Verschillen jongens en meisjes, wat is aangeboren en wat niet?

Verschillen jongens en meisjes, wat is aangeboren en wat niet?

Wij geloven niet dat roze en poppen per se bij meisjes horen en blauw en auto’s bij jongens. Toch blijkt uit onderzoek dat bepaalde karakterverschillen tussen de seksen zijn aangeboren. Hoeveel invloed hebben ouders hier nog op?

Auto’s versus poppen

Vanaf de eerste dag na de geboorte kijken jongens langer naar objecten en meisjes langer naar gezichten. Ook hun voorkeur voor speelgoed verschilt. Meisjes kiezen vaker voor zachte, lichtgekleurde knuffels, jongens hebben liever harder, felgekleurd speelgoed. Deze verschillen hebben te maken met de hormoonhuishouding: testosteron bij de jongens, progesteron bij de meisjes. En zo zijn er meer voorkeuren, maar ook gedragingen die je in het algemeen meer bij jongens ziet dan bij meisjes. We zetten de verschillen op een rij (en bedenk dat ze in werkelijkheid meestal minder zwart-wit zijn).

Ruzie: verbaal versus fysiek

Meisjes zijn van nature beter in praten, en daardoor ook verbaal agressiever. Niet voor niets wordt over meisjes vaker gezegd dat ze kattig zijn dan over jongens. Wat fysieke agressie betreft ‘winnen’ de jongens het. Jongensruzies en meisjesruzies kun je daarom niet met elkaar vergelijken.

Bij jongens zijn ruzies meestal voorspelbaar en goed te volgen: ‘Hij is begonnen en toen gebeurde er dit en daarna dat.’ Bij meisjes zijn ruzies ingewikkelder. Ga je met ze in gesprek, dan geven ze vaak een vertekend beeld van het incident. Ondertussen zijn ze (zo subtiel mogelijk) bezig zichzelf gunstig neer te zetten ten opzichte van de ander. Waarom? Ze willen aardig gevonden worden.

Meisjes kunnen zich meestal beter inleven in anderen dan jongens. Een mooie eigenschap, maar het betekent ook dat ze de ander beter kunnen bespelen, manipuleren en verfijnd kunnen liegen en bedriegen.

Motorische ontwikkeling

Jongens communiceren vooral met hun lichaam. Wat fysiek communiceren betreft hebben meisjes een ‘taalachterstand’. Jongens ontwikkelen tijdens het praten meer materialenkennis. Geef je ze iets in handen, dan onderzoeken ze dit uitvoerig. Het lijkt vaak alsof ze het aan het slopen zijn, maar dat is niet de opzet. Ze onderzoeken het en daar leren ze heel veel van.

Materialenkennis wordt alleen nooit getoetst, maar taal en motorische ontwikkeling wel. Op die vlakken scoren meisjes al op jonge leeftijd beter. Dat komt aan de ene kant omdat dit meer hun voorkeursgedrag is en aan de andere kant omdat ze meer geneigd zijn om te doen wat de ouders willen.

Druk versus rustig

Jongens drukken problemen en stress, maar ook plezier, lichamelijk uit. En ja, dat ziet er soms heel druk uit. Meisjes praten liever en dat oogt rustiger. Op de basisschool zijn gedragsproblemen de meest voorkomende klachten bij jongens.

Een jongen die in zijn hoofd met allerlei dingen bezig is, kan niet stil blijven zitten. Hij moet dit lichamelijk uiten en wordt (hyper)actief. Voor de juf of meester kan dit storend zijn, maar eigenlijk is zijn gedrag heel verstandig. Zo uit hij zich beter én kan hij zich beter concentreren.

Als meisjes niet lekker in hun vel zitten, gaan ze vaker piekeren. Daardoor kunnen ze last krijgen van buikpijn. Op school is dat bij meiden dan ook het meest voorkomende probleem.

Praters en doeners

Meisjes gebruiken veel meer woorden dan jongens, die meer doeners zijn. Maar meisjes zijn echt niet alleen maar praters: ze worden doeners als iemand hulp nodig heeft.

