Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Jojanneke zoekt het uit: hebben meisjes een aangeboren voorkeur voor de kleur roze?

Roze wordt nog steeds gezien als een typische meisjeskleur, net zoals blauw dat voor jongens is. Heel ouderwets natuurlijk, maar toch vervallen we nog steeds in die patronen. Waarom eigenlijk, vraagt Jojanneke zich af. En houden meisjes van nature wel echt van roze?

Diepgewortelde voorkeur

Bij mijn nichtje is er geen houden aan. Muren, kleding, koeken: alles moet roze. Meisjes hebben nu eenmaal een aangeboren voorliefde voor die kleur. ‘Welnee,’ zegt mijn man. ‘Vroeger was roze juist een jongenskleur. Pas in de twintigste eeuw werd het ineens een meisjesding.’ Zo’n plotse ommekeer laat zich inderdaad moeilijk rijmen met een diepgewortelde voorkeur. Maar een goed onderzoeker bekijkt zelfs uitspraken van haar man door een kritische bril. Dus zocht ik het zelf uit: houden meisjes van nature van roze?

Advertentie

Lees ook: Wat zegt de lievelingskleur over jouw kind?

Sterke kleur

Eerst even over die ommezwaai. Bewijsstuk A is een vakblad voor de kledingindustrie uit 1918 met daarin de ‘algemeen aanvaarde regel’: roze is voor jongens en blauw voor meisjes, want roze is een sterke en blauw een meer delicate kleur. Verhip, het was dus inderdaad andersom? Welnee, zegt onderzoeker MarcoDel Giudice¹. Hij spitte door een kranten-archief uit die tijd (1889-1922) en vond net zo vaak het standaard-gebruik van nu terug. Het gebruik van roze en blauw was toen dus nog niet zo eenzijdig. In de eeuwen dáárvoor droegen zowel jongens- als meisjesbaby’s sowieso uitsluitend wit. Uit praktisch oogpunt: wit katoen kun je bleken.

Kleurrijk verhaal

In de geschiedenis vinden we dus geen duidelijk antwoord. Is er dan wetenschappelijk bewijs voor een aangeboren kleurvoorkeur? Het vaakst aangehaalde experiment² stamt uit 2007. Deelnemers (van 20-26 jaar) zagen telkens twee gekleurde rechthoeken op een scherm en klikten op die van hun voorkeur. En, tromgeroffel: vrouwen kozen vaker voor roodachtige kleuren, mannen voor groentinten. De onderzoekers speculeren er vervolgens op los: oervrouwen ontwikkelden deze speciale eigenschap vast zodat ze beter eetbare rode blaadjes konden spotten! Of nee: zodat ze – door subtiele veranderingen in de huidskleur – beter gezichten konden lezen. Want wil die blozende man nou, troost of een goede beurt?

Ook leuk: Bohemian babynamen die leuk zijn voor jongens én meisjes

Zo heurt het

Maarre… de twintigers uit het experiment waren hun hele leven al blootgesteld aan onze roze-is-voor-meisjes-cultuur. Als de oertheorieën waar zijn, zou je juist bij baby’s al een roze voorkeur verwachten. Maar het is niet zo dat meisjes al vanaf de geboorte massaal voor roze gaan. Eenjarigen kiezen net zo vaak voor roze als voor een willekeurige andere kleur³. Pas vanaf een jaar of twee geven meisjes meer de voorkeur aan roze, terwijl jongens de kleur juist gaan afwijzen. Dat komt waarschijnlijk door een leereffect: kinderen worden zich vanaf die leeftijd steeds bewuster van hun gender en pikken steeds meer op wat ‘hoort’ bij jongens en ‘hoort’ bij meisjes.

Mijn man had dus in één ding gelijk: roze als meisjeskleur lijkt geen natuur- maar een modeverschijnsel. Wel baseerde hij zijn standpunt op een broodjeaapverhaal. Het is dus maar goed dat ik hem niet op zijn blauwe ogen heb vertrouwd. Dat kan ook niet, want zijn ogen zijn bruin.

Bronnen: Springer, Cell, Onlinelibary

 Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Jojanneke Bastiaansen 

Jojanneke Bastiaansen

Onderzoeker en factchecker

Dr. Jojanneke Bastiaansen (37) is onderzoeker, columnist, en moeder van zoon IJsbrand. Ze studeerde psychologie, promoveerde in de neurowetenschappen, en werkt als senior onderzoeker in de psychiatrie bij een academisch ziekenhuis en een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. In haar onderzoek bestudeert Jojanneke niet alleen de mens, maar ook de wetenschap zelf. Voor Ouders van Nu Magazine vertaalt ze iedere maand wetenschappelijke onderzoeken in jip-en-janneketaal.

Voor meer informatie kijk op haar persoonlijke website (columns) of op de universiteitswebsite (onderzoek). Voor achtergrond:
Twitter
Instagram
LinkedIn