Onzeker kind

Hoe help je een onzeker kind?

Elk kind is weleens onzeker. Is je kind erg onzeker, dan is het belangrijk om je kind te helpen. Hoe herken je onzekerheid bij je kind en wat kun je doen om zijn zelfvertrouwen te vergroten?

Wat is onzekerheid?

Ieder mens en ook ieder kind is weleens onzeker. Bijvoorbeeld als je iets nieuws moet doen en twijfelt of je het wel kunt. Dit is heel normaal. Is je kind erg onzeker, dan heeft hij een laag of negatief zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. Hij heeft het gevoel niet goed genoeg te zijn en denkt dat hij dingen niet kan die anderen wel kunnen.

Advertentie

Zeg je tegen je kind dat hij het wel kan en dat hij er mag zijn, dan zal een onzeker kind dit niet geloven. Zo’n negatief gedachtepatroon is lastig te doorbreken. Toch is het belangrijk dat je je kind helpt als hij vaak onzeker is. Zo voorkom je grotere problemen in de puberteit zoals meeloopgedrag en faalangst.

Lees ook: Zo werkt groepsgedrag bij kinderen

Oorzaak van onzekerheid

Meestal is er geen duidelijke oorzaak te vinden als een kind onzeker is. Sommige kinderen zijn van nature nou eenmaal zelfverzekerder dan andere. Andere kinderen worden onzeker omdat ze zich niet veilig, verbonden of gewaardeerd voelen. En wordt er thuis of op school te veel verwacht van een kind: ook dat kan een kind onzeker maken. Wat de oorzaak ook is, is een kind onzeker dan kan hij in een negatieve spiraal terechtkomen. Als iets niet goed gaat, geeft hij zichzelf de schuld. Dit versterkt zijn negatieve zelfbeeld en maakt hem nog onzekerder.

Lees ook: 9 tips om het zelfvertrouwen van je kind te vergroten

Symptomen van onzekerheid

Is je kind erg onzeker, dan kan dit zich op allerlei manieren uiten. Hij is stil en teruggetrokken, kijkt de kat uit de boom, praat zachtjes en maak weinig oogcontact. Het kan ook zijn dat je kind vaak bang is om iets alleen te doen of snel boos wordt of gaat huilen als hij in een situatie komt waarin hij zich niet veilig voelt.

Vraagt je kind vaak bevestiging en past hij zich (te) vaak aan anderen aan, ook dat kan wijzen op onzekerheid. Heb je het idee dat de onzekerheid van je kind hem belemmert in zijn ontwikkeling, dan is het goed om met zijn onzekerheid aan de slag te gaan. Zo voorkom je dat hij een negatief zelfbeeld ontwikkelt. Dit betekent dat je kind op een negatieve manier naar zichzelf kijkt.

Kenmerken negatief zelfbeeld

Dit zijn mogelijke kenmerken van een negatief zelfbeeld bij een kind:

  • Negatief over zichzelf praten: ‘Ik kan het niet’ of: ‘Ik ben dom’.
  • Verlegen, afwachtend, geen initiatief nemen.
  • Tegen dingen opzien of situaties vermijden waarin hij kan falen.
  • Vaak om hulp vragen en het eng vinden om dingen alleen te doen.
  • Zichzelf overschreeuwen door stoer, gek of agressief gedragen.
  • Klagen over buikpijn, hoofdpijn of andere lichamelijke klachten terwijl hij niet ziek is.

Lees meer: Zo geef je een verlegen kind een steuntje in de rug

Tips: zo help je een onzeker kind

Wil je je kind helpen om minder onzeker te zijn, dan zal je aan de slag moeten met zijn zelfvertrouwen. Dit kun je onder andere zo doen:

