Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

‘Alleen de eerste keer dat ik Lily de donormelk gaf, voelde het vreemd'

Je kind aan de borst: voor veel vrouwen een ideaalplaatje, maar niet voor iedereen even haalbaar. Kim moest even wennen aan het idee, maar is nu heel blij dat ze dochter Lily (7 maanden) kan voeden met behulp van twee donormoeders.

‘“Hoe werkt dat dan?” vragen mensen als ze horen dat Lily donormoedermelk krijgt.

Advertentie

Een vies idee

Sommigen denken dat ze aan de borst van een ander drinkt. Als ik uitleg dat het moeders zijn die hun overtollige melk afkolven, vinden de meeste mensen dat mooi.
Maar er zijn er ook die zeggen: “Dat lijkt me een vies idee.” Ik was eerst ook sceptisch. Maar inmiddels krijgt Lily al zes maanden donormelk en is het voor ons een uitkomst.

Stress

Het aanleggen ging moeizaam. Uiteindelijk lukte het, maar na drie kwartier drinken bleef Lily hongerig. Terwijl ze wel verzadigd leek als we haar kunstvoeding gaven. Op aanraden van een lactatiekundige probeerde ik tepelhoedjes, kolven, kruidensupplementen, maar mijn productie kwam niet op gang. Het gaf veel stress.

Lees ook: Melkproductie verhogen, deze tips kunnen helpen

Eerste keus

Ondertussen gingen vrouwen om mij heen bij wie de borstvoeding wél lukte, snel over op kunstvoeding. Dat vonden ze makkelijker of ze gingen binnenkort weer werken. Dat zij vrijwillig stopten, terwijl ik tevergeefs zo mijn best deed, voelde wrang. Ze begrepen ook niet dat ik het bleef proberen. “Kunstvoeding is ook prima, hoor,” zeiden ze. Natuurlijk weet ik dat kunstvoeding een goed alternatief is en Lily deed het er prima op, maar borstvoeding bleef mijn eerste keus.

Donormelk? Nou nee…

Na twee weken vertelde mijn doula over donormoedermelk. Ik had er nog nooit van gehoord en voelde er weinig voor – melk van een vreemde aan mijn baby geven? Wel was ik nieuwsgierig, dus sloot ik me aan bij een Facebookgroep. Daar las ik verhalen van vrouwen die melk doneren of ontvangen. Ik ging steeds meer aan het idee wennen. Ook ontdekte ik dat donoren worden gescreend: gebruiken ze medicatie, roken of drinken ze? Dat stelde me gerust.

Die eerste keer

Ik plaatste een oproep. Een moeder reageerde en na een tijdje appen had ik een goed gevoel bij haar. Ze had overproductie en wilde haar melk graag doneren. Het voelde vreemd het aan Lily te geven – het kwam toch uit een ander lichaam.

Zeg maar nee, dan krijg je er twee

Lily dronk de fles meteen leeg. Ze spuugde niet en kreeg geen krampjes. Daardoor groeide mijn vertrouwen. Inmiddels hebben we twee vaste donormoeders. De melk is perfect op Lily afgestemd, omdat hun kinderen even oud zijn. Ik ben er trots op dat we deze optie hebben overwogen. De donormoeders ben ik ontzettend dankbaar; dankzij hen krijgt Lily de beste voeding en zijn mijn zorgen verdwenen.

Lage drempel

Zodra ik over mijn voedingsstruggles vertel, geven veel vrouwen toe dat het bij hen ook moeizaam verliep. Over bevallingen hoor je de heftige verhalen, maar bij borstvoeding is het andersom. Waarschijnlijk omdat de drempel om over te gaan op kunstvoeding laag is.

Eenzaam gevoel

Tijdens mijn zwangerschap heeft de verloskundige ook amper over borstvoeding gesproken. Ze vroeg uitvoerig hoe ik wilde bevallen, maar qua voeding alleen waar mijn voorkeur lag. Borstvoeding? Vinkje, klaar. Ik had graag gehoord dat de eerste weken pittig kunnen zijn en dat de kans bestaat dat het niet lukt. Dan had ik me waarschijnlijk minder eenzaam gevoeld.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Interview: Tessa Heselhaus. Fotografie: Kim Krijnen. 

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.