BabyOpvoeden & ontwikkeling

Ben ik overbezorgd als ouder? Alles over kenmerken en gevolgen voor je kind

Ben ik overbezorgd? Getty Images
Getty Images
Leestijd 8 minuten
(Medisch) beoordeeld door:
Lees verder onder de advertentie

Wat is de functie van bezorgdheid?

Bezorgdheid is eigenlijk een slimme truc van Moeder Natuur. Want juist door dat onderbuikgevoel dat je je kind moet beschermen, behoed je hem voor gevaarlijke situaties. Bezorgdheid beschermt je kind dus, dat is logisch. Bovendien houdt bezorgdheid je scherp: terwijl je in de weken na je bevalling misschien doodmoe bent, schrik je door een bezorgd gevoel toch wakker als je denkt dat er iets aan de hand kan zijn met je baby. Bezorgdheid vloeit voort uit liefde: je houdt zoveel van je kind, dat je niet wilt dat hem iets overkomt. Er zitten dus nogal wat voordelen aan voor je kind.

Piek net na de geboorte in overbezorgd zijn

De meeste vrouwen ervaren vooral veel bezorgdheid in de periode na de bevalling. Dat is normaal, want vooral als je net je eerste kind hebt gekregen komt er nogal wat op je af in die periode. Alles is nieuw, je moet vaak veel nieuwe dingen leren, zoals je baby verzorgen, en het is nogal wat: opeens de verantwoordelijkheid hebben voor zo’n klein mensje.

Na verloop van tijd krijg je meer vertrouwen en neemt de ergste overbezorgdheid vaak af. Als na een paar maanden de meeste zwangerschapshormonen je lijf uit zijn, kun je je zorgen steeds beter relativeren. Een jaar na de bevalling ben je als het goed is ‘normaal’ bezorgd. De bezorgdheid wordt dus geleidelijk minder.

Wanneer ben je overbezorgd? Let op deze kenmerken

Je omgeving merkt waarschijnlijk sneller wanneer je overbezorgd bent om je baby dan jijzelf. Maar hoe merk je dat zelf dan? Let onder andere op de volgende signalen:

Lees verder onder de advertentie
  • Alles draait om je kind:
    Goed om bij jezelf te checken: als het enige in je hoofd ‘baby’ is, is dat een signaal. Gesprekken met vriendinnen moeten ook over andere dingen kunnen gaan. En naarmate je kind ouder wordt, zou je ook andere dingen in je leven moeten kunnen oppakken, zoals werk, hobby’s of projecten, zonder dat alles om je kind draait.

  • Piekeren:
    Maak je je continu zorgen over het welzijn van je kindje? Als je na een paar maanden weer aan het werk gaat, kunnen de eerste weken flink wennen zijn voor elke moeder. Maar na verloop van tijd zou je moeten merken dat je je steeds beter op je werk kunt concentreren - zonder in angst te leven dat je kind iets overkomt.

  • Overmatige controle:
    Dat je in de eerste weken regelmatig controleert of je baby nog ademt, is niet zo gek. Het is allemaal zo nieuw en spannend. Maar ga bij jezelf na of je daarin rustiger wordt en erop kunt vertrouwen dat alles goed gaat met je kind, ook als je niet continu alles in de gaten houdt. En je moet met een gerust hart boodschappen kunnen doen terwijl je partner of oppas met jullie kind thuisblijft.

  • Risicovermijding:
    Stel, je kindje leert kruipen, lopen of gaat in de speeltuin voor het eerst spelen en klimmen. Loop jij bij elke stap gestrest achter je kind aan om te voorkomen dat hij valt? Kleine en grote risico’s horen bij het leven, ook voor je kind. Hij gaat vallen, schaafwonden en blauwe plekken oplopen. Als je alles doet om alle vormen van pijn en ongemak bij je kind te voorkomen, is het tijd om bij jezelf na te gaan waar je precies bang voor bent.

Als je jezelf herkent in deze signalen, ben je overbezorgd – of in ieder geval overbelast. Heb je het gevoel dat jouw bezorgdheid na die eerste maanden niet afneemt? Praat er dan over, bijvoorbeeld met je partner, familie of de huisarts.

Gevolgen van overbezorgdheid voor je kind

Het vervelende van overbezorgd zijn als ouder is dat jij het goed bedoelt – je wilt immers je kind beschermen – maar het uiteindelijk juist de ontwikkeling van je kind kan dwarszitten. Als je je kinderen constant overal voor waarschuwt, kun je juist angst zaaien. Je kind voelt jouw stress en wordt zo zelf ook angstiger. Bovendien is je kind zo meer met jou bezig – maakt mama zich geen zorgen? – dan met zichzelf. Het beste kun je die waarschuwingen dus af en toe inslikken, hoe moeilijk dat ook is.

