Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Buiten zwemmen met je kind? Deze bacteriën en ander gespuis kom je liever niet tegen

Met zomerse temperaturen is weinig fijner voor je kind dan afkoelen in een meertje of aan zee. Pas alleen wel op voor vervelende dingen in het water zoals bacteriën, stroming of akelige diertjes. Met deze pretbedervers moet je rekening houden:

Advertentie

1. Poepbacteriën van vogels, honden of uh… baby’s

Iets waar je kind ziek van kan worden, en waar dus ook op wordt gecontroleerd op officiële zwemlocaties, zijn poepbacteriën. Deze veroorzaken buikklachten zoals diarree en misselijkheid. Niet schadelijk, maar wel heel vervelend. De poepbacteriën komen in het water terecht via ontlasting van dieren zoals vogels of honden. Bentvelsen: ‘Zelf kunnen mensen hier ook wel wat in doen. Laat je kind niet in een volle luier aan het water spelen. En neem in het badseizoen niet je hond mee naar strand.’ Vaak zijn bij zwemlocaties met een goede beheerder toiletten aanwezig. Deze plekken hebben de voorkeur met kleine kinderen.

2. Wormen van eenden

Heeft je kind last van jeukende bultjes na het zwemmen? Het zou kunnen komen door de larven van Trichobilharzia, een wormensoort die bij eenden voorkomt. De larve, die op waterplanten leeft, probeert door de huid te kruipen, wat niet lukt, maar hiermee wel kriebel en bultjes veroorzaakt. ‘Het waterschap weet waar deze beestjes voorkomen en waarschuwt daar ook voor’, zegt Bentvelsen. ‘Maar verder kun je er niet veel tegen doen. Waterplanten ontwijken heeft weinig zin, want de larven zitten overal in het water.’ Heeft je kind eenmaal bultjes, heb dan geduld. Na een paar dagen is het weer over.

3. De stekels van het pietermannetje

Poedelt je baby met zijn voetjes in een ondiepe plas op het strand, let dan op voor het pietermannetje. Deze vis heeft een paar stekels op zijn rug met gemeen gif erin. ‘Het pietermannetje zwemt vaak in ondiep warm water, precies de plekken waar kinderen spelen’, vertelt Niels Baltussen, lifeguard bij de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM). ‘Als je kind op de vis stapt, voelt dat als een gemene prik, die meer pijn doet dan een kwallenbeet. Wat helpt tegen de pijn, is zo warm mogelijk water over de plek van de beet heen gieten. Het gif is namelijk een eiwit, dat stolt als het warm wordt, waardoor de werking vermindert.’ Net als bij kwallen is een beet niet gevaarlijk, maar wees wel alert op een allergische reactie.

4. Drijvende groeneblauwe lagen met blauwalg

In stilstaand water in meertjes en vijvers kun je deze bacterie ’s zomers zeker tegenkomen, want hij leeft in zoet water en gedijt goed bij zonlicht en warmte. Als je kind ermee in aanraking komt, kan hij last krijgen van huid- of oogirritaties. Slikt hij water met veel blauwalg in, dan geeft dit diarree, koorts en misselijkheid. Kinderen zijn kwetsbaarder voor blauwalg omdat ze over het algemeen meer water inslikken tijdens het spelen. Blauwalg is vaak te herkennen aan drijvende groenblauwe lagen in het water.

Advertentie

Wil je zeker weten dat er geen blauwalg in het water zit, kies dan voor een van de ruim 700 officiële zwemlocaties die Nederland telt. ‘Op al deze plekken wordt goed gecontroleerd op blauwalg’, zegt Michaël Bentvelsen, beleidsadviseur bij de Unie van Waterschappen. ‘Als de concentratie te hoog is, komt er een strikt zwemverbod. Dat staat aangegeven op een bord bij de locatie en je vindt het ook op internet.’ Is je kind toch in aanraking geweest met de alg? Spoel hem dan goed af onder de douche.

