Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Kraamwerk: ''Ik zie het hoofdje al!', roep ik door de telefoon'

In de rubriek Kraamwerk lees je bijzondere verhalen uit de kraamzorg. Kraamverzorgende Dagmar (33) zit al tien jaar in het vak. Baby's geboren laten worden hoort niet bij haar takenpakket, maar ze weet als geen ander: een bevalling gaat zelden zoals gepland.

Advertentie

Bekend adres

Hé, een bekend adres, dacht ik toen ik zag waar ik moest zijn voor de intake. Dat adres was namelijk een straat achter mij. Elise, de zwangere vrouw bij wie ik niet zo lang daarna aanschoof aan de keukentafel, kende ik wel van gezicht, maar verder niet.

‘Qua reistijd valt het mee voor me,’ grapte ik en het ijs was meteen gebroken. Elise was bijna twintig weken zwanger van haar eerste kind en wilde in het ziekenhuis bevallen. Dat betekende voor mij dat ik niet bij de bevalling zou zijn, de verloskundige zou in dat geval met de kraamvrouw naar het ziekenhuis vertrekken.

‘Maar je weet het niet,’ grapte ze nog. ‘Misschien wordt het wel een turbobevalling.’ Ik lachte en zei niets, maar wist vrij zeker dat dat wel mee zou vallen. Een eerste kind duurt vaak wat langer.

Lees ook: De bevalling, wat kun je verwachten?

Niet op tijd

Het is dinsdagavond als de telefoon gaat. Barbara, een verloskundige met wie ik veel samenwerk, klinkt gehaast. ‘Ben je thuis?’ vraagt ze en ik zeg ja. Een beetje verwonderd omdat ik vanavond geen dienst of achterwacht heb.

Advertentie

‘Ik ben op weg naar een bevalling, maar ik denk dat ik het niet red.’ Ze noemt het adres. Ik zet grote ogen op. Dat is het adres van Elise. ‘Maar zij wil in het ziekenhuis bevallen,’ zeg ik, alsof Barbara dat niet weet.

Amper weg te puffen

‘Het ziet ernaar uit dat de baby andere plannen heeft.’ In drie zinnen praat ze me bij. Ze is twee uur geleden bij Elise – nu negenendertig weken zwanger – geweest omdat het rommelde. Barbara ging ervan uit dat de bevalling nog niet was begonnen, op een paar onregelmatige weeën na.

Maar drie minuten geleden heeft Elises man weer gebeld: de weeën komen nu in een storm, zijn amper weg te puffen en Elise zegt dat ze aandrang voelt om te poepen. Persdrang, weet ik meteen, en ik grijp mijn jas en tas. Gelukkig is mijn vriend thuis voor onze dochter.

Lees ook: Kort maar krachtig: dit zijn de voor- en nadelen van een stortbevalling

Hijgen en puffen

‘Ik ben er over één minuut,’ zeg ik tegen Barbara. Ik ren zo hard als ik kan en bel hijgend aan. De deur zwaait open, een man met een rood hoofd doet open. ‘De kraamzorg,’ roep ik en ik storm langs hem naar boven, waar Elise met veel pijn in bed ligt.

Advertentie

‘Barbara is er bijna,’ zeg ik terwijl ik de verloskundige terugbel. ‘En ik ga je alvast helpen. Kom.’ Ik draai Elise op haar rug en kijk tussen haar benen. Toucheren om te zien hoe ver de ontsluiting is kan ik niet, dat doet de verloskundige.

Hoofdje komt eraan

Maar, zo stel ik vast, dat is ook niet nodig. ‘Ik zie het hoofdje al!’ roep ik door de telefoon tegen Barbara en daarna dwing ik mezelf om rustig te worden. Ik ben bij genoeg bevallingen geweest om te weten wat ik moet doen. ‘Kan ze nog zuchten?’ vraagt Barbara en een oerkreet van Elise beantwoordt die vraag.

‘Het komt nu,’ zeg ik. ‘Zeg maar wat ik moet doen.’ Barbara klinkt kalm en zakelijk. ‘Persen op elke wee,’ zegt ze. ‘Probeer zo veel mogelijk ruimte te maken. En laat het maar komen.’ Er schiet een zin door mijn hoofd waarvan ik niet weet of die wetenschappelijk gezien waar is, maar die me nu helpt: een supersnelle bevalling is vaak een goede bevalling.

Lees ook: 15x de beste bevallingstips van verloskundigen

Eén wee

‘Persen maar,’ zeg ik tegen Elise. ‘Je baby komt eraan.’ Er is nog één wee voor nodig en dan glijdt hij zo de wereld in: kleine Jesse. Ik pak hem aan en leg hem op Elises borst. Dan zet ik hem een mutsje op en stop hem toe onder een deken.

Elise en haar man huilen, ik draai me om om mijn eigen tranen weg te vegen. Wat een magisch mooi moment. Dan komt Barbara binnen. Ze blijft staan om het moment niet te verstoren. ‘Goed gedaan,’ zegt ze zacht en mijn hart beukt van trots.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Mariëtte Middelbeek. Beeld: Duivelseiland

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.