Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Goed om te weten: zo werkt de volumeknop van je dreumes of peuter

Dat ze klein zijn, weerhoudt dreumesen en peuters er niet van om héél veel geluid te produceren. Schreeuwen dat ze wakker zijn, gillend achter elkaar aan rennen: waarom moet het altijd zo hard? Maar kun je van je kind wel verwachten dat hij zich inhoudt?

Ergens in een wijk in Utrecht zit een man te werken. De zon schijnt, de ramen staan open. Het is midden in de lockdown. De man is aan het videobellen. ‘Wat is dat voor herrie?’ klaagt zijn collega. Buiten spelen buurtkinderen enthousiast verstoppertje. ‘Gevonden! Buut Olivier! Jaaaaa, ik heb je!’ De werkende man meldt zich in de whatsappgroep van de straat. Zijn verzoek aan ons, de ouders dus: ‘Kunnen jullie ervoor zorgen dat de kinderen iets minder hard schreeuwen?’ De herrie belemmert hem namelijk in zijn werk. ‘En is het niet ook een beetje de bedoeling dat we rekening met elkaar houden?’ voegt hij eraan toe.

Advertentie

Geluidsoverlast

Kindergeluid, herrie, gekrijs, schreeuwen: het is maar net hoe je het noemt, maar feit is dat je het overal hoort. Bij Jantje Beton, de stichting die buitenspelen wil bevorderen, komen steeds meer klachten binnen over geluidsoverlast door spelende kinderen. En zeg nou zelf: wil jij in een vliegtuig liever een peuter en baby voor je, of een paar zestigplussers? Zou je naast een schoolplein willen wonen? Of dichterbij: een peuter in huis die de hele dag schreeuwend doorbrengt, óók als hij vraagt om wat drinken of een tractor aanwijst, hoe relaxed vind je dat? Als ze vallen, boos zijn of juist blij: waarom produceren kinderen vaak zo veel geluid? Waarom roept dat bij anderen negatieve emoties op? En om de geprikkelde buurman een antwoord te geven: kún je aan je kind vragen of hij de volumeknop naar beneden draait?

Aanzwellende decibellen

Ja, dat kan, maar niet altijd en soms moet je dat ook niet willen, zegt emeritus hoogleraar pedagogiek Jo Hermanss: ‘Vooropgesteld: kinderen hebben niet de behoefte om heel hard geluid te produceren, dat is geen doel op zich. En de hoeveelheid verschilt ook per kind. Kleine kinderen zijn redelijk impulsief in hun emoties. Als ze boos zijn, blij, verdrietig, dan produceren ze vaak extra geluid. Ook tijdens het spelen, en dan vooral in de omgang met andere kinderen, vinden ze het heerlijk om veel lawaai te maken. Zo raken ze hun energie kwijt en kunnen ze zich uiten.

Ah gezellig, de peuterpuberteit. Je overleeft ‘m met behulp van één van deze boeken

Natuurlijke fenomenen

Je ziet zelden een kind in zijn eentje schreeuwen tijdens het spelen. Geluid produceren is in zo’n geval dus een sociaal gebeuren, vaak gecombineerd met veel energie. Het zijn natuurlijke fenomenen die je moeilijk kunt verbieden. Het hoort bij ze.’ Dat beaamt ook ontwikkelings- en gezinspsycholoog Steven Pont. ‘Vooral jonge kinderen zijn nog heel impulsief in hun emoties. En de manier waarop ze zich uiten is dan ook heel groot. Of luid. Dat is ongestuurd, daar kunnen ze niks aan doen.’

Nu even niet

Maar die natuurlijke luide manier om je te uiten betekent niet dat je je kind dan maar in het wilde weg moet laten schreeuwen. We zijn nou eenmaal ook een onderdeel van een grotere groep, waarin gedragsafspraken gelden. Zoals samenleven, rekening houden met elkaar en een ander niet tot last zijn. En als ouder heb je ook de taak om je kind daarin te begeleiden. Steven Pont: ‘Kinderen mogen prima geluid produceren. Maar als ouder moet je ze wel leren dat de volumeknop in de ene situatie op twee hoort te staan en de andere keer op acht kan. Als je dus heel veel geluid maakt tijdens het spelen terwijl de buurman thuiswerkt, dan gaat de volumeknop even omlaag. Als dat niet lukt dan is het misschien een goed idee om even ergens anders te spelen of een ander spelletje uit te kiezen, zodat de buurman rustig zijn videogesprek kan afronden.’

