Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

9x taboes rondom ouderschap: ‘Borstvoeding? Ik heb er gewoon geen zin in’

‘Ik vind mijn ene kind leuker dan het andere.’ Nee, dat hoor je nooit iemand zeggen. Maar dénken… dat kan. Je ervoor schamen hoeft niet, want gekke dingen: die denken en doen we allemaal weleens.

Advertentie
  1. Borstvoeding? Ik heb er gewoon geen zin in

    Tepelkloven, zoogkompressen en kolfapparaten: jou niet gezien. Jouw baby is straks niet helemaal afhankelijk van jou, want je begint niet aan borstvoeding. Vanaf dag één doen jij en je partner alle voedingen samen, kun je aan de wijn zonder eerst te kolven en hoef je nooit met blote borsten in het openbaar te zitten. In jouw vriezer vind je pizza’s en ijs, geen voorraad moedermelk.

    Psycholoog en moeder Froukje Groenveld-Spaans reageert: ‘Prima toch? Je moet vooral doen waar je je goed bij voelt. De heersende norm is tegenwoordig dat je borstvoeding móét geven. Dat hoor je waarschijnlijk bij de verloskundige, van de kraamverzorgende en lees je op internet. Het geven van borstvoeding wordt vaak in één adem genoemd met: het beste voor je kind. Ik denk dan: is een relaxte moeder niet nóg veel beter voor een kind? Een kind heeft meer aan een moeder die ontspannen een fles geeft dan aan een moeder die met tegenzin borstvoeding geeft. Zolang vrouwen elkaar niet veroordelen, hoeft er geen schuldgevoel te zijn. Laat elkaar in je waarde, dan zijn we zo van dit taboe af.’

  2. Zwanger zijn is vreselijk

    Er was je verteld dat je zou stralen. En hoor je niet continu met je hand over je buik te wrijven terwijl je blij praat over dat ‘wondertje in je buik’? Eerlijk is eerlijk: elke keer dat iemand je vertelt dat je lekker moet genieten, vraag jij je vooral af waarvan. Vanaf het begin vind je er niks aan, aan dat zwanger zijn. Je bent moe, misselijk en de hormonen gieren als ongeleide projectielen door je lijf. Als je die hele zwangerschap zou kunnen overslaan en de band kon doorspoelen tot de bevalling (of beter nog: tot een uur daarna) had je dat zeker gedaan. Dit zeg je maar niet hardop, want aan alle kanten hoor je hoe mooi het is, hoe bijzonder en vooral hoe dankbaar je moet zijn voor je ­zwangerschap.

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Zwanger zijn is voor iedereen anders. De ene vrouw gaat fluitend door haar zwangerschap heen, terwijl de ander allerlei klachten heeft. Dat kan ervoor zorgen dat je niet kunt genieten. Maar zelfs als je zwangerschap soepel verloopt, kun je het gevoel hebben dat zwanger zijn niets voor jou is. En dat is prima, ook niet iedere vrouw houdt van shoppen of chocola. Het zegt weinig over jou als moeder. Iemand die zwanger zijn ellendig vindt, zal over het algemeen net zo veel houden van haar kind als iemand die zwanger zijn geweldig vindt. In principe merkt de baby in je buik ook weinig van het verschil. Misschien aai je wel iets minder over je buik en klets je minder tegen je ongeboren kind. Merk je dat dat zo is, dan kun je dat af en toe wel bewust doen. Maar uiteindelijk is de interactie na de geboorte veel belangrijker, pas dan begint het hechtingsproces echt.’

