belangrijk persoon op zo’n bijzondere manier ter wereld? Het is een verhaal vol contrasten, met een mooie boodschap: juist de zwakke en onooglijke persoon kon weleens de koning zijn.

Het is de lakmoesproef voor de beschaving. Of je nou gelovig bent of niet, het kerstverhaal heeft je gevormd. Dat we kritisch staan tegenover alles wat staat voor macht, komt hier vandaan. Het laat je op een verrassende manier kijken naar de macht. De Romeinen vonden vluchtelingen en zwervers verachtelijk, het christendom kwam als eerste met een samenleving waarin barmhartigheid en het zorgen voor zwakkeren belangrijk werden gevonden.’

Maak het niet onnodig ingewikkeld

Grappig, zelf kwam ik nooit verder dan de geboorte van Jezus en ja, vrede op aarde en samenzijn. Het klinkt nu vrij simplistisch, maar vrede op aarde vind ik best iets om na te streven. En zorgen voor de zwakkeren al helemaal. Maar ondertussen zit ik een driejarige wel wijs te maken dat sterren de weg kunnen wijzen. Symboliek waar ik over een paar jaar op zal moeten terugkomen.

Of ben ik het nu onnodig ingewikkeld aan het maken? Ja dus. Paas: ‘Kleine kinderen denken magisch. Die vinden de gedachte van een ster die aanwijst waar een bijzonder persoon is geboren helemaal niet gek.’ En wat te doen met lastige vragen? ‘Als je het antwoord niet weet: zeg dat dan. Neem de vraag hoe Maria zwanger werd. Daar zijn verschillende antwoorden op. Volgens de dominante stroming werd Jezus door de Heilige Geest verwekt (zonder geslachtsgemeenschap dus), anderen beweren dat Jozef de verwekker is, maar dat God Jezus heeft geadopteerd. Hoe het ook zij: Jezus was heel bijzonder. Bij kleine kinderen kun je het daarbij laten.’

Voer voor een heleboel gesprekken

En dan zegt Steven Pont iets waardoor ik morgen toch anders Kerstmis van Dick Bruna ga voorlezen (Kee houdt van herhaling). Pont: ‘Ook bij peuters kun je bij vragen voorzichtig beginnen met socialisatie. Vragen als: wie ben ik in mijn omgeving? Wat is mijn rol in het grotere geheel? Laat bijvoorbeeld een keer vallen dat er mensen zijn die geloven dat Jezus de zoon is van God.’

Kijk, en dat vind ik inderdaad belangrijk, dat mijn kinderen weten dat er zo veel mensen zijn, zo veel culturen en dus ook verschillende religies. Dat de buurman dit kan geloven en de overbuurvrouw iets anders of niks. Dat er zoiets bestaat als religie. En dat ze daar zelf iets over mogen vinden.

Oké, dit is nog een beetje een te grote stap voor een peuter, maar ineens krijg ik wel iets meer zin om dat kerstverhaal eens over te brengen. Ik denk aan twee jaar geleden, toen ik met Seth op mijn nek een kerstmis bijwoonde in Berlijn, kerstavond. De toneelkinderen waren gehuld in engelenkleding en zo zongen ze ook. Seth heeft het er nog weleens over, het maakte zo veel indruk op hem. ‘Jezus houdt echt superveel van muziek!’ En dan is er ook nog Mohammed en… nou, voorlopig genoeg voer voor een heleboel gesprekken. Kee heeft er in elk geval al zin in, want ze vraagt of Jezus een keertje mag komen eten bij ons. Mijn antwoord? ‘Ik weet niet zo goed waar Jezus is, dus ik kan hem niet uitnodigen. Maar dat had hij vast gezellig gevonden.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine 

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.