Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Creepy... 13 griezelige uitspraken van jullie kinderen

Mocht je (nog) niet overtuigd zijn dat er meer is tussen hemel en aarde, grote kans dat de uitspraken van deze kinderen je aan het twijfelen brengen. Van opa's en oma's die 's nachts op bezoek komen tot overleden tweelingbroers. Dertien uitspraken om koude rillingen van te krijgen...

  1. Babeth: ‘Toen onze dochter ongeveer drie was waren we bij het graf van mijn vader geweest. Toen we wegliepen stopte ze en keek in een andere richting, naar de oude kindergraven. Mijn man en ik zeiden niets, behalve ‘Kom je mee?’. Eenmaal bij de auto zei ze al wijzend dat daar een klein meisje lag. Ze huilde omdat ze honger had…’
  2. Mascha: ‘Mijn jongste heeft lang geleden toen hij nog nauwelijks kon praten meerdere keren gezegd dat hij nog een broer heeft. Niet de oudste, maar een andere broer en hij was niet hier bij ons, maar leeft ergens anders. Nu weet ik dat Ramon (mijn oudste) bijna zeker één van een tweeling is geweest, maar zulke uitspraken van een twee/driejarige krijg je best kriebels van. Maar op zich ook wel een mooi iets.’
  3. Jenny: ‘M’n dochtertje (bijna twee) speelt altijd met de babyfoon (schermpje). Ik zie geregeld witte bolletjes door het scherm vliegen, en toen we samen naar het schermpje keken (‘hier kunnen mama en papa je zien slapen’) vloog er ook een wit bolletje. ‘Oma Annie!’, riep ze. Oma Annie is drie jaar voor haar geboorte overleden.’
  4. Mehtap: ‘Mijn jongste van veertien maanden liep zondag naar de logeerkamer en kwam terug met een boekje. Hij riep steeds ‘dede’ (opa in het Turks). Ik pakte het boekje af en zag hele oude foto’s van mijn vader die vorig jaar is overleden. Hij herkent opa ook en roept bij al zijn foto’s ‘dede’. Hij was net elf weekjes toen opa in het ziekenhuis belandde.’
  5. Morena: ‘Zo heeft mijn dochter weleens de slappe lach middenin de nacht en reikt ze met haar handjes naast haar de hoogte in. Haar oogjes volgen ‘iets’ en ze kijkt alsof ze iemand echt aankijkt. We lachen er maar om met geknepen billetjes. Als ze maar lol heeft.’
  6. Suzanne: ‘Mijn zoontje van drieënhalf geeft regelmatig aan dat er een man op de overloop staat. Dan zegt hij ‘Dag meneer, hallo meneer’ en zwaait dan even. Helaas vertelt mijn zoontje niet hoe de meneer heet of hoe hij eruitziet. Dus ik kan niet achterhalen wie het zou kunnen zijn. Ik vind het ook helemaal niet erg. Ik heb er geen angstige gevoelens bij of zo. Wel heb ik gevraagd of de meneer mijn zoontje met rust wil laten tijdens het slapen.’
  7. Evelien: ‘Mijn zoontje was nog erg klein en ik was zwanger. We gingen even samen een middagslaapje doen. Opeens lag mijn zoontje te klappertanden en had doodsbange ogen (dit beeld vergeet ik nooit meer). Ik vroeg wat er aan de hand was. Hij zei: “Ik ben zo bang voor de moeder.” Ik schrok en vroeg waarom hij bang voor mij was. Hij zei: “Nee, niet voor jou, maar voor DE moeder. Want vroeger toen ik klein was heeft ze mij in de steek gelaten.” Nou van het middagslaapje is niet veel terecht gekomen.’
  8. Kimberley: ‘Mijn zoontje speelt vaak met zijn oma(‘s). Hij giechelt, speelt tikkertje, laat dingen zien en voert hele gesprekken. Ook als wij weleens aan tafel zitten, zegt hij: “Mama, oma staat achter jou gek te doen!” Of: “Oma kom maar zitten hoor.” Mijn moeder is overleden toen hij anderhalf jaar oud was. Mijn schoonmoeder toen hij tweeënhalf jaar oud was.’
