Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Rutger pakt de bus in Breda en komt terecht in een bevalling

Zo zit je rustig in de bus, zo help je ineens een vrouw bij haar bevalling. Toen Rutger (37) op een zondagavond in het centrum van Breda in de bus stapte, had hij niet verwacht dat hij minuten later een pasgeboren baby in zijn handen zou hebben.

Babygehuil

‘De kreet die de vrouw slaakt is hard. Ze staat voorin de rijdende bus, haar ene hand op de leuning van een stoel, de ander in haar zij. Ik zie dat ze op het punt staat achterover te vallen. Snel spring ik op en loop op haar af, maar een man die schuin voor mij zit, is eerder bij haar. Dan hoor ik ineens een vreemd geluid. Is dat gehuil? Het gehuil van… een baby?

Advertentie

Vijf seconden

Pas op dat moment zie ik de dikke buik van de vrouw. Ze is zwanger. Wás zwanger – de vrouw hangt inmiddels half in de stoel, de man naast haar houdt een kersverse baby in zijn armen. Even sta ik als aan de grond genageld. Een baby. Hier, in de bus. Hoelang heeft deze bevalling geduurd? Nog geen vijf seconden? “Volgens mij is er een baby geboren!” roep ik.

Hectiek gewend

De moeder zit geschrokken in de stoel, stamelt dat dit niet had moeten gebeuren. Ik aai haar over haar hoofd, in een poging haar gerust te stellen, en feliciteer haar. Ik raak niet in paniek – met bijna zeven jaar ervaring in de gehandicaptenzorg ben ik wel wat hectiek gewend.

Snel gegaan

De man geef ik een vriendelijk klopje op zijn schouder. Het zweet staat op zijn voorhoofd, de tranen in z’n ogen. Zijn handen trillen. Hij zegt dat hij bang is dat de baby op de grond is gevallen. Of heeft hij ’m opgevangen? Ik kan het hem niet vertellen – het is zo snel gegaan dat ik het niet goed heb gezien.

Medische kennis

Ik kijk naar de baby in zijn armen. Het is een jongen. Hij trilt, heeft een wat paarsblauwe kleur en is gestopt met huilen. Maar hij ademt, dus hij leeft. Aan de andere passagiers, een stuk of tien, vraag ik of er iemand met medische kennis aanwezig is. Niemand reageert, het gros verschuilt zich achter zijn mobieltje. De buschauffeur is inmiddels gestopt en schakelt een ambulance en toezichthouders van de busmaatschappij in.

Bij moeder liggen

Als vader van een dochter van drie is mijn eerste ingeving: de baby moet bij zijn moeder liggen. De man is nog steeds in shock, dus stel ik voor om het jongetje in de sjaal te wikkelen die de moeder draagt. Hij knikt en laat me de baby van hem overnemen. De adrenaline giert door mijn lijf. Met het jongetje in mijn ene arm en de omslagdoek in mijn andere, wikkel ik de baby in. Daarna leg ik hem op de borst van zijn moeder. Zij doet haar ogen dicht, houdt haar zoon stevig vast.

Ontlasting en vruchtwater

Op dat moment breek ik. Het besef van wat er is gebeurd, de gedachte dat de baby nu veilig bij zijn moeder ligt – een gevoel van opluchting en euforie maakt zich meester van me. Met tranen in mijn ogen loop ik de bus uit, terwijl toezichthouders van de busmaatschappij zich over moeder en kind ontfermen. De man die de baby heeft opgevangen, loopt met me mee. Met de fles water die hij toevallig bij zich heeft, maken we onze armen, die onder de ontlasting en het vruchtwater zitten, schoon. Hij zegt niet veel, maar ik vertel hem dat hij goed heeft gehandeld.

De vader

Pas als hij de bus weer is ingestapt, kom ik erachter dat hij geen gewone passagier is, zoals ik dacht, maar de vader van het kind. Dat vertelt een oudere man mij, die met de andere passagiers al even buiten staat, wachtend op een vervangende bus. Hij heeft gezien dat het stel elkaar omhelsde voordat ze plaatsnamen in de bus. Verder is de oudere man weinig spraakzaam.

Goed gedaan

Ik ben nog vol van wat me overkomen is. Ik wil mijn verhaal kwijt, maar niemand van de passagiers maakt oogcontact met me. Onbegrijpelijk. Alsof ze zich geen houding weten te geven. Als de ambulance arriveert , worden moeder en kind op een brancard gelegd. Ik geef de vrouw een schouderklopje en zeg dat ze het goed gedaan heeft. Ze glimlacht en bedankt me.

Moedig optreden

Eenmaal thuis vertel ik mijn vrouw wat er is gebeurd. Ze hoort het ongelovig aan, is trots dat ik zo snel heb gehandeld. De volgende dag bel ik het ziekenhuis om te vragen hoe het met de baby gaat. De receptioniste kan er niet veel over zeggen, het is privé. Ik laat mijn telefoonnummer achter en word een week later gebeld door de moeder. Alles gaat goed met haar en haar zoon en ze bedankt me nogmaals. Familie en vrienden zijn vol lof over mijn moedige optreden. Zelf zie ik het als iets vanzelfsprekends. Ik ben vooral blij dat het goed is afgelopen en dat de baby gezond is.’

Dit artikel stond in Ouders van Nu Magazine Tekst: Tessa Heselhaus, Beeld: Unsplash

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.