Concentratie op school

Op school moet je veel stilzitten en daar zijn jongens niet voor gemaakt. Ze willen graag bewegen en als dat niet kan worden ze onrustig. Meisjes kunnen zich langer op hun werk concentreren, luisteren beter naar de uitleg van de leerkracht en schrijven hun huiswerk beter op.

Dit komt ook omdat meisjes vaak meer geneigd zijn om het anderen naar de zin te maken. Daarom doen ze hun best op de manier die de ander van ze verwacht. Dat meisjes vaak betere schoolresultaten halen, heeft niks te maken met intelligentie. Jongens zijn gewoon met andere dingen bezig.

Assertiviteit en leiderschap

Jongens zijn niet bang voor conflicten, durven op de voorgrond te treden en de leiding te nemen. Ze houden van duidelijkheid: de baas is de baas. Meisjes willen graag vrienden blijven en dat kan binnen een hiërarchie ingewikkeld zijn. Bijvoorbeeld als je heel duidelijk de positie van baas inneemt.

Meisjes nemen op een subtielere manier de leiding. Je merkt het niet altijd dat zij eigenlijk aan het roer staan. Maar zelf zijn ze zich daar wel degelijk van bewust. Ze werken net zo lang tot ze voor elkaar hebben gekregen wat ze willen. Op latere leeftijd kunnen meisjes erg fijne leiders zijn. Ze hebben inlevingsvermogen en zijn bereid zichzelf weg te cijferen. Gebrek aan assertiviteit zorgt er vaak voor dat ze hun leiderschapskwaliteiten niet altijd ontwikkelen. Daarom zit er bij de meeste bedrijven een man op de troon.

Competitie en rangorde

Jongens gebruiken fysieke manieren om de rangorde vast te stellen. Ze stoeien, willen weten wie de sterkste is, wie het verst kan plassen en wie het hardst kan rennen. Komt er een nieuwe jongen in de klas, dan moet dit allemaal opnieuw worden uitgezocht.

Dat competitieve is er nog steeds als ze volwassen zijn, maar dan gaat het om de grootste auto en het hoogste salaris. Weten wie ‘de baas’ is geeft jongens rust. Als ze weten waar ze aan toe zijn, kunnen ze zich vaak verbazend goed neerleggen bij de hiërarchie die is vastgesteld.

Meisjes onderzoeken op een andere manier hoe een rangorde in elkaar zit. Niet door te stoeien, maar door met populariteit bezig te zijn. Ze willen door anderen worden geaccepteerd, en zeker door volwassenen.

De beste versus de liefste

Jongens willen niet alleen de sterkste zijn, maar ook de beste, de slimste en degene met het meeste speelgoed. Meisjes willen vooral de liefste zijn (of het liefst gevonden worden). Dat biedt hun veiligheid. Daarom doen meisjes de hele dag aardig tegen anderen.

Als het doel van dat aardige gedrag puur een goede positie in de groep is, zijn meisjes er vaak goed in om dat subtiel te verbergen. Anders wordt het onecht gevonden, of geslijm of schijnheilig.

Verwerken van emoties

Meisjes huilen sneller dan jongens. Daar kunnen ze niet zoveel aan doen. ‘Technisch’ gezien is het voor meisjes makkelijker om te huilen. Hun brein verschilt op dit gebied van dat van jongens. Gebeurt er iets naars, dan verwerken meisjes dit eerder door te huilen en jongens door iets te ondernemen. Beide manieren hebben hetzelfde effect: het maakt je hoofd weer helder en rustig.

Brutaal versus gehoorzaam

Van meisjes wordt vaker gezegd dat ze gehoorzaam zijn en jongens staan eerder bekend als brutaal. Dat komt omdat meisjes over het algemeen lief gevonden willen worden en dus sneller doen wat je ze opdraagt. Jongens zijn veel directer en slaan eerder met de vuist op tafel.