    Advertentie
  3. Gender dis­appointment: niet wéér een jongen

    Na twee zoons weet je het zeker: deze keer wordt het een meid! In je hoofd gooi je alle blauwe rompertjes al weg en verf je de babykamer knalroze. Je stelt je voor hoe je staartjes maakt in je dochters haren en er liggen al heel wat jurkjes te wachten in je digitale winkelmand. En dan blijkt bij de 20 wekenecho dat er toch wéér een piemel groeit in je buik. Natuurlijk ben je blij dat je een gezond kind op de wereld mag zetten, maar ergens blijft het knagen: een meisje was zo leuk geweest…

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Dit komt vaker voor dan je denkt. We mogen geen teleurstelling voelen van onszelf, omdat we blij moeten zijn met een gezond kind. Maar zelfs na een verlies door bijvoorbeeld een miskraam, kun je alsnog dit soort gevoelens hebben. Teleurstelling om het geslacht en blijdschap om een kind kunnen namelijk prima naast elkaar bestaan. Dat je het jammer vindt dat het geen jongen/meisje is, betekent niet dat je niet oneindig veel van dit kind kunt houden. Je kunt er wel over nadenken – als je het gevoel hebt dat dit speelt – waar je het te horen wilt krijgen wat je krijgt. Liever privé thuis, dan bij de verloskundige bijvoorbeeld.’

  4. Welke roze wolk?

    Daar zit je dan, met een huilende baby, een beha vol verkoelende koolbladeren en een beurs ‘onderkantje’. Het is half drie ʼs middags en je hebt die dag nog geen moment voor jezelf gehad. Ja, die vijf minuten om – heel voorzichtig – te poepen. Als je partner een appje stuurt dat ie vanavond later thuis is, barst je in janken uit. Zo had je het je niet voorgesteld. Je wilt met je blije baby pronken in het park, hem gelukzalig voeden in het zonlicht en de mooiste foto’s delen op sociale media. Waar blijft die roze wolk?

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Het woord ‘wolk’ doet voorkomen alsof nieuwe ouders continu happy moeten zijn. Maar een combinatie van hormonen, slecht slapen en een herstellend lijf maakt dat vrijwel on­mogelijk. Zolang je nog steeds ‘roze’ momentjes hebt, is er niks aan de hand. Af en toe een potje janken lucht op en erover praten ook. Bel je vriendin die ook net moeder is om te vragen hoe het nou écht met haar gaat. Je zult erachter komen dat je echt niet de enige bent die de beginperiode zwaar vindt. We zijn geneigd om te zeggen dat alles geweldig is, omdat we dankbaar moeten zijn, we mogen niet zeuren. Veel mensen zijn op­gegroeid met het idee dat je de vuile was niet buiten hangt. Maar juist de erkenning en herkenning zijn nu zo belangrijk, dus hou de schijn niet op en vertel gewoon hoe je je voelt.’

    Advertentie
  5. Ik hoop dat ie nog bijtrekt

    Na veertig weken wachten, urenlang weeën opvangen en persen, is-ie er: je baby. Je kijkt naar het glibberige, rode verfrommelde koppie. Een schatje hoor, maar knap? Nou nee, dit is niet de mooiste baby die je ooit hebt gezien. Wat is er mis met je?

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Nou, niks. Het betekent niet dat je niet van je kind houdt. Biologisch is het zo geregeld dat we ons meteen verantwoordelijk voelen voor ons kind en hem bijzonder vinden. Dat heeft niet zozeer met uiterlijk te ­maken, maar met het geheel. Mooi zijn is maar een van die facetten.’

  6. Die van mij slaapt al máánden door

    Dat vervloekte doorslapen… Vanaf zo ongeveer week één wil iedereen weten of je baby al doorslaapt. Om je heen hoor je alleen maar verhalen over baby’s die met zes, twaalf en – wel ja! – soms al vanaf drie weken doorsliepen. Hoe kan het dan dat jij na acht maanden nog steeds drie keer per nacht uit bed moet voor een fles, speen of knuffel? Als numéro honderd bij de koffieautomaat vertelt over haar doorslapende baby, flap je het eruit: ‘Die van mij slaapt ook al door. Alláng.’ Eh, waarom deed je dat?