5. Kwallen

In zee loop je het risico op een kwallenbeet. ‘Al is die kans niet heel groot, want lang niet alle kwallen steken’, vertelt Baltussen. ‘De meeste kriebelen alleen maar. De kompaskwal, met zijn bruine v-vormige strepen, is bijvoorbeeld een prikker. ‘Een steek van zijn tentakels voelt alsof je door een brandnetel bent geprikt.’ Is je kind door een kwal geprikt? ‘Het beste kun je de plek koelen met koud water.’ Een steek van een kwal is in principe niet gevaarlijk, maar wees wel alert op een allergische reactie. ‘Wordt je kind misselijk, zwelt het geprikte lichaamsdeel op of krijgt het ademhalingsproblemen, ga dan naar een lifeguard of bel 112.

Lees ook: EHBO bij baby’s en kinderen

6. Stroming

Niet alleen beestjes en bacteriën kunnen problemen geven, wees ook bedacht op stroming. ‘Vooral als je tussen kribben zwemt, dat zijn dammen in rivieren, kan de stroming sterk zijn’, vertelt Michael Maasland, mobiel verkeersleider bij Rijkswaterstaat. ‘Vaak is er een stroom naar buiten toe die het kribvak als het ware leegtrekt. Houd je kind daarom altijd binnen armlengte en het liefst tussen beide ouders in. Mocht het worden meegetrokken, dan ben je er op tijd bij.’

Wees ook op je hoede voor voorbijvarende schepen, ook al lijken ze ver weg. ‘Grote schepen verplaatsen water, ze duwen eerst het water het kribvak in en trekken het er vervolgens weer uit. Als je kind tot zijn knietjes in het water staat, wordt het zo meegetrokken en kan het verdrinken. Zwemmen in rivieren kun je daarom, zeker met kinderen, beter niet doen.’

Advertentie

Ook in zee moet je op je hoede zijn voor stromingen. ‘Ga je het water in, doe dat dan alleen op een strand dat bewaakt wordt’, adviseert lifeguard Baltussen daarom. ‘En ga tussen de vlaggen het water in. Je moet je kind natuurlijk altijd zelf goed in de gaten houden, maar mocht het misgaan, dan zijn er in elk geval lifeguards die kunnen helpen.

7. Onderkoeling

Vooral aan het begin van de zomer kan het water koud zijn. Kleine kinderen koelen sneller af dan volwassenen. Laat je kind dus niet te lang in het water en droog het gelijk af als het er weer uit is, adviseert Maasland van Rijkswaterstaat. ‘Zeker als er wind staat. ‘Als je nat bent en er staat een briesje, koel je sneller af.’

‘Sowieso geldt: als je kind begint te bibberen, is de onderkoeling al begonnen, voegt lifeguard Baltussen toe. ‘Ga dan meteen het water uit. Een stadium verder in onderkoeling het kind vaak stopt met bibberen en wordt het stiller. Stopt je kind met bibberen, ga er dan dus niet vanuit dat hij of zij het niet meer koud heeft. Wordt je kind dus stiller tijdens het zwemmen, of huilt het niet meer, houdt dan goed in de gaten of hij het misschien niet te koud heeft gekregen.’

Wennen aan buitenwater is goed

Maar ondanks deze aandachtspunten is zwemmen in buitenwater natuurlijk vooral erg leuk en fijn. ‘De waterkwaliteit is in Nederland echt goed en je kunt met een gerust hart gaan zwemmen’, zegt Bentvelsen. ‘Buiten zwemmen is bovendien belangrijk voor de fysieke ontwikkeling van je kind.’ En het is goed voor kinderen om te wennen aan zwemmen in buitenwater, zegt hij. ‘Buitenwater is anders dan water in een zwembad; het is bijvoorbeeld veel troebeler. ‘Is je kind gewend aan zwemmen in buitenwater, dan raakt het niet zo snel in paniek als het een keer in de sloot valt.’ Bovendien; wat is er nou mooier om buiten ergens lekker in het water te duiken?’