Dit gedrag wordt vaak als brutaal of lastig gezien, maar dat is niet helemaal terecht. Jongens zijn gewoon niet bang om voor hun belang op te komen en een conflict aan te gaan. Tegenwoordig worden meisjes assertiever opgevoed en doen ze dit ook meer.

Liegen

Uiteraard liegen zowel meisjes als jongens wel eens. Het verschil zit hem in de aard van het liegen. Een meisje kan rustig zeggen ‘wat zit je haar leuk’, terwijl ze daar niks van meent. Dit doet ze dan vooral om de ander blij te maken en sociaal geaccepteerd te worden. Jongens liegen om er zelf beter van te worden, om hun zin te krijgen.

Onbewuste rol van ouders

Even heel zwart-wit: in de peutertijd spelen meisjes binnenshuis vadertje en moedertje en jongens trekken eropuit en verbouwen de boel. Meisjes vissen naar complimentjes door met een stoffer en blik in de weer te gaan, jongens door te laten zien hoe goed ze kunnen klimmen. Maar wat is hierbij de rol van de ouders (en personeel in de kinderopvang)? Stimuleren we dit seksetypische gedrag? Tenslotte geven we jongens vaak maar al te graag een ridderhelm en meisjes een prinsessenjurk.

Het is vooral belangrijk dat je je kind ziet als een individu, ongeacht of je een zoon of een dochter hebt. Houd rekening met zijn of haar individuele wensen, haar authenticiteit, en baseer daarop hoe je met je kind omgaat en welke eigenschappen je stimuleert. Want we kunnen van alles zeggen over het verschil tussen de seksen, maar dé standaard jongen of hét standaard meisje bestaat niet. Geef je kind daarom voldoende gelegenheid om eigen voorkeuren te ontwikkelen.

Eigen identiteit

Het is prima om rekening te houden met bepaalde verschillen tussen jongens en meisjes. En je kunt typische jongens- of meisjesactiviteiten gerust stimuleren. Maar geef ook alternatieven. Bied je zoon ook eens een pop aan, zonder uit te stralen dat dit ‘ongewoon’ is of juist dat hij ermee móét spelen. Leer hem gewoon de wereld te ontdekken, met alle mogelijkheden die er zijn. Dingen mogen onderzoeken helpt ook bij het bepalen van je eigen identiteit. Emancipatoir opvoeden betekent niet dat je jongens meisjesdingen laat doen, maar dat een jongen zichzelf mag zijn (en andersom). Oftewel, geef je zoon geen roze spullen om hem ‘vrouwvriendelijk te maken’, maar omdat hij dat gewoon een mooie kleur vindt.

Grenzen ontdekken

Bind je kind niet te veel in, maar leer hem zelf zijn grenzen te ontdekken, passend bij de ‘aard van het beestje’. Houdt je zoon van wild stoeien, besef dan dat hij zich juist veilig voelt door op die manier de competitie aan te gaan en te ontdekken hoe ver hij kan gaan. En natuurlijk is het schattig als je dochter lief en gehoorzaam is, maar leer haar ook om voor zichzelf op te komen. Ze overleeft het best als niet iedereen haar aardig vindt.

Klaarstomen voor later

Niet alleen de sekse van het kind zelf speelt een rol bij de opvoeding, maar ook het voorbeeld dat de ouders geven. Moeders hebben vaker een beschermende rol, vaders zijn meer geneigd te experimenteren en uit te dagen om hun kind klaar te stomen voor later. Een vader gooit zijn kind in de lucht en de moeder roept: voorzichtig! Een moeder kan haar zoon helpen zijn gevoelens onder woorden te brengen, een vader helpt zijn dochter beter voor haar belangen op te komen.

Kun je het gedrag van je zoon soms moeilijk volgen omdat hij zo anders is dan jij? Of voed je je kind alleen op, waardoor er één rolmodel mist? Vraag gerust advies aan andere ouders. En bedenk dat elk kind, ongeacht sekse of genen, zijn of haar eigen eigenschappen heeft en dat niet alleen de opvoeding de ontwikkeling daarvan bepaalt.