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Niemand wil afwijken van de norm of dat zijn kind afwijkt van de norm. En daarom liegen we soms, omdat je niet wilt dat anderen mensen jouw kind anders, raar of lastig vinden. Praat gewoon eens eerlijk met je vriendinnen en je zal merken dat we allemaal afwijken van de norm. Doe dat trouwens wel met vriendinnen die nog een baby hebben, want zodra ouders uit de narigheid zijn, vergeten ze hoe het echt was.’

  7. Mijn ene kind is leuker dan het andere

    Als ouder hou je onvoorwaardelijk van je kind, van ál je kinderen. Ze zijn allemaal even bijzonder, leuk en lief. Maar toch, heel soms bekruipt je dat gevoel van voorkeur. En dan schrik je je kapot, want je mag als ouder helemaal geen voorkeur hebben voor één kind, je moet ze allemaal even lief vinden. En dat vind je ook. Of niet?

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Het feit dat je deze gedachte hebt, hoeft niet te betekenen dat het ook echt zo is. Het kan een moment­opname zijn: de ene dag heb je wat meer met het ene kind dan met het andere. Het hoeft echt niet te betekenen dat je meer of minder van je ene kind houdt. Misschien heb je een betere band met een van je kinderen, omdat hij meer op je lijkt of omdat jullie dezelfde interesses hebben. Dat is niet erg. Laat het in elk geval zo min mogelijk merken aan je kinderen. Steek extra tijd in het kind waar je wat minder mee hebt.’

  8. Was ik hier maar nooit aan begonnen

    Waar is mijn leven gebleven? Was ik hier maar nooit aan begonnen… Ehm, dacht je dat nou hardop? Want natuurlijk kun je je kind niet meer ­missen. Maar toch… als je om acht uur ’s avonds knikkebollend op de bank zit te midden van een speelgoedexplosie met het vooruitzicht op wéér een korte nacht denk je het wel: kon ik nog maar even terug naar die tijd dat ik alleen maar aan mezelf hoefde te denken. En dan lijkt je leven nu… nou ja, ­gewoon voorbij.

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Het is helemaal niet gek om soms terug te verlangen naar je oude leven. Je kent de voordelen en leuke kanten van een leven zonder kin­deren. Bovendien kost het tijd om te wennen aan je nieuwe leven. Dat kan soms een beetje voelen als een rouwproces: je mist je oude leven. Soms is alleen al het uitspreken van de gedachte: was ik er maar nooit aan begonnen, genoeg om je frustratie te ventileren.’

  9. Ik doe hem wat aan!

    Jouw baby is de leukste en liefste, maar wat kan hij soms huilen. Urenlang. En je hebt geen idee waarom. Schone luier, volle buik, niet te warm, niet te koud. Wiegen, wandelen, zingen: alles heb je geprobeerd. Maar toch, je baby is niet blij te krijgen. Gefrustreerd bel je je partner: ‘Kom naar huis of ik doe hem wat aan!’ Of je wandelt op een brug en opeens denk je: als ik de wagen nu een zetje geef, ligt hij in het water en verdrinkt-ie. Doorlopen naar het politiebureau om jezelf uit voorzorg te laten opsluiten dan maar?

    Psycholoog Groenveld-Spaans: ‘Natuurlijk niet. Vrijwel elke ouder komt een keer op het punt van onmacht en frustratie. Dan kan het zijn dat de gedachte in je op-komt waarbij je je kind iets aan wil doen. Dat zo’n gedachte bestaat, betekent niet dat je het daadwerkelijk wilt doen. Als je er niet aan toegeeft, is er niks aan de hand. Zo’n angst of gedachte kan ook een functie hebben. Nu je moeder bent, heb je opeens een andere verantwoordelijkheid en ben je je bewust van de kwetsbaarheid van je kind. Eigenlijk zeggen deze gedachten: pas op, gevaar! En niet: rij je baby de sloot in.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Marloes Grimbergen, beeld: GettyImages

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Redactioneel – Offer – Boek over bevallen

Goed voorbereid bevallen

Verfrissende kijk op geboorte
Lees nu