Kinderen hebben namelijk de ruimte nodig om zich fysiek en emotioneel te ontwikkelen. Ze moeten leren vallen en weer opstaan (letterlijk en figuurlijk) en van zich leren afbijten als iemand onaardig tegen ze is. Zo worden ze weerbaar. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat kinderen die ‘uitdagend’ of ‘stoer’ worden opgevoed door hun ouders later minder bang zijn. Dat geldt met name voor kinderen die angstig zijn aangelegd.

Lees ook:
Hoe kun je de sociaal-emotionele ontwikkeling bij je peuter stimuleren?

Lees verder onder de advertentie

Kind omhoog gooien

Uit het onderzoek blijkt dat uitdagend opvoedgedrag, zowel door vaders als door moeders, bij álle kinderen minder angstig gedrag twee jaar later voorspelt. Met uitdagend gedrag bedoelen de onderzoekers bijvoorbeeld je kind even omhoog gooien en weer opvangen, op een spannend klimrek laten spelen of samen een kussengevecht houden. De invloed van uitdagend opvoedingsgedrag door vaders bleek het grootst. Al komt het ook voor dat de moeder juist het ‘stoere gedrag’ vertoont en de vader voorzichtiger is.

Uit het onderzoek bleek trouwens ook dat ouders voor elkaar kunnen compenseren. Als de ene ouder weinig uitdagend gedrag laat zien, loopt het kind toch minder risico op latere angst als de andere ouder wél uitdagend gedrag laat zien.

Laat je kind maar enge dingen proberen

Het zou volgens de onderzoekers goed zijn als consultatiebureaus en hulpverleners ouders zouden voorlichten over de positieve effecten van uitdagend opvoedgedrag. Laat je kind maar ‘enge’ dingen proberen zoals in hoge klimrekken klimmen, adviseren zij. En rem vooral ook je partner niet af als die het kind uitdaagt.

Lees ook: Zo boost je het zelfvertrouwen van je kind

Wat kun je doen als je overbezorgd bent?

Uitdagend gedrag blijkt dus juist heel goed te zijn voor je kind, maar hoe kom je daar als je zelf juist een bezorgde (of overbezorgde) ouder bent? Begin bij de volgende tips:

Lees verder onder de advertentie
  • Wees je bewust van je eigen opvoeding en gedrag:
    Het kan helpen om te kijken naar hoe je zelf bent opgevoed, of naar hoe je zelf in de wereld staat. Als je altijd al wat angstiger bent, om wat voor reden dan ook, kan dat ervoor zorgen dat je sneller overbezorgd bent om je kind. Of als je bijvoorbeeld als kind een keer heel hard bent gevallen, kan dat ook meespelen in jouw gevoel naar je kind toe. Het kan goed zijn om je hiervan bewust te zijn.

  • Vertrouw je kind:
    Realiseer je dat jouw bezorgdheid jouw ‘zorg’ is, en leg het niet bij je kind neer. Vertrouw je kind en geef hem eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk in proporties, maar een kind van drie jaar kan best zelf van de glijbaan in de speeltuin. En wanneer een dreumes rent, hoort vallen er ook bij. Daar hoef je niet met je neus bovenop te staan.

Hoe leer je loslaten?

Opvoeden gaat eigenlijk vooral over loslaten. Als je een baby hebt, is dat natuurlijk nog loslaten in het klein: het is goed als je dat zo nu en dan doet door iemand anders even je kind te laten vasthouden, even boodschappen te gaan doen zonder je kind, enzovoort. Wordt je kind groter? Vraag andere moeders hoe zij over bepaalde zaken denken: waar mag hun kind alleen buiten spelen? Hoe ver mag hun kind van huis?

Loslaten begint niet pas als je kind achttien is. Het loslaten begint eigenlijk al direct bij de geboorte. Realiseer je dat je niet kunt voorkomen dat je kind valt. Je kunt hem wel helpen opstaan. Bovendien is het goed voor het zelfvertrouwen van je kind als je hem af en toe loslaat en zelfstandig dingen laat doen. Zeker als hij groter wordt. Wil je kind als hij groter is bijvoorbeeld een keer zelf naar school fietsen? Leer hem de verkeersregels, maak samen een oefenrondje en laat het hem dan proberen. Waarschijnlijk zit jij tandenknarsend op de bank, maar is je kind supertrots als het hem lukt.

Wanneer ben je ‘goed’ bezorgd?

Het gaat er vooral om dat je je steeds weer in je kind verplaatst. Vraag je je af of het goed gaat met je baby? Ga dan in je hoofd een lijstje af: heeft hij honger, een vieze luier, of ergens last van zoals bijvoorbeeld van krampjes? Als dat niet het geval is, heeft het niet zoveel zin om overbezorgd te zijn. Als je kind groter wordt, kijk je naar andere dingen: wordt je kind ’s ochtends vrolijk wakker? Is hij blij na een dag op de peuterspeelzaal of na school? Onthoud dat je heus wel signalen krijgt als je kind níet gelukkig is. Dan is er nog tijd genoeg om je zorgen te maken. De rest mag je proberen los te laten.

Lees verder onder de advertentie

Bron: Universiteit van Amsterdam, Psycholoog.nl