Verandering van gedrag in de puberteit

Dan weer humeurig, dan weer giechelig, risico’s zoeken, hun ouders van zich af duwen, allemaal normaal pubergedrag. Vergeet niet dat je puber je ondertussen hard nodig heeft. Puberdeskundige Marina van der Wal geeft je tips.

Pubergedrag

Wat je aan het gedrag van pubers duidelijk ziet, is dat ze je – al of niet voorzichtig – voorbereiden op het moment dat ze het huis uit gaan. De puberteit betekent afscheid nemen van de kindertijd en de hele nauwe band met je ouders. Dat is een goede ontwikkeling. Ze kunnen niet tot hun 18e samen met jouw hand in hand op bank naar Sesamstraat kijken. Ouders die erg zorgzaam en opofferingsgezind zijn, krijgen vaak harde klappen van pubers. Hun kinderen moeten nog meer hun best doen om los te komen van thuis.

Butsen oplopen moet

Pubers houden van spanning en risico’s nemen. Dat moet ook want daar leren ze van. Ouders zien meer valkuilen. Ze zijn vaak geneigd hun kinderen daarvoor te waarschuwen. Maar kinderen moeten ervaringen opdoen, butsen oplopen, anders zijn ze straks niet geschikt voor het leven zonder ouders. Pubers zijn bezig hun grenzen te ontdekken. Daar hoort ook bij dat ze dingen niet meer aan je vertellen. Dat ze iets gejat hebben bijvoorbeeld, of op het dak van de buurman zijn geklommen.

Hard nodig

Pubers moeten de nauwe band die ze met je hadden doorbreken. Opeens willen ze niet meer mee naar die verjaardagsvisite, opeens willen ze geen kusje meer in het openbaar. Vergis je niet; ze hebben je aan de andere kant hard nodig. Je grenzen verleggen is eng. Opeens kunnen pubers terugvallen in kinderlijk gedrag; tegen je aankruipen, bang zijn. Sommige ouders maken de vergissing om te denken dat ze niet meer thuis hoeven te zijn voor een puber die uit school komt. Toch is het juist prettig als je er dan bent. Niet om eindeloos te praten maar gewoon, op de achtergrond, voor als het nodig is.

Kwetsend

De meeste pubers hebben niet zo veel inlevend vermogen, dat zijn ze nog aan het ontwikkelen. Bovendien zijn ze in deze tijd erg op zichzelf gericht. Ze hebben niet het idee dat ze jou als ouder kunnen kwetsen. Het is handig om ze dat in deze periode regelmatig uit te leggen. Een puber die nare dingen tegen je zegt, kun je het beste rustig vertellen dat zoiets jou pijn doet. Uiteindelijk komt het wel goed met dat inlevend vermogen.

Tips voor omgaan met pubergedrag

  1. Altijd te laat thuis
    Pubers hebben er een handje van om de tijd te vergeten. Je kunt de klok erop gelijkzetten dat ze later thuiskomen dan afgesproken. ‘Vroeger’ kon je als puber nog aankomen met het excuus dat je geen horloge had, maar iedereen heeft nu natuurlijk een mobiel. Kortom: je kind weet hoe laat het is én kan dus even bellen om te laten weten waar hij blijft.
  2. ‘Ik háát je!’
    Ze haten je waarschijnlijk niet echt, ook al komt het vanuit hun tenen als ze het tegen je zeggen. En wees voorbereid: er zijn er die het héél vaak roepen. Dat komt door de gierende hormonen. Maar diep in zijn hart kan je puber niet zonder je (zie punt 8). Hou dat maar in gedachten als je je uit het lood geslagen voelt. Hoe je contact houdt met je puberende kind? Deze tips kunnen je houvast geven.
  3. ‘Maar iedereen heeft het/mag het/doet het!’
    Roept die van jou ook vaak: ‘Het is zó oneerlijk!’? Soms kan je puber je behoorlijk aan het twijfelen brengen, maar het is niet waar dat iedereen alles al heeft, mag of doet. Neem gerust contact op met ouders van vrienden en vriendinnen die volgens jouw puber al van alles hebben, mogen en doen, voordat je eventueel toegeeft.
  4. ‘Ooit zul je zelf zo’n kind hebben!’
    Hebben je ouders dat tegen je gezegd, toen jij je zelf als een onmogelijke puber gedroeg? Maar wat ze je niet verteld hebben is dat het nog honderd keer erger kan dan hoe jij was.|
  5. Nee is ja
    Als jij zegt dat iets niet mag, doet je puber het misschien toch op het moment dat jij je omdraait. Elke keer weer. Probeer om je niet om alles druk te maken, maar zeg er alleen iets van als het echt heel belangrijk is. Zoals ze dat zo mooi zeggen in het Engels: choose your battles, kies je gevecht.
  6. ‘Je begrijpt er ook niks van!’
    Jawel hoor, eigenlijk begrijp je er alles van. Sterker nog: dat verwijt wordt al generaties lang onterecht naar het hoofd van ouders gesmeten. En je antwoord blijft nog steeds ‘nee’.
  7. Even lenen
    Sommige pubers zeggen alles stom te vinden aan je, maar toch verdwijnen er dingen uit je kast of je make-uptas. Misschien mag jouw dochter best een en ander lenen, maar dan kan ze het eerst vragen en ook terugleggen na gebruik – in dezelfde conditie. Hetzelfde geldt natuurlijk voor jongens, als ze dingen van hun vader lenen.
  8. Ze kunnen echt niet zonder je
    Het is misschien moelijk te geloven, maar ze kunnen echt niet zonder je (zie punt 2). Sommige ouders voelen zich een wandelende portemonnee of chauffeur, maar waarschijnlijk waarderen ze alles wat je voor ze doet. Of bijna alles. Verwacht alleen niet per se een bedankje.
  9. Rommelkont
    Niet alleen in het puberbrein is het een chaotische bedoening, ook in hun kamer ontploft nogal eens een kledingbom. Sokken, sportshirts, jassen, jurkjes: er slingert van alles rond. Maak er niet elke dag een probleem van. Jij hoeft er tenslotte niet te slapen. Misschien kun je af en toe een raam openzetten?
  10. Humor
    Met humor kom je soms ver, zeker als er weer eens wordt gedreigd: ‘Ik loop weg. Ik háát jullie. Jullie zijn zo oneerlijk!’ Als je er een grap van maakt – ‘Zal ik je helpen je koffer in te pakken’ – zul je hoogstens wat gemopper terugkrijgen, omdat je opstandige puber zich niet serieus genomen voelt. Met smeken – ‘Loop alsjeblieft niet weg’ – zou je hem het gevoel kunnen geven dat hij zijn ‘strijd’ kan winnen.

Verder rest ons nog te zeggen: hou vol, puberen is een fase.