  9. Yvonne: ‘Mijn dochter was een jaar of drie toen ze ineens moeite had met naar bed gaan en regelmatig moest huilen. Uiteindelijk vertelde ze over de grote mensen op haar kamer die dan op haar bed kwamen zitten en over haar haar aaiden en dat zij daar niet door kon slapen.’
  10. Jacqueline: ‘Toen ik vier was zei ik: “Oude oma gaat morgen dood (overgrootmoeder).” Ze was niet ziek. De dag erna kregen m’n ouders het bericht dat ze overleden was aan een hartstilstand. Zelf weet ik er niks meer van, maar het is mij verteld door m’n ouders.’
  11. Wendy: ‘Onze oudste zoon van twaalf ziet vanaf jongs af aan ‘spoken’. Hij had een hele tijd niets meer gezien tot een halfjaar terug. In paniek kwam hij naar beneden: “Er zit een man in mijn bureaustoel en die kijkt mijn hele kamer rond, en toen ik het licht aandeed duurde het even voordat hij weg was.” Wij mee, hem gerustgesteld, her en der wat lampjes aangedaan, zo ook z’n wereldbol. Zit ik hem te troosten, gilt hij ineens: “Mam! M’n wereldbol draaide een stuk!” En inderdaad, hij stond niet meer hetzelfde als toen ik hem aanzette (en nee, hij kon niet zomaar draaien door het aanklikken, want de bol loopt wat stroef.) Die avond lag er een rouwkaart in de bus van de buurman twee deuren verder (dit wist onze zoon niet). De volgende ochtend loopt hij rechtstreeks naar die kaart en zegt: “Mam, die man in mijn stoel was de buurman, maar dan zonder bril.” En hij legde uit hoe de buurman in de stoel zat. Precies zoals hij normaal naar buiten keek vanuit z’n huis. Dit kon onze zoon ook niet weten. Wat bleek nou? De buurman lag thuis opgebaard zonder bril. Nadat de goede man gecremeerd was, heeft m’n zoon de man in de stoel ook niet meer gezien. Verklaring? Wij hebben een zolder opgebouwd en die had hij graag nog willen zien toen het af was. Helaas is het er nooit van gekomen. Tot z’n overlijden dus, want die zolder is de slaapkamer van onze zoon. Hij is toch nog even komen kijken hoe het geworden is.’
  12. Nicole: ‘Mijn oudste had vanaf heel klein al de grootse lol met iemand op zijn kamer. Vanaf een paar maanden leek hij altijd al naar iets te kijken en te lachen. Hij wees altijd dezelfde kant op als hij weer eens wakker lag te brabbelen in zijn ledikant en ik vroeg waar hij naar keek. Eenmaal ouder noemde hij hem boeddha. Bij mijn ouders staat een foto van hem in de kamer met een Boeddhabeeldje ernaast. Voor hem heette hij boeddha dus. Mijn oom had geen duimen, dus kneep hij altijd met zijn middelvinger en wijsvinger in onze neus. Toen ik hem vroeg: “Wat doet hij waarom je altijd zo moet lachen?”, deed hij dit bij mij. Dit heeft jaren geduurd.’
  13. Jessica: ‘Onze zoon van vijf vertelde een tijdje terug dat omi weleens in zijn kamer kwam. Dus ik vroeg een beetje door: “Wat vertelt ze dan?” “Nou gewoon, dat we met papa zijn bus naar Aviodrome gaan, want zij heeft de sleutels. En daarna met het vliegtuig naar Afrika!” Omi had ook haar vrachtwagenrijbewijs, en wat ik niet wist, tot ik dit aan mijn moeder en zussen vertelde, dat omi ook echt naar Afrika is geweest. Creepy vond ik het niet, maar wel heel bijzonder. Ergens hoop ik een beetje dat het waar is. Die twee hadden echt een band samen, hoe jong hij ook was!’

Nog meer spookverhalen:
Als je peuter bang is in het donker
Meer tussen hemel en aarde: 12 creepy uitspraken van kinderen
‘Mama, er staat iemand achter je’

Bron: Facebook-pagina Ouders van Nu – beeld: Getty Images