Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

verkeersexamen

Verkeersexamen oefenen met je kind

De meeste kinderen doen in groep 7 of 8 verkeersexamen. Wat houdt het verkeersexamen precies in? En hoe kun je je kind helpen zich voor te bereiden?

Verkeerslessen op school

Kinderen zijn kwetsbaar in het verkeer, omdat ze nog moeten leren om verkeerssituaties goed in te schatten. Het is dus heel nuttig dat je kind op school verkeerslessen krijgt. Vooral ook omdat kinderen zelf steeds minder vaak actief aan het verkeer deelnemen. Hoewel 89,7% op loopafstand (1 km) en 97% op fietsafstand van school woont, wordt toch één op de drie kinderen met de auto naar school gebracht. Daardoor doen kinderen steeds minder verkeerservaring op.

Advertentie

Door verkeerslessen op school leren ook de kinderen die veel met de auto worden vervoerd zich veilig te gedragen in het verkeer. Als kleuter leert je kind bijvoorbeeld hoe hij het beste kan oversteken, en naarmate hij ouder wordt komen ook de ingewikkelde verkeersregels aan bod. Of je kind in groep 7 of 8 alle verkeersregels onder de knie heeft, wordt getest met het verkeersexamen.

Lees ook: Alles over de verkeersopvoeding van je kind.

Verkeersexamen in groep 7 of 8

Het nationale verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland bestaat uit een theoretisch en een praktisch deel. Het theoretisch examen vindt jaarlijks plaats op landelijk vastgestelde dagen, eind maart of in april. Voor het praktisch examen is geen landelijke dag vastgesteld, dat mogen de scholen zelf bepalen. Ongeveer 90% van alle basisscholen doet mee aan het VVN verkeersexamen, het is dus niet verplicht. Tijdens de verkeerslessen op school wordt je kind voorbereid op het examen, maar daarnaast kun je als ouder ook helpen bij de voorbereiding.

Lees ook: Vanaf welke leeftijd kan je kind alleen naar school fietsen?

Theoretisch verkeersexamen

Bij het theoretisch verkeersexamen krijgt je kind allerlei vragen over de verkeersregels, verkeersborden en over hoe hij met veelvoorkomende situaties moet omgaan. Het theoretisch examen wordt schriftelijk of digitaal gemaakt, dat verschilt per school. Van tevoren kan je kind oefenexamens maken, deze zijn te vinden op de website van VVN. Help je kind door mee te kijken als hij zijn oefenexamens maakt. Zo kun je hem extra uitleg geven over verkeerssituaties die hij moeilijk vindt.

Op de website van VVN staat ook precies welke verkeersbegrippen en verkeersafspraken je kind moet kennen. En er is een overzicht van de verkeersborden te vinden waarvan je kind de betekenis moet weten. Zo kun je samen alvast oefenen. Kinderen blijken vooral moeite te hebben met de voorrangsregels: hier staan die regels op een rijtje, zodat je ze samen met je kind kunt doornemen.

Als je kind het verkeersexamen niet haalt, kan hij al snel daarna een (digitaal) herexamen maken. Heeft je kind moeite met lezen, dan kan daar rekening mee worden gehouden. Zo kan hij meer tijd krijgen voor het examen of het wordt mondeling afgenomen.

Lees ook: Wanneer kan je kind alleen naar school fietsen?

Praktisch verkeersexamen oefenen met je kind

Het praktisch verkeersexamen bestaat uit het fietsen van een route door de omgeving van de school. Ruim voordat je kind het praktijkexamen doet, krijg je van school waarschijnlijk alvast de route. Als dat niet zo is, kun je er zelf om vragen. Fiets de route een paar keer samen. Laat je kind voorop fietsen, zodat je kunt zien wat wel en niet goed gaat. Bespreek en oefen de lastige punten met hem. Probeer verder wat vaker samen met je kind kilometers te maken door het verkeer, of dat nou lopend of op de fiets is. Verkeerservaring doet je kind vooral op in de praktijk, door steeds weer met nieuwe verkeerssituaties te maken te krijgen.

Op de dag van het praktisch examen krijgt je kind een felgekleurd hesje aan, zodat andere weggebruikers zien dat hij meedoet aan het verkeersexamen. Langs de route staan meerdere vrijwilligers die beoordelen of je kind zich goed in het verkeer beweegt.

Ieder kind wordt beoordeeld op een aantal verkeershandelingen, zoals linksaf slaan, voorrang geven en goed voorsorteren. Elke handeling telt als 1 punt. Een kind is geslaagd als hij minstens 80 procent van de te behalen punten heeft behaald.

Als een leerling een ernstige fout maakt (bijvoorbeeld door rood rijden of het geluid van een spoorwegovergang negeren), heeft hij het examen niet gehaald. Zelfs als hij op de andere verrichtingen voldoende punten heeft gescoord. Een dergelijke verkeersonveilige situatie wordt heel serieus genomen. Het is aan de leerkracht om het examen na afloop goed te evalueren met de gezakte leerling, zodat deze weet op welke onderdelen extra geoefend moet worden. Soms kan er diezelfde dag al een herexamen gedaan worden en anders binnen een paar weken.

Na het behalen van het examen krijgt ieder kind, indien de school dit online aanvraagt, het Verkeersdiploma van Veilig Verkeer Nederland.

Meer weten? Hier lees je alles over het VNN Praktische verkeersexamen.

Video: zo ziet het praktisch Verkeersexamen eruit

Fietscheck: is de fiets veilig?

Om deel te mogen nemen aan het praktisch verkeersexamen, moet de fiets van je kind veilig zijn. Daarom vindt er een ‘fietscheck’ plaats. Als de fiets wordt goedgekeurd, krijgt je kind er een sticker op en mag hij aan het praktisch examen deelnemen.

Een veilige fiets is er één die aan de volgende wettelijke eisen voldoet:

  1. Het stuur: moet goed vastzitten en op de goede hoogte staan. Ook de handvaten moeten goed vastzitten en mogen niet kapot zijn.
  2. Het zadel: moet goed vastzitten en mag niet te hoog of te laag staan. Je kind moet met beide voeten (in elk geval met de tenen) de grond kunnen raken als hij op het zadel zit.
  3. De rem: moeten goed werken. Als de fiets van je kind alleen handremmen heeft, moeten deze allebei goed werken.
  4. De banden: moeten goed opgepompt zijn. Ook moeten ze nog voldoende profiel hebben.
  5. Verlichting: wit of geel voorlicht, dat goed naar voren straalt. En rood achterlicht dat naar achter straalt. Het is bij het examen niet verplicht dat de verlichting het doet, omdat het examen overdag is. Maar vanzelfsprekend wordt geadviseerd om voor werkende verlichting te zorgen.
  6. De trappers: moeten goed stroef zijn. Ook moeten beide trappers twee gele reflectoren hebben.
  7. De wielen: mogen geen ontbrekende spaken hebben. De spaken moeten ook goed vastzitten. En de banden moeten cirkelvormige zijreflectie hebben, of er zitten witte of gele reflectoren aan de wielen, minimaal één per wiel.
  8. De bel: moet werken en goed hoorbaar zijn.
  9. De ketting: moet goed afgesteld zijn, niet te slap en niet te strak.

Bron: veiligverkeernederland.nl

Lees ook: Heeft je kind een fietshelm nodig?