Gedrag begrenzen

Uitleggen waarom het even stiller moet, is daarbij van belang. Daar begin je al van jongs af aan mee. Je peuter zal het niet meteen doorhebben, maar hoe ouder ze worden, hoe sneller het kwartje gaat vallen. Het kwartje in welke situaties je meer geluid kunt maken en wanneer niet. Pont: ‘Je begrenst dan hun gedrag en niet de emotie. Stel dat je kind boos is op zijn vriendje en hem een mep geeft. Dan zeg je als ouder: “Ik begrijp dat je boos bent, maar je mag niet slaan.” Je veroordeelt dan niet dat-ie boos is, maar wel het gedrag dat daarbij hoort. Datzelfde geldt voor geluid.’

Lees ook: Brutale peuter: zó ga je er het beste mee om

Trainen, trainen, trainen

Hoogleraar orthopedagogiek Aryan van der Leij geeft een handige leidraad: is het geluid functioneel of niet? In het laatste geval: probeer het dan liefdevol te begrenzen. ‘Van de ene kant van de kamer naar de andere kant roepen om je grote broer iets te vragen? Dan heeft dat harde geluid geen functie. Zo leer je je kind: “Als je iets wilt zeggen tegen je broer, loop je even naar hem toe.” Je kunt kinderen alles leren, zolang je het op de goede manier doet. Je leert in je leven nooit meer zo veel als in de periode van nul tot zes jaar. Met zindelijk maken doe je een beetje hetzelfde: op een bepaald moment wil je van die luier af, je gaat trainen, je kind gaat op het potje. Je beloont hun goede gedrag en op een gegeven moment heb je de luier niet meer nodig. Je leert je kind dat hij moet opletten als hij oversteekt en niet zomaar de straat op mag hollen als hij op de stoep speelt.

Geen functie

Dat kunnen ze niet meteen, maar dat train je. Uiteindelijk leren ze het, als je het maar beargumenteert, op kindniveau. Want als ze begrijpen dat ze onderdeel zijn van een sociale structuur en dat overlast iets is wat ze eigenlijk, voor zover ze dat begrijpen, moeten voorkomen, dát besef: daar hebben ze hun hele leven plezier van.’ En of je nu gillend met de loopfiets rondjes maakt of al rennend uit enthousiasme geluid maakt: de speelervaring verandert er niet van. ‘Gillen heeft vaak geen functie. Het is aan volwassenen om de voorwaarden te scheppen waarop hard geluid wel mag en waarop het even niet mag.’

Ook de fysieke omgeving speelt een rol, zegt van der Leij: ‘Kleine kinderen die spelen op een betonnen binnenplaats is een akoestisch drama. Dat heb je niet op een open plek in het bos waar geluid minder ver draagt en de neiging om elkaar te overschreeuwen minder is.’

Schreeuw om aandacht

Over gillen gesproken: naast je emoties uiten en je energie kwijtraken, is er ook nog geluid produceren om aandacht te vragen, of om je zin te krijgen. En dat geluid is inderdaad niet nodig. Jo Hermanss: ‘Als je peuter de hele dag alles schreeuwend zegt, moet je je als ouder afvragen hoe er in jullie gezin gesproken wordt. Is het nodig voor je kind om zo te schreeuwen om gehoord te worden? Of om aandacht te krijgen? Doet je kind jullie na: hoe hard praten jullie zelf? Zijn er heel veel prikkels, zoals een tv die de hele dag aanstaat waar hij bovenuit moet zien te komen?’

Uitleggen als oplossing

Dan is er ook nog die clowneske, semigrappige energieke peuter die aan het uitproberen is: wat kan ik voor geluid maken en vinden anderen dat leuk? Allemaal gedrag dat om begrenzing vraagt: omdat het geluid in dit geval geen functie heeft. Als ouder kun je op zo’n moment beter zachter gaan praten, het goede voorbeeld geven en goed naar je kind kijken.’ Ook als je kind iets wil, maar het niet mag – het zogenaamde protestschreeuwen – kan dat veel geluid opleveren.

