door

Waarom vinden veel kinderen spruitjes vies?

Pasta of aardappeltjes met vis; pas de pròbleme. Zelf worteltjes gaan er wel in. Maar zodra er spruitjes op tafel staan, trekken de meeste kinderen hun neus op. Aanstellerij of toch niet?

Vanaf de geboorte zijn baby’s geprogrammeerd om de zoete smaak van moedermelk lekker te vinden. De overgang naar vast voedsel rond de vierde maand is dan ook een hele stap. Niet alleen vanwege de structuren, maar ook de smaken. Om je baby goed smaken te leren ontdekken, is het daarom belangrijk om hem afzonderlijke smaken te laten proeven. Het liefst meerdere keren achterelkaar. Hoe meer smaken een kind in de loop van de tijd lust, hoe meer dingen hij uiteindelijk gaat eten.

Advertentie

Aangeboren smaakvoorkeuren

Toch lijkt bitter een lastige smaak om aan te wennen. En dat is niet voor niets. In het tijdschrift Quest vertelt Kees de Graaf, hoogleraar sensoriek en eetgedrag aan de Wageningen Universiteit, dat smaakvoorkeuren deels zijn aangeboren. ‘Ze vertellen ons wat we wel en niet in onze moet moeten stoppen. Zoet is prettig, want zoet voedsel is over het algemeen rijk aan energie. En van bitter hebben veel mensen een afkeer, omdat een bittere smaak gebonden is aan giftige planten.’

Dezelfde smaakreceptoren

Dat de meeste kinderen geen spruitjes lusten, heeft overigens niet alleen te maken met de aangeboren smaakvoorkeuren. De smaakreceptoren van alle mensen werken hetzelfde. Wel kan het zijn dat de ene persoon beter tegen bitter kan dan de ander.

Eetvoorkeur moeder

Wat ook het verschil kan maken voor het wel of niet lusten van spruitjes is de eetvoorkeur van de moeder. In de baarmoeder ontwikkelt een baby al voedselvoorkeuren en went hij aan de smaken die de moeder in haar mond stopt. Een baby kan dan al onderscheid maken tussen bitter, zoet en zuur. Maar de jaren daarna zijn nog belangrijker voor de smaakontwikkeling, zo zegt De Graaf. Daarom is het aan te raden om je kind de eerste jaren zoveel mogelijk smaken te laten proeven.

Smaakvoorkeuren liggen vast als je 3 jaar bent

Uit onderzoek van de University of Tennessee blijkt dat smaakvoorkeuren grotendeels vanaf het derde levensjaar zijn vastgelegd. Zo volgden de onderzoekers kinderen in de leeftijd van vier tot acht jaar. Ze ontdekten dat de smaakvoorkeuren die kinderen op achtjarige leeftijd hadden, nauwelijks verschilden van de voorkeuren die zij hadden toen ze peuter waren. Wat we wel en niet lusten is dus al vroeg bepaald.

Oefenen, oefenen, oefenen

Maar geef de hoop niet te snel op. Volgens het Voedingscentrum moet je kind wel tien keer iets eten voordat hij het lekker vindt. Ook uit een Frans onderzoek blijkt dat hoe vaker je iets eet hoe meer je het gaat waarderen. Zo lieten de onderzoekers van de Université de Bourgogne moeders hun baby meerdere gepureerde groenten eten die ze in eerste instantie niet lusten. In het begin aten de baby’s slecht 39 gram. Van de groenten die ze wel lusten, aten ze gemiddeld 164. Op dag acht was dit verschil uiteindelijk nihil.

Tussen de oren

Iets vies vinden zit overigens ook nog eens tussen de oren. Zo kun je voedsel associëren met eerdere ervaringen, maar je ook laten leiden door hoe een verpakking eruitziet.

En tot slot: hoe zit het met de smaakpapillen?

Een groot verschil met volwassenen is dat baby’s veel meer smaakpapillen hebben. Bij de geboorte zelfs duizenden. Hierdoor is hij extra gevoelig voor smaken. Naarmate een kind ouder wordt, neemt het aantal smaakpapillen af. Op de leeftijd van dertig jaar zijn er nog maar tweehonderdvijftig smaakpapillen over. Volwassenen proeven dus gewoon minder, maar kunnen wel meer smaken aan. Kinderen daarentegen proeven juist ‘te veel’, waardoor sommige smaken te heftig zijn.

Tip: spruitjes proeven minder bitter als je ze korter kookt.

Bron – Quest 3 – Beeld – Shutterstock