‘Moet je niet even het ziekenhuis bellen?’, zei mijn moeder nog. Finn had sinds gisteren koorts, zijn rug was gloeiend heet. Eten en drinken wilde hij ook niet meer, terwijl dat normaal zijn favoriete momenten zijn. Toch dacht ik: is dit niet overdreven? Ik wilde niet voor niets bellen.
Maar mijn moeder en verloofde Lars (30) hadden gelijk: Finn was erg suf. Hij reageerde amper op zijn naam. Dus ik liet Lars bellen. ‘Kom voor de zekerheid maar om 15.00 uur langs’, luidde het advies.
Dat was balen. Vandaag was Finn 1 jaar geworden en dat vierden we bij mijn schoonouders. We hadden de tuin versierd. Er hing zelfs een slinger met een foto van elke maand, zodat iedereen kon zien hoe hij was gegroeid. Dit werd een speciale dag.
Lees ook: Koorts bij je baby: hoe komt het en wat kan je eraan doen?
In het ziekenhuis
Terwijl mijn schoonmoeder, Lars en Finn naar de huisartsenpost gingen, bleef ik achter op het feestje. Ze zouden zo wel terugkomen, dacht ik. Maar Lars appte meteen: het was druk. De wachtkamer zat bomvol. Anderhalf uur later waren ze pas aan de beurt. Daar werd hij met spoed overgebracht naar de spoedeisende hulp. ‘Ik vermoed dat er sprake is van een hersenvliesontsteking’, zei de arts toen hij zag dat Finn met zijn ogen rolde en begon te huilen zodra hij zijn nek bewoog.
Ik stapte direct in de auto naar het ziekenhuis. En daar lag hij, Finn. Stil, spierwit, met een ontbloot bovenlijf dat was vastgekoppeld aan slangen en piepende apparaten. Toen pas dacht ik: dit is niet goed.
Eén op de vijf
Een hersenvliesontsteking? Ik dacht dat je daar een paar weken ziek van was, niet dat één op de vijf patiënten overlijdt als je niet binnen een paar uur handelt. Die cijfers bleven maar door mijn hoofd gaan. Eén op de vijf.
Toen Lars en ik hem de volgende ochtend naar de ok reden, konden we alleen nog maar huilen. Zien we hem nog wel terug? En zo ja, in welke staat? Dat er ook een kans bestond op gehoorverlies, ging bijna langs ons heen. We waren blij als hij het überhaupt ging halen.
Lees ook: Hersenvliesontsteking bij baby’s en kinderen: dit moet je weten
Duf of doof?
De dagen en weken erna weken we niet van Finns zijde in het ziekenhuis. Hoewel de dokters adviseerden dat Lars en ik elkaar het beste konden afwisselen, wilden we niet weg bij Finn. Ondanks dat de medicatie aansloeg, zagen we weinig vooruitgang. Finn keek niet op of om als we hem riepen of een liedje zongen dat hij altijd zo leuk vond. Was hij suf van alle medicatie? Of hoorde hij ons echt niet meer?
Na een eerste, negatieve gehoortest hoopten we dat Finn nog iets zou horen. Misschien was hij niet al zijn decibel kwijt. Met plakkertjes op zijn hoofd werd onderzocht of hij harde geluiden of tonen hoorde. Toen de arts naar ons toekwam met de uitslag wisten we genoeg: Finn is doof.
Lees ook: Stefanies dochter had ook hersenvliesontsteking en is daardoor doof
Geen liedje meer zingen
Dit nieuws was niet alleen pijnlijk, maar ook lastig. Hadden we eerder moeten bellen? En wat nu? Normaal hoort een kind dat je in de buurt bent. De deur, de voetstappen op de gang. Finn hoorde niets meer en schreeuwde het uit zodra we de kamer verlieten, al was het maar voor even.
Hem geruststellen met je stem of een liedje kon ook niet meer. Dat lukte pas een paar maanden later, toen Finn gewend raakte aan zijn gehoorimplantaten. De eerste weken sloeg hij de twee magneten op zijn hoofd er binnen een paar seconden weer af.
Het gebaar voor mama
Hij begreep gelukkig al snel dat de gehoorimplantaten hem helpen om mama en papa te verstaan. Schone luier? Lichten aan of uit? Hij kon dit steeds beter aangeven. Later ook met gebaren.
Lars en ik hadden in sneltreinvaart Nederlands met Gebaren geleerd: een taal die we meteen doorgaven aan Finn. Het gebaar voor ‘mama’ wist hij als eerste. Ik dacht: is dit toeval? Totdat ik het steeds vaker zag. Nee, hij roept mij echt!
Lees ook: Babygebaren: zó leer je communiceren met je baby voordat hij praat
Hoe het nu gaat
Met Finn gaat het super. Hij begrijpt inmiddels meer dan 350 gebaren, hoort goed en draagt graag zijn gehoorimplantaten. Inmiddels is het zijn favoriete accessoire. Als er een helikopter overvliegt, hoort hij die vaak eerder dan wij. We zijn trots op hem en de tweede taal die we spreken. Geen Engels zoals we ooit dachten, maar Nederlands met Gebaren.