Voor oudersJij als ouder

Liselotte (37) heeft één kind en vraagt zich af: wat moet ik extra doen in de opvoeding?

Jongen alleen is aan het vliegeren, bij artikel over ouders met één kind.
Adobe Stock
Leestijd 5 minuten
Lees verder onder de advertentie

Toen ik (inmiddels 37) zelf kind was, herinner ik me hoe er in mijn omgeving naar enig kinderen werd gekeken. Het was zielig dat ze zonder broers en zussen opgroeiden. Daarnaast zouden ze egocentrisch en verwend zijn.

Voorbeelden die dat beeld bevestigden had ik niet, want iedereen die ik kende had tenminste één broer of zus en zelf groeide ik op met drie broers. Tot ik in de bovenbouw van de middelbare school bevriend raakte met Judith, nog altijd een dierbare vriendin, die enig kind is. Aan het begin van mijn werkende leven, kwam er nog zo’n vriendin zonder broers of zussen bij.

Beide vrouwen passen absoluut niet in het beeld dat ik als kind voorgeschoteld kreeg. Het zijn sociale, lieve mensen met veel goede vrienden die bovendien genereus zijn.

Net zo gelukkig en sociaal

Dat dat helemaal niet zo verrassend is, weet ik inmiddels, want onderzoek wijst uit dat er helemaal niets klopt van hardnekkige vooroordelen over kinderen die zonder broers en zussen opgroeien. Integendeel: verschillende onderzoeken - onder anderen van de Amerikaanse sociaal psycholoog Toni Falbo en de Nederlandse Ruut Veenhoven - tonen aan dat enig kinderen net zo gelukkig en sociaal zijn als kinderen die in grote gezinnen opgroeien.

Mijn vriend en ik hebben geen kinderwens meer. Onze zoon is enig kind en zal dat ook blijven. Omdat ik twee fantastische enig kinderen ken en inmiddels weet dat zij geen uitzondering zijn, heb ik alle vertrouwen in zijn ontwikkeling.

Lees verder onder de advertentie

En toch, zijn er aandachtspunten?

Toch ben ik nieuwsgierig naar eventuele aandachtspunten of valkuilen voor mij als opvoeder van één kind. Die vraag stel ik trouwens niet alleen voor mezelf, maar voor alle ouders van enig kinderen. De meeste tweeoudergezinnen in Nederland bestaan uit twee kinderen (44 procent bij gehuwde stellen, 45 procent bij ongehuwde stellen, bron: NJI, CBS 2024)).

Op plek twee staat het gezin met één kind (37 procent bij gehuwde stellen, 42 procent van de ongehuwde stellen) met een ruime voorsprong op drie of meer kinderen. Eenoudergezinnen (ongeveer 23 procent van de gezinnen) hebben het vaakst één kind (61 procent).

Lees ook: Eenoudergezin: ‘Niet slechter of beter, maar gewoon anders’

Lees verder onder de advertentie

Even wachten

Volgens orthopedagoog Annalotte Ossen zijn er zeker dingen waar ouders van kinderen die zonder broers of zussen opgroeien op kunnen letten. ‘Kinderen die in grote gezinnen opgroeien, leren automatisch dat niet alles om hen draait. Ze moeten speelgoed delen en op hun beurt wachten’, zegt ze. In de basis krijgen de meeste enig kinderen volgens haar meer aandacht. Maar dat betekent niet dat die kinderen niet kunnen leren om geduldig te zijn of te delen.

‘Laat je kind wachten als je in gesprek bent met je partner en zorg ervoor dat hij regelmatig onderdeel is van een groep’, adviseert Ossen. In gezelschap van leeftijdsgenootjes leren kinderen zich te verhouden tot elkaar en niet altijd alle aandacht te krijgen. Dat kan op een kinderdagverblijf of een peuterspeelzaal, maar ook tijdens playdates met leeftijdsgenootjes en samenkomsten met familie en vrienden.

‘Uiteindelijk bepaalt niet alleen de grootte van een gezin, maar de manier van opvoeden, of je kind bepaalde dingen leert. Kinderen uit grote gezinnen kunnen net zo goed verwend raken, als ze niet begrensd worden.’

Lees verder onder de advertentie

De hele dag vermaken

De woorden van Ossen doen me goed. Onze zoon gaat van kleins af aan naar de kinderopvang en speelt op andere dagen regelmatig met leeftijdsgenootjes. Ondanks dat, denk ik dat er nog wel een schepje bovenop kan. Want als gezin zoeken wij vaak de rust op, omdat we dat zelf fijn vinden. Terwijl het voor hem juist goed is om vaak onder de mensen te zijn.

Een valkuil voor mij en andere ouders van één kind, kan volgens de orthopedagoog het idee zijn dat we ons kind de hele dag moeten vermaken. ‘Qualitytime is momenteel een opvoedtrend’, weet ze. Ze ziet dat ouders hun kind centraal zetten, zich daarop aanpassen en zich daarna uitgeput voelen.

Het gevolg: een parental burn-out. Recent onderzoek van het Erasmus MC (januari 2026) onderstreept dat dit een serieus probleem is - 40 procent van de ouders ervaart klachten die passen bij zo’n ouderschapsburn-out.

Lees verder onder de advertentie

Lees ook: Orthopedagoog over parental burn-out: ‘Ouders zijn uitgeput en dat ligt niet alleen aan henzelf’

Meedraaien

‘Draai het om’, is haar advies. ‘Bedenk wat je zelf graag doet en neem je kind daarin mee. Dat kan van alles zijn: tuinieren, de auto wassen, inkopen doen, fietsen, rommelen in huis, een taart bakken. ‘Kinderen vinden het leuk om te helpen of gewoon een beetje rond te scharrelen. Je hoeft ze niet de hele dag te entertainen.’

Het is raad die ik ter harte neem. Want ook al weet ik dat mijn zoon graag helpt met het vegen van de stoep voor ons huis en dat hij het leuk vindt om te helpen met het schoonmaken van keukenkastjes, regelmatig denk ik toch: wat is leuk voor hém om vandaag te doen?

Lees verder onder de advertentie

‘Laat je kind meedraaien in jouw leven’, drukt ze me op het hart. Als ik hem laat voelen dat dit ons gezin is en dat we achter deze gezinsvorm staan, dan is volgens haar de kans groot dat hij dat ook doet.

Schrijver Hanneke Hendrix interviewde voor Ouders van Nu ouders die, bewust of niet, ouder zijn van één kind. Alle afleveringen van haar serie The One Kid Club staan in dit dossier.

Delen: