puber opvoeden

Puber opvoeden: hoe kun je je puber het beste helpen?

Soms heeft je puber het niet makkelijk. En hij moet ook zoveel. Terwijl plannen en overzicht bewaren juist zo moeilijk is voor het puberbrein. Puberdeskundige Marina van der Wal geeft tips om je (pre)puber te helpen en bespreekt de drie grootste valkuilen bij hun opvoeding.

Je puber helpen

Een puber doet dingen waarvan jij soms niet wilt dat hij ze doet. Te laat thuiskomen bijvoorbeeld, of huiswerk vergeten te maken. Pubers kunnen nog niet goed plannen omdat hun prefrontale cortex – het deel van het brein waar het plannen plaatsvindt – nog niet genoeg ontwikkeld is. Straf je puber niet als hij te laat thuis komt, hoe boos je ook bent. Daar leert hij niks van, sterker nog: hij blokkeert alleen maar. Belonen werkt beter. Is hij bijvoorbeeld ‘maar’ tien minuten te laat, zeg dan iets als: ‘Ik ben blij dat je er bent, het eten staat op tafel.’ Als je een compliment krijgt, komt er namelijk dopamine vrij in de hersenen. Dat stofje geeft een blij gevoel. Pubers zijn erg gevoelig voor dopamine en dat blije gevoel wil hij nog een keer. Zo stimuleer je hem om een volgende keer op tijd te komen.

De beste beloning: verantwoordelijkheid

De meest effectieve beloning voor een puber? Geef hem verantwoordelijkheid en autonomie. Stel: je kind van twaalf wil met zijn vrienden naar de film en dat vind jij spannend. Laat hem meedenken. Leg hem uit dat jij het lastig vind om hem alleen te laten gaan en welke beren je op de weg ziet. Vraag hem hoe hij jou kan helpen minder ongerust te zijn. Misschien vindt hij het een goed idee om een berichtje te sturen als hij er is. Hem die verantwoordelijkheid geven en de gelegenheid bieden om zelf met oplossingen te komen, geeft zijn zelfbeeld een flinke boost.

 

 

Geef veel bevestiging

Het is niet fijn voor een puber om steeds te horen dat jij het ook allemaal al hebt meegemaakt. Dat jij ooit jong bent geweest is voor hem zo ongeveer onbegrijpelijk. Voor hem ben je iemand van een andere soort, een ‘oudere’. Vergelijk zijn probleem dus niet met de problemen die je vroeger zelf had. Wat pubers wel fijn vinden, is bevestiging: ‘Het is ook niet makkelijk.’ Of: ‘Ik snap dat je dat een rare reactie vindt van je leraar.’

Je (pre)puber weet het zelf

Een puber weet meer dan je denkt. Sterker nog: hij zou zomaar je beste opvoedadviseur kunnen zijn. Zit je met een opvoeddilemma, dan kun je dat ook aan je puber voorleggen. Dat is niet per se een teken van zwakte. Jij bent tenslotte ook maar een mens en je hebt bij de geboorte van je kind geen gebruiksaanwijzing gekregen. Je zult merken dat je echt iets aan zijn antwoorden kunt hebben. Pubers hebben vaak best inzicht in wat ze echt nodig hebben. Waarschijnlijk vragen ze eerst om extra zakgeld en meer snoep, maar daarna komen de echte antwoorden. Met jongens werkt het trouwens het beste om niet tegenover ze te gaan zitten als je een serieus gesprek wilt voeren. Ga naast elkaar zitten, samen fietsen of staar naar hetzelfde punt.

Aankijken hoeft niet

Wanneer je tegen pubers zegt: ‘Kijk me aan als ik tegen je praat’, kunnen ze verstijven. Als ze om zich heen kijken, is dat geen onbeleefdheid. Ze zijn dan aan het verwerken wat je zegt. Ze denken na over wat er allemaal moet en kan. Laat ze dus. Zorg dat ze achteraf nog wel even navertellen wat je hebt gezegd. Dan onthouden ze het beter en weet jij zeker dat je boodschap is aangekomen.

Eén opdracht tegelijk

Pubers kunnen vaak maar één opdracht tegelijkertijd verwerken. Ruim de tafel af en doe daarna de afwas kan al lastig zijn. Heb je meerdere opdrachten, schrijf ze dan voor hem op. Dat werkt beter bij het puberbrein. Zie het niet als onwil.

Chagrijnige prepuber

Pubers kunnen bokkig en chagrijnig worden wanneer ze het gevoel hebben dat er te veel van hen wordt gevraagd. Veel ouders worden boos als hun kind bijvoorbeeld te laat thuiskomt van het sporten. Eigenlijk ben je op zo’n moment niet boos, maar ongerust. Leg dat uit. ‘Ik was ongerust, want ik dacht dat je ergens in de sloot lag. Kun je volgende keer een berichtje sturen?’ Probeer ook niet als ouders één front te vormen tegen je puber. Dan blokkeert hij.

Puber opvoeden: de 3 grootste valkuilen

Meestal doen puberouders een heleboel automatisch goed. Met gezond verstand en voldoende inlevingsvermogen kom je een heel eind. Maar niemand is perfect en soms gaat het met vallen en opstaan. Volgens puberdeskundige Marina van der Wal zijn dit de drie grootste valkuilen bij het opvoeden van een puber.

1. Denken: dat doet mijn kind niet

Met een winkelwagentje de sloot in rijden, geld uit je portemonnee stelen, fikkie stoken, ook jouw kind gaat dit soort dingen doen. Een gezonde puber doet dingen die niet mogen. Hij is bezig met grenzen verleggen, met experimenteren. Door ervan uit te gaan dat jouw kind dat als enige níét doet, ben je er ook niet alert op en zie je misschien niet wat er echt aan de hand is. Ga er dus wél van uit en bepaal je strategie. Hoe ga je ermee om als hij thuiskomt met iets wat niet van hem is? Je kind is op zoek naar een weerwoord en grenzen. Daar leert hij van.

2. Vrienden willen worden met je puber

Kinderen hebt meestal maar twee ouders, twee opvoeders, zorg dat ze die houden. Wil je vrienden worden met je kind, dan is de kans groot dat je te weinig grenzen stelt. Vergelijk het opvoeden van pubers met een spelletje biljart. Je hebt een rand nodig om de bal tegenaan te laten botsen, anders is het spel niet leuk. Pubers moeten ook tegen grenzen aanlopen. Bepaal zelf wat je belangrijk vindt: bijvoorbeeld geen vrouwonvriendelijke praat aan tafel. Geen scheten en boeren laten. Doen ze dat wel, zeg dan dat je even op de bank gaat zitten omdat je het niet wilt horen.

3. Cynisch worden

Pubers ontberen het talent om ‘tussen de regels door te kunnen luisteren’. Dat is met ironie en cynisme juist wel noodzakelijk. De humor en de grap ontgaat ze. Wat blijft hangen is de negatieve boodschap. Humor gebruiken kan wel. Heeft je kind bijvoorbeeld geen kleedgeld meer en is hij uit zijn laatste broek gescheurd? Dan maar in pyjamabroek naar school.