Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Rosanne en Martin hebben drie adoptiekinderen: ‘In een ideale wereld waren ze niet geadopteerd'

Rosanne (41, verloskundige) en Martin (38, heeft een eigen bedrijf in marketing en strategie), hebben drie adoptiekinderen: Shawn (12), Josiah (9) en Hannah (3). Alle drie de kinderen komen uit Zuid-Afrika. Eerst kwam Josiah (toen hij 11 maanden was), daarna Shawn (die was toen 5,5). Hannah kwam in april 2020, ze was toen bijna 1,5. Het gezin woont in Veenendaal.

Advertentie

Geen behoefte om zwanger te zijn

Rosanne: ‘Ik herken de behoefte om een kind te dragen niet. Ook niet om te bevallen. Dat wordt me als verloskundige vaak gevraagd, logisch. Ik vind het fantastisch om mee te maken, maar voor mezelf voel ik die behoefte dus niet zo sterk.

Nu ik moeder ben, kan ik wel dat gevoel missen dat je vanaf nul weet waar je kind is en wat het meemaakt. Daar heb ik soms verdriet van. Dat ik er niet vanaf dag één voor ze kon zijn. Ze heb kunnen behoeden voor die moeilijke en soms beschadigende start die ze hadden.

De schade repareren

Ik heb een sterk gevoel dat ik die schade wil repareren. Ik let er dus goed op dat ze dat gevoel van verlaten worden niet onder mijn hoede hebben. Toen Shawn een paar jaar geleden moest worden geopereerd, moest hij direct na de operatie naar de kinder-ic.

“U kunt hier niet slapen,” zeiden de artsen tegen mij. Waarop ik antwoordde: “De eerste die bij hem is als hij wakker wordt, ben ik.” Stellig. Poot stijf. Als ik tegen hem zeg dat ik er ben, dan ben ik er. Zo ook op de kinder-ic. Toen hij wakker werd, lag ik naast hem, op een stretcher.

Advertentie

Medisch traject

Onze kinderen hebben een rugzak. Tijdens het adoptieproces hadden we aangevinkt dat we openstonden voor een kind met special needs. Iedereen is bij ons welkom, dat idee.

Zwanger worden ging niet vanzelf. We hebben een medisch traject bewandeld, maar lieten het los. Het was te emotioneel. Wat doen we onszelf aan? We hadden het prima samen. Geen moeder worden kon ik me best voorstellen.

Toen een vriend zei: “Joh, jullie hebben het huis, het hart en de ruimte, is adoptie niet iets voor jullie?” was dat een eyeopener. Er zijn veel kinderen op deze wereld die opgroeien zonder ouders. Wij hadden de ruimte om die ouders voor ze te zijn.

Visueel beperkt

Over de baby in je buik ga je fantaseren. Dat doe je ook als adoptieouders, maar er zit geen fysieke of hormonale ervaring bij. Het duurt dan ook even voordat je je vertrouwd voelt.

Advertentie

Hannah heeft een aaibaarheidsfactor van honderd. Ze is klein voor haar leeftijd, heeft een heel schattig hoofd, een poppetje. We smolten toen we haar zagen. Ze zat in een goed kindertehuis en we kregen een luiertas vol met spullen waarvan ze dachten dat die belangrijk waren voor haar.

Shawn was een grote kleuter toen hij bij ons kwam, al echt een mens. We hadden geen ervaring, we deden het echt op gevoel. Samen veel praten en hulp zoeken als we er niet uitkwamen. Hij had een visuele beperking, maar we hadden geen idee hoe visueel beperkt hij was. We wisten wel iets van zijn achtergrond, maar veel ook niet.

Vechten om te overleven

Ik denk weleens: ik houd honderdduizendveel van jullie, maar jullie hadden eigenlijk bij je biologische moeder moeten zijn. In een ideale wereld waren ze niet geadopteerd, dan hadden hun ouders ook niet al die ellende gehad. We zien bij Shawn dat hij moet rouwen om wat hij heeft verloren, en wat hij niet heeft gekend.

Beide jongens hebben moeten vechten om te overleven, soms hebben ze daar nog last van. We proberen ze daar zo goed mogelijk bij te helpen.

Nagekeken op vakantie

De kinderen zitten in een vrij witte omgeving, maar in onze kerk zijn ze niet de enigen met een andere huidskleur en ook op de basisschool niet. In ons dichtbije netwerk zijn ze echt geaccepteerd. Maar als we op vakantie zijn, worden we vreselijk nagekeken.

Josiah mist een deel van zijn neus en soms zeggen mensen daar iets over. Toen hij nog een peuter was, liep ik met hem over straat, toen iemand zei: “Och, oorlogsslachtoffer zeker?” Mensen zitten aan hun haar of vragen dingen als: “Wat is er met hem gebeurd?” En of ik dat weet. Tuurlijk, alleen is dat zijn verhaal. Hij bepaalt aan wie hij dat later wel of niet vertelt.

Soms maak ik een grapje, soms word ik kwaad en soms zeg ik: “Dat is privé.” Zodat Josiah ervaart: alles is oké, jij mag zelf je reactie kiezen.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Femke Zijlema, Fotografie: Kim Krijnen

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.