Van der Leij: ‘Wat is daar de functie van? Krijsen om je zin te krijgen? Ook dan is de oplossing: uitleggen. Praat met je kind over zijn gedrag, benoem zijn emotie en zoek naar een oplossing hoe hij dat de volgende keer kan doen. Daar heb je als ouder overigens wel tijd voor nodig. En dat is lastig in deze generatie, waarin ouders toch vaak minder tijd hebben dan ze zouden willen. En als ze al tijd hebben, willen ze vooral graag dat iedereen het leuk heeft. Toch is het een groot goed om je kind te socialiseren: je kind leren dat het ene gedrag nuttig is en het andere niet.’

Lees ook: Dit zijn goede alternatieven voor een time-out

Brein-alarm

Terug naar de werkende buurman. Hij ervaart het geluid van de spelende kinderen als overlast, zo veel is duidelijk. En dat is niet zo gek, zegt Hermanss: ‘Het geluid van kinderen dringt meer door in de hersenen van volwassenen dan enig ander geluid. Het activeert het zenuwstelsel. Het is dus letterlijk een indringend geluid. Het is een sterk appèl op iets primitiefs in ons, waardoor we dat geluid meer horen. Ter vergelijking: een winterkoninkje dat een vrouwtje probeert te lokken, produceert ongeveer negentig decibel vanaf een meter of vijf afstand. Een groep kinderen produceert ongeveer tachtig decibel. Tegen het vogelgeluid kunnen we heel goed, tegen dat kindergeluid niet. Dat hóren we letterlijk beter. We worden er alerter van.

Oordoppen

Dat geldt voor ouders, maar ook voor de buurman zonder kinderen. Er zijn veel studies naar gedaan; op de kinderopvang houden ze met dit fenomeen rekening. Om overbelasting van de pedagogisch medewerkers te voorkomen proberen ze de geluidsproductie te structureren in tijd en ruimte. Er zijn zelfs studies die ouders adviseren om in sommige situaties oordoppen te dragen, juist omdat kindergeluid een heftige reactie in ons brein oproept. Dat verklaart dus ook waarom je als ouder soms niet meer tegen de herrie kunt.’

Een beetje pit

Zowel Hermanss als Pont benadrukken ook de positiviteit van geluidmakende kinderen, omdat aanwezigheid en weerbaarheid vaak samen gaan. En zijn jongens drukker dan meisjes? Daar valt weinig generieks over te zeggen. Hermanss. ‘Jongens zijn vaak wel energieker, dus je verwacht dat er dan meer geluid bij komt kijken.’ Maar dát kinderen geluid maken, ja, dat hoort een beetje bij ze. Dus thuiswerkende buurman: nee, stoppen met veel geluid produceren midden in een spel, dát kun je niet van kinderen vragen. Maar samen afspraken maken met de ouders wanneer jij even rustig kunt bellen: dat dan weer wel.

Laat ze

Spelen met de handrem erop, dat moeten we niet willen, zegt Dave Ensberg, directeur van Jantje Beton. Veel geluid hoort bij lekker spelen. ‘We spelen in Nederland te weinig buiten en dat is een groot probleem. Onze kinderen leiden aan beweegarmoede: dat is niet goed voor de gezondheid, de motoriek, het zicht. Als we als samenleving willen dat onze kinderen zo gezond mogelijk opgroeien en meer uit hun leven halen, laat ze dan zichzelf zijn en spelen. Buiten spelen is goed voor hun sociaal-emotionele skills, zelfvertrouwen, het ontwikkelen van talenten, grenzen ontdekken en nog veel meer.’

Bij Jantje Beton adviseren ze in geval van geluidsoverlast van spelende kinderen: ‘Overleg met elkaar. Als het structureel is: op welke manier kun je rekening met elkaar houden, zonder dat je het kind te veel in zijn spel beperkt?’ Hun (omdenk)tip: speel mee. Dan ga je zelf ook zo op in het spel dat je het geluid niet meer als overlast ervaart.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Femke Zijlema, beeld: Shutterstock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.