  1. Luister naar je kind. Dit doe je door écht de tijd voor hem te nemen, hem ondertussen aan te kijken en hem niet in de reden te vallen. Zo geef je je kind het gevoel dat hij belangrijk is en dat zorgt voor een boost van zijn zelfvertrouwen.
  2. Leer je kind dat fouten maken oké is. Dit doe je door het te benoemen, maar vooral ook door de juiste woorden te kiezen. Trekt je kind bijvoorbeeld zijn schoenen verkeerd aan, zeg dan niet: ‘Zo is het niet goed’. Zeg liever: ‘Kijk nog eens naar je schoenen.’ Laat je kind kortom zelf ontdekken wat hij anders kan doen en geef hem een compliment als hij het ‘probleem’ zelf oplost. Zo geef je hem de boodschap dat fouten maken niet erg is, maar juist leerzaam.
  3. Geef het goede voorbeeld. Heb je nogal de neiging om negatief over jezelf of anderen te praten en ben je zelf onzeker? Ga ermee aan de slag. Als jij zelfvertrouwen uitstraalt en positief in het leven staat, straalt dit af naar je kind. Lees ook: Hoe erg is het dat je niet (altijd) het goede voorbeeld geeft?
  4. Vergelijk niet. Ieder kind is anders en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Vergelijk je kind dus nooit met een andere kinderen.
  5. Toon interesse in je kind. Laat je kind merken dat je hem belangrijk vindt. Kijk een keer mee naar een kinderfilmpje op YouTube, lees samen een boekje of geef je kind zomaar een dikke knuffel.
  6. Geef complimenten. Wie wordt er nu niet blij van een compliment? Let wel op dat je niet overdrijft, want daar help je je kind dan weer niet mee. Zo geef je je kind op de juiste manier een compliment.
  7. Stimuleer zelfstandigheid bij je kind. Je kind taakjes geven is goed voor zijn zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Let wel op dat je hem niet te snel helpt omdat het niet lukt of het te lang duurt. Dit zijn geschikte huishoudelijke klusjes per leeftijd.

Meer tips? Zo vergroot je het zelfvertrouwen van je kind volgens kinderpsycholoog Tischa Neve

Onzekerheid bij kinderen per leeftijd

Of je kind nu vier, zes of tien jaar is, in elke fase hebben ze wel met onzekerheid te maken.

4 jaar

Als je kind vier jaar is, gaat hij naar de basisschool. Dit is een periode waarin hij zich heel onzeker kan voelen. Misschien ging hij hiervoor alleen een paar dagen per week naar een gastouder, kinderdagverblijf of peuterspeelzaal. Nu komt hij in een nieuwe omgeving terecht met nieuwe kinderen om zich heen.

Als je kind op de basisschool zit, kun je een verandering in zijn gedrag of een terugval in zijn ontwikkeling zien. Er zijn kinderen die plotseling minder goed slapen of weer in hun broek of bedplassen. Op school zijn ze weer de kleinste van de groep, maar thuis kunnen ze hun broertje of zusje laten zien dat zij de baas zijn. Maak je geen zorgen, deze veranderingen zijn maar tijdelijk.

Lees ook: Terugval zindelijkheid, wat kun je doen?

5 jaar

Kinderen vanaf vijf jaar krijgen steeds meer interactie met leeftijdsgenoten en ontwikkelen zo empathie. Dit wil zeggen dat ze zich beter in een ander kunnen inleven en bijvoorbeeld andere kinderen helpen en troosten. Aan de andere kant zijn het nog steeds kleuters die nog primair met hun emoties omgaan. Krijgt je kind niet wat hij van dat ander kind wil hebben? Dan kan hij bijvoorbeeld aan de haren gaan trekken of duwen.

Veel kinderen gaan vanaf vijf jaar op zwemles. Net als de eerste stapjes zetten, is dit een mijlpaal voor je kind. Het ene kind vindt het fantastisch en het andere kind vindt het erg spannend en kan onzeker worden.

Lees meer: Welke leeftijd is ideaal om te beginnen met zwemles

6 jaar

Kinderen van zes jaar beseffen wat ze kunnen en wat nog niet. Ook worden ze zich bewuster van hun uiterlijk en dat kan onzekerheid met zich meebrengen. Wel kunnen kinderen van zes nog snel wisselen van emoties. Het ene moment kan hij heel blij zijn en het andere moment kan hij in huilen uitbarsten. Zo werkt het ook met onzekerheid. Eerst voelt je kind angst en frustratie en later kan hij weer heel trots zijn op iets wat hem is gelukt.

