Dit zijn de 10 leukste buitenspelletjes

Dit zijn de 10 leukste buitenspelletjes

Schijnt de zon eindelijk? Hop, naar buiten! Met deze tien buitenspelletjes vermaken je kinderen zich zeker weten. En ze zijn ook nog heel geschikt voor een kinderfeestje.

  1. Stand in de mand

    buitenspellen

    Ken je dit spel nog van vroeger? Bij deze klassieker staan alle kinderen in een kring. Een van de kinderen roept: ‘Stand in de mand en de bal is voor…’ Hij roept de naam van een kind en gooit de bal omhoog. Het kind wiens naam wordt geroepen probeert de bal zo snel mogelijk te pakken en de andere kinderen rennen weg. Zodra de bal is gevangen stopt de rest met rennen. Zij moeten nu met hun benen wijd gaan staan. Het kind met de bal mag drie stappen naar iemand toe doen en proberen de bal door zijn benen te rollen. Als dat lukt, gaat de beurt over naar dat kind. Als er drie keer een bal tussen je benen door is gerold, ben je af. Zo komt er uiteindelijk een winnaar uit.

  2. Balletje over

    balletje over

    Voor dit spel heb je twee ballen nodig. Je verdeelt de kinderen in twee teams en geeft ieder team een bal. De teams moeten allebei de bal zo snel mogelijk naar de overkant van het veld krijgen. Maar als je de bal in je handen hebt, mag je niet lopen. Oftewel: de kinderen moeten de bal naar elkaar overgooien.

  3. Roof de vlag

    vlagroof

    Dit spel is vooral leuk om in het bos te spelen. Ook hierbij verdeel je de kinderen in twee teams. Beide teams verstoppen een vlag. Daarna moeten ze op zoek naar de vlag van het andere team. Maar ze kunnen ook afgetikt worden door spelers uit het andere team. Wie als eerste de vlag van het andere team heeft gevonden, wint!

  4. Stoepranden

    stoepranden

    Stoepranden is geschikt voor in een rustige straat. Twee kinderen staan tegenover elkaar op de stoepranden aan weerszijden van de straat. Met een bal moeten ze de stoeprand van de ander raken, en hem weer vangen als hij terugkaatst. Dat is één punt. Vanaf de plek waar je de bal vangt mag je een nieuwe poging doen. Je beurt is voorbij als je mis gooit.

  5. Lummelen

    lummelen

    Bij lummelen bepalen de kinderen van tevoren wie de lummel is. De andere spelers gooien de bal over. De lummel moet proberen de bal af te pakken. Pakt de lummel de bal van je af? Dan ben jij de lummel.

  6. Paaltjesvoetbal

    paaltjesvoetbal

    Alle kinderen krijgen een paaltje (mag ook een fles, pion of beker zijn). Die zetten ze voor zich op de grond. Ze moeten dit paaltje bewaken, maar tegelijkertijd proberen om de paaltjes van de andere kinderen omver te schieten. Staat het paaltje van jou als laatste overeind? Dan win je.

  7. De tikploeg

    tikken

    Dit spel begint met één tikker. Als hij iemand tikt, wordt diegene ook een tikker. Het spel gaat net zo lang door tot iedereen is getikt. Het is natuurlijk de bedoeling dat je als laatste getikt wordt. Dan mag je in het volgende spel de eerste tikker zijn.

  8. Kat en muis

    kat en muis

    Ook dit spel is een echte klassieker. Je wijst een kat en een muis aan. De kat moet de muis vangen, maar alle andere kinderen gaan de muis helpen door hand in hand voor hem te gaan staan. De kat moet onder de armen door proberen te komen om de muis te pakken. Je kunt het spel extra leuk maken door de muis een staart te geven (een lint dat uit de broek hangt) die de kat moet afpakken. Best moeilijk!

  9. Ballon omhoog houden

    ballon

    Dit spel kan op verschillende manieren worden gespeeld. Je kunt één ballon omhoog gooien, waarna alle kinderen er samen voor moeten zorgen dat hij in de lucht blijft. Of ieder kind krijgt een eigen ballon en degene die zijn ballon het langst in de lucht weet te houden wint. Met warm weer kunnen ze de ballon met waterpistolen hoog houden. Hier vind je nog 10 leuke waterspelletjes voor kinderen.

  10. Voetje van de vloer

    voetje van de vloer

    Dit spel gaat het beste in een speeltuin, waar kinderen op speeltoestellen kunnen klimmen. Er is één tikker, maar die kan de anderen niet tikken als zij hun voeten van de vloer (grond) hebben. Ze mogen maar tien seconden op een toestel blijven zitten, daarna moeten ze naar een ander toestel rennen. In die tijd kan de tikker ze dus tikken. Degene die als eerste af is, wordt de nieuwe tikker.