Mijn kinderen dragen kleding van mensen die ze niet kennen. Regelmatig zelfs. Sterker nog: ik ben er altijd blij mee.
Laatst kwam er weer een lieve vriendin langs met drie gigántische verhuistassen op en aan haar fiets. Mijn kinderen kennen dit tafereel inmiddels. Niet alleen omdat deze vriendin regelmatig met tassen vol kleding op de stoep staat, maar ook omdat mijn schoonzus, buurvrouw en andere vrienden hetzelfde doen.
Zodra er ergens een kind uit een maat groeit, lijkt de kleding vanzelf onze kant op te komen. Dus stortten ze zich meteen op alle kinderkleding.
Lees ook: Tweedehands kinderkleding, speelgoed en babyuitzet: hier moet je zijn
Paillettenkat
Binnen een paar minuten lag de woonkamer vol. Een glittershirt. Een jurkje. Een felroze T-shirt met een gigantische paillettenkat erop. Het eerste wat mijn kinderen uit zo’n tas trekken, zijn vrijwel altijd de stukken waarvan ik hoopte dat ze onderin zouden blijven liggen en daarna stiekem zouden verdwijnen.
Maar kinderen blijken een feilloos instinct te hebben voor precies die kledingstukken waarvan ik denk: nee hè, niet dát. Het shirt met de paillettenkat. Een jasje waarop in gouden letters staat: ‘Princess of the Day’. Nóg een Superman-pak. Terwijl de mooie wollen trui, het kwalitatief perfecte vestje en de tijdloze spijkerbroek onaangeroerd op de bank blijven liggen.
Lees ook: Liever geen plastics in kinderkleding? Dit zijn duurzame alternatieven
Onzinnig
Het bijzondere is dat niemand in deze hele keten ooit tweedehands kleding als ‘minder’ ziet. Niet de gever, niet de ontvanger en al helemaal niet de kinderen. Die zien geen gebruikte kleding. Die zien een leuke trui. Of een geweldige paillettenkat.
Misschien valt het me tegenwoordig meer op omdat ik zelf anders naar kleding kijk. Naar spullen, naar verspilling. Ik zie dagelijks hoeveel goede, mooie kleding we massaal weggooien, en hoeveel onzinnige nieuwe kleding er vanuit de andere kant van de wereld wordt verscheept.
Geef maar door
Wij ouders snapten dat eigenlijk al heel lang. Althans, voor onze kinderen. We geven kleding vaak gewoon aan elkaar door. Een appje. Een fietstochtje. Drie boodschappentassen. Klaar. Geen reclamecampagne. Geen fotoshoot met modellen. Geen hippe Engelse term. Gewoon: ‘Wil jij dit hebben?’ En het werkt fantastisch.
Blijkbaar vinden we het heel normaal om spullen door te geven als het om kinderen gaat. Handig. Zuinig. Supergezellig zelfs. Maar zodra we volwassen worden, wordt het opeens iets waar we over nadenken.
Lees ook: Deze zwangerschapsjurken en -outfits zijn perfect voor een feestje
Leuk of niet leuk
Natuurlijk kopen steeds meer mensen tweedehands. Vinted draait overuren. Toch blijft het bijzonder hoe onbevangen kinderen ermee omgaan. Ze vragen zich niet af waar iets vandaan komt en of het al gedragen is. Ze kijken alleen of ze het leuk vinden.
Ik hoef ze nooit te overtuigen van de voordelen van tweedehands. Ik hoef niet te beginnen over duurzaamheid, verspilling, prijs of overvolle kledingkasten. Ze hoeven niet te weten van welk merk iets is. Niet wat het heeft gekost. Niet van wie het eerst is geweest.
Lees ook: Waarom wol zo goed is voor je baby (met onze beste shoptips)
Ze bekijken een kledingstuk ongeveer drie seconden en trekken vervolgens hun conclusie. Leuk of niet leuk. En hoe langer ik erover nadenk, hoe slimmer dat eigenlijk klinkt.
Lauren is een kledingatelier begonnen voor pre-loved kleding en accessoires. Je kunt haar volgen op @millaray.studio.
Meer columns van Lauren lezen? Dat kan hier.