Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Jojanneke zoekt uit: moet alles in de was als je hoofdluis hebt?

7 procent van de basisschoolleerlingen hebben hoofdluis, zegt het RIVM. Hoe verspreiden hoofdluizen zich, vraagt Jojanneke zich af.

In samenwerking met expert

Jojanneke Bastiaansen

Onderzoeker en factchecker

Het hele huis uitmesten?

Mijn ogen schieten over de brief van school: er is een uitbraak! Ik voel de coronapaniek opwellen als mijn man zegt: “Ja, van luizen.” Ik krab me achter de oren. Luizen kunnen weinig kwaad, maar een gedoe is het wel. Want stel dat IJsbrand ze heeft, dan moet ik toch het hele huis uitmesten, zoals mijn moeder vroeger deed? En alle knuffels en beddengoed in de wasmachine stoppen? Of is dat idee achterhaald? Terwijl mijn man IJsbrands haar controleert, kam ik alvast de wetenschappelijke literatuur uit. 

Advertentie

Genoeg te eten op je hoofd

Hoofdluizen zijn kleine insecten met zes poten die zich stevig aan hoofdhaar vastklemmen. Vies of schoon, dat maakt ze niet uit. Wel hebben ze een favoriete plek: vlak bij de hoofdhuid. Daar is het niet alleen warm en beschut, maar staat ook een all-you-can-eat buffet voor ze klaar. Hoofdluizen voeden zich namelijk met bloed. Je kunt daar flink jeuk van krijgen, omdat ze tijdens het zuigen ook een beetje speeksel in je scalp spuiten. In de laatste steekproef van het RIVM¹ had zo’n 7 procent van de basisschoolkinderen hoofdluizen.

Geen luizen op de grond

De aanname achter ‘de grote schoonmaak’ is dat luizen in huis en op school kunnen leven, en vanuit die omgeving mensen besmetten. Om dat te toetsen trokken Australische onderzoekers², gewapend met een speciale stofzuiger, door 118 klaslokalen met een laagpolig tapijt. Ze vonden geen enkele luis op de grond, terwijl ze er op de kinderhoofden wel veertienduizend telden! De vloeren vormen dus geen besmettingsrisico en hoeven niet extra te worden gekuist. De Australiërs staken opnieuw de hoofden bij elkaar, want hoe zou dat zijn voor oppervlaktes dichter bij de bron? 

En ook amper op kussenslopen

De onderzoekers3 vroegen aan 48 kinderen met hoofdluis om hun kussensloop ’s ochtends in een plastic zak te proppen. Ze zouden dan in het lab de luizen eruit vissen en onder een microscoop bestuderen. Veel bleek er niet te zien: op slechts twee van de kussens vonden ze één enkele luis. En dat terwijl ze bij de kinderen zelf wel zo’n twintig luizen per hoofd wisten te plukken! Ook al krioelden er heel wat luizen op de hoofden, maar één op de duizend kwam op een kussensloop terecht. Zelfs de stof waar een hoofd de hele nacht op rust, speelt dus een verwaarloosbare rol in verdere verspreiding. Volgens het RIVM is het wassen van al het beddengoed en de hele knuffelcollectie dus ook niet nodig¹. Mocht je toch de kriebels krijgen, doe dan alleen de sloop in de hete was of in de droger. Tevreden loop ik na mijn onderzoek weer de woonkamer in. “We hoeven niet aan de bak!”, roep ik enthousiast tegen mijn man. Maar hij wist dat allang. Op IJsbrands hoofd was überhaupt geen luis te bekennen.   

1 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Onderzoek naar hoofdluis (https://www.rivm.nl/hoofdluis, publicatiedatum: 30-10-2018) en LCI-richtlijn hoofdluis (https://lci.rivm.nl/richtlijnen/hoofdluis, geraadpleegd: 28-1-2022). 2 Speare, et al. (2002). Head lice are not found on floors in primary school classrooms. Australian and New Zealand Journal of Public Health. https://doi.org/10.1111/j.1467-842X.2002.tb00675.x 3 Speare, et al. (2003). Head lice on pillows, and strategies to make a small risk even less. International Journal of Dermatology. https://doi.org/10.1046/j.1365-4362.2003.01927.x

Advertentie

Dit artikel verschijnt in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Jojanneke Bastiaansen, Beeld: Getty Images. 

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Jojanneke Bastiaansen

Onderzoeker en factchecker

Dr. Jojanneke Bastiaansen (37) is onderzoeker, columnist, en moeder van zoon IJsbrand. Ze studeerde psychologie, promoveerde in de neurowetenschappen, en werkt als senior onderzoeker in de psychiatrie bij een academisch ziekenhuis en een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. In haar onderzoek bestudeert Jojanneke niet alleen de mens, maar ook de wetenschap zelf. Voor Ouders van Nu Magazine vertaalt ze iedere maand wetenschappelijke onderzoeken in jip-en-janneketaal.

Voor meer informatie kijk op haar persoonlijke website (columns) of op de universiteitswebsite (onderzoek). Voor achtergrond:
Twitter
Instagram
LinkedIn