7 jaar

Een kind van zeven jaar denkt logisch na, kent oorzaak en gevolg en beredeneert zijn keuzes. Hij kan bijvoorbeeld nu ook een spreekbeurt houden: een onderwerp kiezen, bedenken wat hij wil vertellen en daar een mooi verhaal van maken. Sommige kinderen beginnen er meteen aan en doen dit vol overgave, anderen zijn er enorm tegenop en worden onzeker. Ze kunnen zich niet concentreren en schuiven al het werk voor zich uit.

Kinderen van zeven worden ook steeds verstandiger en daarmee ook weerbaarder. Laat je kind zo veel mogelijk zelf proberen en grijp niet te snel in. Vindt hij iets moeilijk? Van proberen kun je leren: als hij die uitdrukking op het kinderdagverblijf of op school nog niet geleerd heeft, is dit een goeie om erin te gooien. 

Lees ook: Hoe leer je een kind verantwoordelijkheid nemen?

8 jaar

De afgelopen jaren ging je kind steeds meer nadenken over zichzelf, wat hij wel en niet kan, hoe hij eruitziet, hoe hij zich voelt, wat hij wil. Achtjarigen gaan zichzelf vergelijken met andere kinderen; ik kan niet zo diep duiken als hij, maar ik kan wel beter voetballen.

Kinderen van acht zijn constant bezig zichzelf te bewijzen. Dat kan zich uiten in de baas spelen in een groep – alhoewel je dat als ze jonger zijn ook al goed kunt waarnemen. Er zijn nu eenmaal kinderen die graag de regels bepalen en dat zorgt ervoor dat er op het schoolplein flinke ruzie kan ontstaan. Pesten ligt op de loer, vooral als één kind tegenover de rest staat. Je kunt complimenten geven wanneer je kind zijn best doet op een goede manier met anderen om te gaan en bijvoorbeeld een ruzie probeert op te lossen. Benoem de bijbehorende gevoelens en zeg er iets over. En geef zelf ook het goede voorbeeld.

9 jaar

Een kind van negen wil meer zelfstandigheid en zal minder om jouw hulp vragen. Tegelijkertijd is hij nog jong en vraagt hij geborgenheid en veiligheid. Op school zul je merken dat het meer ‘de jongens tegen de meisjes’ is. Misschien krijgt je kind verkering, ook al weet hij niet wat het precies is. Toch kan hij verdrietig zijn als het uit is. Je hoeft daar niet te veel vragen over te stellen. Door alleen al te zeggen dat je begrijpt dat hij zich rot voelt en dat hij altijd bij je terecht kan, zegt al genoeg. Je zou je kind een dagboek kunnen geven. Koop er dan wel één met een slotje erop. Hierin kan je kind al zijn verdriet verwerken. Dit is niet alleen voor meisjes, maar ook voor jongens.

Lees ook: Zo voed je een zelfstandig kind op

10 jaar

Bij sommige kinderen van tien beginnen de eerste lichamelijke veranderingen al onder invloed van de puberteit. Sommige meisjes krijgen al borsten of schaamhaar. Bij jongens gebeuren die lichamelijke veranderingen meestal pas rond hun twaalfde. Al die veranderingen kunnen je kind erg onzeker maken. Ook het gedrag van je kind verandert. Hangt je kind de clown uit of is hij juist erg stil? Vraag aan hem wat er aan de hand is. Misschien is er een nieuwkomer in de klas die de boel verstoort en de groepssfeer verpest. Dat kan invloed hebben op het gedrag van jouw kind.

Het beste is om alert te blijven. Soms doen tienjarigen op school aardig, maar pesten ze op straat of via sociale media. Dan moeten alle ouders samenwerken met de school, zodat ieder kind thuis wordt aangesproken. Tip: zo ga je om met verandering van gedrag in de prepuberteit.